Meten van het lichaam
Meten van het lichaam
Wat weet je al over het meten van het lichaam?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van de les kun je de maten van je lichaam in het Nederlands benoemen en meten.
Wat heb je nodig?
Je hebt een meetlint of liniaal nodig.
Je hebt een maatje nodig.
Pen en je schrift
We meten in centimeters.
Van top tot teen meten
We beginnen bij je hoofd en eindigen bij je voeten. Hoe lang ben jij?
Schrijf in je schrift de lengte van je maatje.
Breedte van je armen
Strek je armen uit. Meet van de vingertop van je linkerhand tot de vingertop van je rechterhand.
Hoe groot is het verschil met je lengte van top tot teen ?
Schrijf dit in je schrift.
Je hand en vingers meten
Meet je hand van pols tot vingertop. Meet ook een wijsvinger. Hoe lang zijn ze?
Pols tot einde vingertop ....... cm.
Wijsvinger ...... cm
Samen oefenen
Wie heeft de langste arm? Wie de kortste?
Hoe lang is jouw arm? Noteer het getal in centimeters.
Vraag aan een klasgenoot
Vergelijk de cijfers
Reflectie
Welke maten vond je het makkelijkst? Welke waren moeilijk? Wat kun je nu in het Nederlands zeggen over je lichaam?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.