les 7, klas 3H2 8-10

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Qu'est-ce qu'on va faire?
- Grammaire I
- les devoirs

Slide 2 - Tekstslide

Grammaire I (p.16)
le présent des verbes réguliers et des verbes pronominaux

=
de tegenwoordige tijd van regelmatige werkwoorden en wederkerende werkwoorden

Slide 3 - Tekstslide

Le présent (herhaling)
-er (ex. danser)
-ir (ex. finir)
-re (ex. attendre)

1. Pak de stam door de laatste 2 letters weg te halen
2. Plak de juiste uitgangen erachter

Slide 4 - Tekstslide

Danser

je danse
tu danses
il/elle/on danse

nous dansons
vous dansez
ils/elles dansent
finir

je finis
tu finis
il/elle/on finit

nous finissons
vous finissez
ils/elles finissent

Slide 5 - Tekstslide

Attendre

j'attends
tu attends
il/elle/on attend

nous attendons
vous attendez
ils/elles attendent
Dus...

Wat is ookalweer het stappenplan?

Slide 6 - Tekstslide

Les verbes pronominaux
de wederkerende werkwoorden

Slide 7 - Tekstslide

Een wederkerend voornaamwoord...
zich + werkwoord
ex. Zich wassen

En français:

se + verbe
ex. se laver 

Slide 8 - Tekstslide

Wat moet je gebruiken bij een wederkerend werkwoord?
- een wederkerend voornaamwoord ( me, te, se, nous, vous, se) + het werkwoord  : je m'amuse bien

- de plek van het wederkerend voornaamwoord komt voor de persoonsvorm of voor het hele werkwoord: 
je me douche        je vais me doucher
- het werkwoord vervoeg je op de normale manier.

Slide 9 - Tekstslide

se laver = zich wassen

je me lave
tu te laves
il/elle/on se lave

nous nous lavons
vous vous lavez
ils/elles se lavent
Vertaling:

ik was me
jij wast je
hij/zij/men wast zich

wij wassen ons
jullie wassen je/ u wast zich
zij wassen zich

Slide 10 - Tekstslide

Donc...
De wederkerende voornaamwoorden, die je voor het werkwoord in de présent zet, zijn:
me
te
se
nous
vous
se
Let op!!! 
- Voor een klinker of een stomme h veranderen me, te en se in m' , t' en s'. -> je m'amuse 
- Bij een ontkenning komt 'ne' meteen na het onderwerp: Je ne m'amuse pas.

Slide 11 - Tekstslide

Et maintenant à vous ...
Traduis:

1. Ik vraag me af of jij komt.
2. Wij wassen ons in de badkamer.
3. Zij vermaken zich niet.

Slide 12 - Tekstslide

1. Je me demande si tu viens.
2. Nous nous lavons dans la salle de bains.
3. Ils/elles ne s'amusent pas.

Slide 13 - Tekstslide

Soms werkwoorden zijn in het Nederlands wel wederkerend maar in het Frans niet:
zich realiseren: réaliser  (se rendre compte weer wel)

Soms zijn werkwoorden in het Frans wel wederkerend maar in het Nederlands niet:
se lever : opstaan (zich optillen)
se promener: wandelen (zich voortbewegen)
se réveiller: wakker worden (zich wakker maken)
se coucher: naar bed gaan (zich naar bed brengen)
s'entraîner: trainen
s'appeler: heten (zich noemen)

Slide 14 - Tekstslide

wederkerende werkwoorden in de passé composé:
hulpwerkwoord: être
je me suis lavé(e)
tu t'es lavé(e)
il s'est lavé
elle s'est lavée
nous nous sommes lavé(e)s
vous vous êtes lavé(e)(s)
ils se sont lavés
elles se sont lavées


Slide 15 - Tekstslide

Traduis:
Zij wassen zich (se laver)

Slide 16 - Open vraag

Vergis jij je? (se tromper)

Slide 17 - Open vraag

Les devoirs
Faire: 31 t/m 33
Apprendre: voca bron I

Slide 18 - Tekstslide