Activiteit 2: De puberteit

Activiteit 2: De puberteit

We leren over de overgang

van kind naar jongvolwassene.

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWoLager onderwijsLeerjaar 6

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Activiteit 2: De puberteit

We leren over de overgang

van kind naar jongvolwassene.

Levensfases


  • in groepjes

  • situatie spelen

  • Over welke levensfase gaat het in de situatie?

Je lichaam verandert.

Ieder mens doorloopt verschillende levensfases.

ws.p.7

Veranderingen in de puberteit

Lichamelijke veranderingen komen bij iedereen op een ander tijdstip voor. Meisjes komen doorgaans vroeger dan jongens in de puberteit, meer bepaald tussen elf en dertien jaar.

Bij jongens gebeurt dat meestal tussen twaalf en veertien jaar.


Primaire geslachtskenmerken zijn geslachtskenmerken die je al van bij de geboorte hebt (penis, vagina, zaadleiders, eierstokken …).


Secundaire geslachtskenmerken ontwikkelen zich tijdens de puberteit (borsten, beharing …).

Bij jongens en meisjes begint de puberteit op dezelfde moment?

A

waar

B

niet waar

Schaamhaar is het haar rond de vagina en de penis.

A

waar

B

niet waar

Alle jongens krijgen borsthaar.

A

waar

B

niet waar

Tegen dat meisjes volwassen zijn,

hebben ze allemaal even grote borsten.

A

waar

B

niet waar

Alle penissen en vagina's zien er hetzelfde uit.

A

waar

B

niet waar

Als je veel zweet tijdens de puberteit,

dan moet je je voldoende wassen.

A

waar

B

niet waar

Een meisje dat haar maandstonden heeft,

kan niet gaan zwemmen.

A

waar

B

niet waar

Als een jongen een stijve penis heeft,

dan is dat altijd omdat hij aan seks denkt.

A

waar

B

niet waar

Een maandverband en een tampon ververs je best om de 2 à 3 uur.

A

waar

B

niet waar

Een meisje heeft onderaan 2 gaatjes, een jongen 1.

A

waar

B

niet waar