Grootheden en eenheden (les 1)

Wat gaan we deze periode doen?

- We starten met rekenen in het nieuwe domein:

Grootheden en Eenheden

- Instaptoets

- oefeningen

- Eindtoets


-

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we deze periode doen?

- We starten met rekenen in het nieuwe domein:

Grootheden en Eenheden

- Instaptoets

- oefeningen

- Eindtoets


-

Wat gaan we vandaag doen?

- We starten met het nieuwe domein:

Grootheden en Eenheden


- We nemen de basis van het domein door, met de rekenkaart en deze 'quiz'


- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.


Op tafel ligt: (klad-)papier of schrift,

de rekenkaart, een pen/potlood en je rekenmachine

Deze periode gaat over domein 3: grootheden en eenheden. Wat zijn dat? Gewicht is een....

A

grootheid

B

eenheid

C


D


Liter is een ....

A

eenheid

B

grootheid

C


D




Wat is een grootheid en wat is een eenheid?

Grootheid

Eenheid

lengte

oppervlakte

seconde

kilogram

snelheid

centimeter

uur

tijd

kilometer

gewicht

hectare

Lesdoel


  • Je herkent een grootheid en gebruikt een passende eenheid om de waarde uit te drukken.

  • Je leert rekenen met lengtematen.

In dit domein leer je verschillende grootheden, zoals lengte, gewicht, tijd, temperatuur en snelheid, te gebruiken en ermee te rekenen.



Hoeveel nullen heeft een biljard?

A

9

B

12

C

15

D

18

Lengtematen: pak je rekenkaart. Het is 2,2 km naar de sporthal. Hoeveel meter moet ik fietsen?

A

22000

B

2,2

C

22

D

2200

4,3 dm = ... cm

A

430

B

43

C

4,3

D

4300

Lengte 8,2dm = ..........mm

A

820

B

0,82

C

8,22

D

8200

De lengte van deze deurklink is: 1 ...

A

mm

B

cm

C

km

D

dm

De lengte van een auto is ongeveer 4200 .....

A

mm

B

cm

C

hm

D

km

Wat is de lengte op het vraagteken?

A

1 m

B

2 m

C

3 m

D

4 m

gewicht omzetten naar andere eenheid


De druiven wegen 0,2 kg. Hoeveel gram is dat?

A

X10

B

x100

C

x1000

D

:1000

10 ton in gewicht (kg) is:

A

1000 kg

B

100000 kg

C

100 kg

D

10000 kg

De aardbeien wegen 80 gram de druiven 0,2 kg. Hoeveel kg is het fruit samen?

A

80 gr + 20 gr = 100 gram = 0,10 kg

B

80 gr + 200 gr = 2,8 kg

C

80 gr + 200 gr = 280 gr = 0,28 kg

D

0,8 kg + 0,2 kg = 0,10 kg

Wat gaan we vandaag doen?

- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.

Wat gaan we volgende les doen?

- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.


- Als de instaptoets af is dan werk je aan de opgaven van 3.3.2 Toegepast rekenen met Grootheden en Eenheden.


Werken in de studiemeter Instaptoets Domein 3: Grootheden en Eenheded

1

Ik begrijp het, ik ga aan de slag

2

Ik wil eerst graag extra uitleg

3

Ik wil iets anders vragen

4

Ik heb de instaptoets al af


De instaptoets al af?

Dan kun je nu starten met werken aan de opgaven van Domein 3: Grootheden en Eenheden

-> kies Oefeningen