Frencken Ondernemerschap wat is dat?

Hoofdstuk 2: Ondernemerschap wat is dat?
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2: Ondernemerschap wat is dat?

Slide 1 - Tekstslide

Ondernemerschap: wat is dat?




Vraag 1: Welke tegenslagen (groot of klein) heb jij overwonnen in je leven?

Vraag 2: Wat kun je van tegenslagen leren?

Opdracht bij video: 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Zouden jullie ondernemer willen worden?
JA, ZEKER WETEN!
JA, MISSCHIEN
IK WEET HET NIET
NEE, WAARSCHIJNLIJK NIET
NEE, IK MOET ER NIET AAN DENKEN!

Slide 4 - Poll

Wat zijn redenen om
ondernemer te
willen worden?

Slide 5 - Woordweb

Waarom ondernemer worden? 
  • onafhankelijk zijn
  • op zoek naar een nieuwe uitdaging
  • doen wat je voldoening geeft
  • je eigen kennis en ervaring gebruiken
  • werkloos geworden, dus op zoek naar nieuwe inkomsten
  • ontevreden met een baan in loondienst
  • gezin en werk beter combineren
  • meer geld verdienen
  • gebruikmaken van eigen vakkennis
  • gat in de markt zien
  • geld beschikbaar hebben
  • meer status willen.

Slide 6 - Tekstslide

Waarom ondernemer worden?

Slide 7 - Tekstslide

Succesvol ondernemen: De vijf principes van effectuation (Saras Saravathy)

Slide 8 - Tekstslide

PRINCIPE 1: BIRD IN HAND 
"Begin met wat je hebt"
Hierbij bekijk je welke middelen je beschikbaar hebt en op welke manieren je deze kunt inzetten. Je past je doel aan aan de middelen en mogelijkheden die je hebt.

Slide 9 - Tekstslide

PRINCIPE 2: AFFORDABLE LOSS 
"Focus op wat je kunt verliezen"
Je neemt een aanvaardbaar risico. Bij elk besluit weeg je af welk verlies je kunt lijden en welke winst ertegenover kan staan. Je bepaalt vooral welk risico je wilt en kunt nemen.

Slide 10 - Tekstslide

PRINCIPE 3: CRAZY QUILT
"Samenwerken met partners"
Hierbij gaat het om je netwerk. Wie ken je en wie kan jou helpen om jouw plannen te verwezenlijken?

Slide 11 - Tekstslide

PRINCIPE 4: LEMONADE
"Maak van verrassingen kansen"
Van citroenen maak je limonade. Als je een tegenslag hebt, probeer je die om te buigen naar iets positiefs. Je probeert kansen te zien in de tegenslagen die je ervaart.

Slide 12 - Tekstslide

PRINCIPE 5: PILOT IN THE PLANE
"Creëer de toekomst zelf"
Als ondernemer neem je het heft in eigen handen. Jij bent de piloot van je eigen bedrijf en bepaalt welke kant je opgaat en met welke middelen je dat doet.

Slide 13 - Tekstslide

PILOT IN THE PLANE
CRAZY QUILT
AFFORDABLE LOSS 
LEMONADE
BIRD IN HAND 
Een leverancier levert per ongeluk een ander type verpakking; de ondernemer gebruikt dit als een “limited edition” marketingactie.
Een student die goed kan bakken begint een kleine taartservice voor vrienden, zonder grote investeringen.
Een start-up werkt samen met een lokale winkel om producten te verkopen, in ruil voor een deel van de winst.
Een ondernemer investeert €200 in materialen voor een proefproductie, in plaats van direct €5.000 in een grote voorraad.
In plaats van te wachten op markttrends, lanceert een ondernemer een eigen YouTube-kanaal om klanten te bereiken.

Slide 14 - Sleepvraag

Een goede voorbereiding!

Slide 15 - Tekstslide

Een goede start vraagt voorbereiding & onderzoek!
Business Plan:  In je businessplan staat waarom, hoe en wat je gaat ondernemen. Het is een persoonlijke presentatie van je bedrijfsidee en alles wat daarbij komt kijken.

Slide 16 - Tekstslide

MARKTOMSCHRIJVING
  • marktonderzoek  (hoofdstuk 2.1)
  • marketingplan (hoofstuk 2.2)
  • verkoopplan en inkoopplan (= commerciële plan) 

MARKT: Als een ondernemer spreekt over de markt, gaat dit over het totaal van kopers (vragers) en verkopers (aanbieders) samen. Een ondernemer die goed op de hoogte is van de markt, is ‘marktgericht’.

Slide 17 - Tekstslide

ONDERNEMEND GEDRAG (ONDERNEMERSKWALITEITEN):

Slide 18 - Tekstslide

ANDERE BELANGRIJKE COMPETENTIES:
  • Timemanagement: Ga efficiënt met je tijd om, stel prioriteiten, doe belangrijke dingen eerst.
  • Probleemoplossend vermogen: Denk in kansen en mogelijkheden en ga niet bij de pakken neerzitten.
  • Effectief communiceren: Zorg dat je hoofdzaken van bijzaken kunt scheiden en weet wie je doelgroep is.
  • Goed alleen én samen kunnen werken
  • Stressmanagement: Ontspan op zijn tijd, maak daarvoor tijd vrij. 
  • Positief blijven: Ook in minder goede tijden is het belangrijk om te zoeken naar lichtpuntjes en zaken die wel goed gaan.

Slide 19 - Tekstslide

PASSIE ALS ONDERNEMER

  • Passie en drijfveren: je hart ligt, wat je graag doet en waar je energie van krijgt 
  • Motivatie: 
      Intrinsiek: onderneem je echt vanuit je passie
      Extrinsiek: uit nood of financiele prikkel

Slide 20 - Tekstslide

Ondernemerschap: wat is dat?
Ga naar: 
Link vragenlijst: https://www.testcentrumgroei.nl
1) Maak de drijfverentest via de link drijfverentest

2 )Leg aan een klasgenoot uit wat de uitkomst van jouw test was

3 )Beschrijf aan elkaar met voorbeelden of je deze drijfveren herkent

Huiswerk in classroom:
Verwerk jullie gesprek en beschrijf in minimaal 300 en maximaal 400 woorden de uitkomst van de test en illustreer met voorbeelden.



Slide 21 - Tekstslide