M&Z OEFENTOETS - Werken bij ouderen in de thuiszorg

Werken in de thuiszorg - M&Z
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Werken in de thuiszorg - M&Z

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waar kun je als helpende zorg werken?
A
in de kinderopvang
B
in een schoonmaakbedrijf
C
in een eetcafé
D
in de thuiszorg

Slide 3 - Quizvraag

Wat eet iemand met een natriumarm dieet minder?
A
Gluten
B
Lactose
C
zout
D
Fruit

Slide 4 - Quizvraag

Welk woord past het
beste bij het plaatje?
A
Robotica
B
E-health
C
Ergonomie
D
Domotica

Slide 5 - Quizvraag

Wat zijn de voordelen van domotica in de zorg?
A
de zorgvrager hoeft niet meer gestimuleerd te worden in zijn zelfredzaamheid
B
mensen kunnen langer thuis blijven wonen
C
er is geen verzorgende meer nodig
D
het tekort aan geld is in de zorg helemaal opgelost

Slide 6 - Quizvraag

Mevrouw Jansma heeft ouderdomsdiabetes.
Wat geef je mevrouw te drinken?


Wat kun je het best voor haar inschenken?

A
frisdrank
B
thee zonder suiker
C
chocolademelk
D
koffie met suiker

Slide 7 - Quizvraag

Waar vindt ambulante zorg plaats?
A
in een speciaal daarvoor bestemd gebouw
B
in een ambulance
C
in de eigen omgeving van de cliënt
D
in de operatiekamer van een ziekenhuis

Slide 8 - Quizvraag

De oudere meneer Derksen vergeet erg veel.
Van welke ziekte is dit een kenmerk?
A
artrose
B
diabetes
C
dementie
D
reuma

Slide 9 - Quizvraag

Als helpende zorg geef je persoonlijke verzorging aan cliënten.
Welke werkzaamheid hoort bij persoonlijke verzorging?
A
boodschappen doen
B
ramen zemen
C
lichaamstemperatuur meten
D
gezinswas doen

Slide 10 - Quizvraag

Mevrouw Smit heeft zin in gebakken kip met kerriesaus, zilvervliesrijst en karamelvla.
Uit welk vak van de Schijf van Vijf heeft zij NIETS gekozen?
A
brood en aardappelen
B
groente en fruit
C
vet en olie
D
zuivel, vlees, en vis

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het doel van energiebeperkend dieet meestal?
A
Buikpijn voorkomen
B
Allergische reactie voorkomen
C
Afvallen
D
Bloeddruk omlaag krijgen

Slide 12 - Quizvraag

Wanneer leg je iemand in een stabiele zijligging?
A
Wanneer het slachtoffer niet meer ademhaalt
B
Wanneer het slachtoffer zijn arm heeft gebroken
C
Wanneer het slachtoffer bewusteloos is
D
Wanneer iemand een epileptische aanval heeft

Slide 13 - Quizvraag

De dochters van mevrouw Den Besten zorgen meestal voor de warme maaltijd
Welk soort zorg geven de dochters?
A
informele zorg
B
mantelzorg
C
professionele zorg
D
zelfzorg

Slide 14 - Quizvraag

Het leveren van maatwerk is in de zorg heel belangrijk.
Wat betekent maatwerk in de zorg?
A
De zorg is precies afgestemd op de wensen van de zorgverlener.
B
Alle zorgvragers krijgen precies dezelfde soort zorg
C
De zorg is precies afgestemd op de wensen van de zorgvrager.
D
De zorgverlener mag kiezen aan welke zorgvrager hij hulp verleent.

Slide 15 - Quizvraag

Waarom leg je iemand in een stabiele zijligging?
A
om te voorkomen dat de tong voor de luchtweg zakt
B
om te voorkomen dat iemands hart stopt
C
zodat je lekker ligt
D
om te zorgen dat iemand warm blijft

Slide 16 - Quizvraag

Wat is empathie?
A
contact gestoord
B
inlevingsvermogen
C
sociaal gedrag
D
inspanning

Slide 17 - Quizvraag

Welk verband gebruik je bij een wond die erg bloed
A
snelverband
B
hechtstrips
C
kompres
D
Mitella

Slide 18 - Quizvraag

Domotica betekent:
A
Robot
B
Automatisering in huis
C
Huishoudster
D
Zelfstandig

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een CVA?
A
Hartinfarct
B
Herseninfarct
C
Hersenbloeding
D
Beroerte

Slide 20 - Quizvraag

Meneer Logister is spastisch
Wat betekent dat?
A
Hij heeft een motorische handicap.
B
Hij heeft een zintuiglijke handicap.
C
Hij heeft een geestelijke handicap.
D
Hij heeft een sociale handicap.

Slide 21 - Quizvraag

Voedingsvezels horen bij een gezond voedingspatroon.
Welke goede eigenschap hebben voedingsvezels?
A
Ze helpen infectieziekten tegengaan.
B
Ze voorkomen verstopping.
C
Ze helpen bij de bloedstolling.
D
Ze verbeteren de nierwerking.

Slide 22 - Quizvraag

Wat is mantelzorg?
A
Zorgen voor een bekende voor geld.
B
Zorgen voor een onbekende voor geld
C
Zorgen voor een bekende onbetaald
D
Zorgen voor iemand als vrijwilliger

Slide 23 - Quizvraag

ZELFZORG
PROFESSIONELE ZORG
MANTELZORG

Slide 24 - Sleepvraag

Je moet een zorgdossier lezen over het gebruik van medicijnen van een cliënt. Wat moet je weten over de medicijnen?
A
Wanneer moeten de medicijnen worden ingenomen?
B
Mag de cliënt de medicijnen weggeven?
C
Hoe zien de medicijnen eruit?
D
Mag de cliënt de medicijnen weggooien?

Slide 25 - Quizvraag

Uit hoeveel regels bestaan de basisregels van EHBO
A
4
B
5
C
2
D
9

Slide 26 - Quizvraag

Wat heb je nodig voor het aanleggen van een wonddrukverband?
A
Snelverband, zwachtel, kleefpleister
B
Hechtpleisters, Zwachtel, mitella
C
Snelverband, Zwachtel, gaasje
D
Snelverband, Synthetische watten, zwachtel, hechtpleister.

Slide 27 - Quizvraag

Welk verband leg je aan bij een verstuiking?
A
drukverband
B
dekverband
C
rekverband
D
snelverband

Slide 28 - Quizvraag

Een vriend van jou is tijdens het voetballen op straat gevallen. Hij heeft een flinke schaafwond en klaagt over pijn aan zijn schouder. Zet de stappen in de juiste volgorde.
stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Je verwijst naar de huisarts ivm schouder
Je neemt een steriel gaasje en ontsmettings middel. 
Je spoelt de wond schoon
Je dekt de wond steriel af met een snelverband
Je dept de wond zachtjes droog

Slide 29 - Sleepvraag

Welk van de onderstaande vakken is het grootst in de schijf van vijf?
A
Eiwitten
B
Vetten
C
Groente/fruit
D
Vocht

Slide 30 - Quizvraag

Welk vak van de schijf van vijf bevat veel koolhydraten?
A
Oranje
B
Blauw
C
Bruin
D
Groen

Slide 31 - Quizvraag

Van welk product heb je het
minste nodig uit de schijf van
vijf?
A
vetten
B
koolhydraten
C
eiwitten
D
vitamines

Slide 32 - Quizvraag

Regel 3 is: stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting. Wat wordt hier met ' beschutting' bedoeld?
A
warme deken
B
uit de zon
C
droge plek
D
kan alledrie

Slide 33 - Quizvraag

Wat is de 2de stap voor EHBO?
A
Help het slachtoffer
B
bel 112
C
let op gevaar van de patient
D
kijk wat er is gebeurt

Slide 34 - Quizvraag


Wat doe je als je een slachtoffer bewusteloos op de grond vindt, naast een trapladder?
A
Je legt het slachtoffer op zijn rug. Je controleert ademhaling en je past de heimlich-greep toe. Je belt 112
B
Je verplaatst het slachtoffer met de Rautek-greep, weg van de ladder. Je controleert de ademhaling en belt 112
C
Je laat het slachtoffer liggen zoals je hem vindt. Je controleert de ademhaling en belt 112
D
Je verplaatst het slachtoffre niet. je legt het slachtoffer in de stabiele zijligging en belt 112

Slide 35 - Quizvraag

Mevrouw Cardoso is gevallen en ze heeft vermoedelijk een gebroken been.
A
Gevallen = objectief Gebroken been = subjectief
B
Objectief
C
Subjectief
D
Gevallen = subjectief Gebroken been = objectief

Slide 36 - Quizvraag

Wat is obstipatie?
A
Diarree
B
Verstopping
C
Benauwdheid
D
Bloedneus

Slide 37 - Quizvraag


Wat betekenen de letters 'ADL' voluit?
A
Algemeen Dagelijks Lopen
B
Andere Dagelijkse levenspatronen
C
Anders Doen Lopen
D
Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen

Slide 38 - Quizvraag

Als je dementie hebt dan....
A
Raak je je geheugen langzaam kwijt
B
Kun je niet meer zo goed lopen
C
Raak je je baan kwijt
D
Dan heb je vaak hoofdpijn

Slide 39 - Quizvraag

Vergeetachtigheid is hetzelfde als dementie
A
Niet waar
B
Waar

Slide 40 - Quizvraag

Dementie is geneesbaar... is dit juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 41 - Quizvraag

Alzheimer
hersenbloeding
kleine pasjes en veel beven
ontstoken gewrichten
Parkinson
Dement
Reuma
CVA

Slide 42 - Sleepvraag

Wat is diabetes?
A
spierziekte
B
bloedarmoede
C
hypo
D
suikerziekte

Slide 43 - Quizvraag

Als iemand suikerziekte/diabetes heeft, wat maakt het lichaam niet aan?
A
Suiker
B
Glycogeen
C
Insuline
D
Glucose

Slide 44 - Quizvraag

Wordt astma en COPD door roken veroorzaakt?
A
Alleen Astma
B
Alleen COPD
C
Beide
D
Geen van Beide

Slide 45 - Quizvraag

Koppel de ziekte aan de juiste symptomen
Benauwdheid, geirriteerde slijmvliezen
Blijvende vermoeidheid, pijn op de borst
Buikpijn en buikkrampen
Problemen met spreken en begrijpen, vergeetachtig
Verdikking of bobbel in het lichaam
Snel buiten adem raken, kortademig zijn en hoesten
Astma
COPD
Dementie
Hart- en vaatziekten
Kanker
Voedselvergiftiging

Slide 46 - Sleepvraag

Hoe zijn welvaartsziekten ontstaan?
A
Doordat er steeds meer medicijnen zijn ontwikkeld
B
Doordat de leefstijl van mensen is veranderd door meer overvloed
C
Doordat kinderen minder zijn gaan buitenspelen
D
Doordat er meer welzijn in Nederland is gekomen.

Slide 47 - Quizvraag

Welk voedingsmiddel mag er bij de volgede diëten niet worden gegeten?
Natriumarm dieet
Energiebeperkt dieet
Glutenvrij dieet
Lactose vrij dieet

Slide 48 - Sleepvraag