Nederland kiest Tweede Kamer

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoeveel zetels (stoelen) zijn er te verdelen in de Tweede Kamer?

Slide 2 - Woordweb

Hoeveel % van de Nederlanders gaat stemmen?

Slide 3 - Woordweb

Hoeveel partijen doen er dit jaar mee met de verkiezingen?

Slide 4 - Woordweb

Hoe noem je de partijen die in de Tweede Kamer een meerderheid hebben?

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Tekstslide

Waarom zijn de Tweede Kamerverkiezingen dit jaar extra bijzonder?
A
vanwege corona.
B
er doen te veel partijen mee.
C
Rutte gaat zeker weten niet nog eens winnen.
D
Kinderen mogen ook stemmen.

Slide 7 - Quizvraag

Hoeveel % van de mensen gaat stemmen?
A
60
B
70
C
80
D
90

Slide 8 - Quizvraag

Hoeveel partijen doen er dit jaar mee met de verkiezingen?
A
28
B
37
C
41
D
54

Slide 9 - Quizvraag

Khadija Arib is de .......... van de Tweede Kamer
A
partijleider
B
voorzitter
C
minister
D
staatsecretaris

Slide 10 - Quizvraag

Hoe noem je de samenwerkende regeringspartijen?

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Lees regel 1 - 5

Slide 13 - Tekstslide

In de inleiding worden veel bijzondere zaken genoemd. Welke is niet bijzonder?
A
15, 16 en 17 maart gaat NL naar de stembus.
B
iedereen van 18 jaar en ouder mag stemmen.
C
Een recordaantal partijen doen mee.
D
recordaantal vrouwen zijn lijsttrekkers

Slide 14 - Quizvraag

Lees regel 9 - 10

Slide 15 - Tekstslide

Hoeveel partijen gaan een nieuw kabinet (coalitie) vormen?
A
2
B
3
C
meer dan 3
D
staat niet in de tekst.

Slide 16 - Quizvraag

Lees regel 18

Slide 17 - Tekstslide

Vul aan:
Hoe meer stemmen een partij krijgt, hoe groter
A
de kans dat die mag regeren.
B
het aantal zetels wordt bezet.
C
Hoe meer die de baas wordt.
D
hoe meer die betaald wordt.

Slide 18 - Quizvraag

Lees de zin nog eens.
Wat is waar?

Slide 19 - Tekstslide

Wat is waar?
A
Dit is een opsomming.
B
Dit is een tegenstelling.
C
Dit is een oorzaak-gevolg
D
Dit is een waarschuwing.

Slide 20 - Quizvraag

Lees het gedeelte 'campagne'.

Slide 21 - Tekstslide

Wat zijn zwevende kiezers?
A
Kiezers die steeds wisselen van partij.
B
Kiezers die eerst alles lezen en dan stemmen.
C
Kiezers die nog geen idee hebben op wie ze stemmen gaan.
D
Kiezers die tussen 2 partijen twijfelen.

Slide 22 - Quizvraag

Lees: meer vrouwen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Wat hoort op het vraagteken?
A
eerste vrouwelijke president.
B
eerste vrouwelijk minister.
C
Eerste vrouwelijk voorzitter.
D
Eerste vrouwelijk lijsttrekker

Slide 25 - Quizvraag

Lees regel 36

Slide 26 - Tekstslide

In regel 36 staat een signaalwoord.
Welke?

Slide 27 - Open vraag

het signaalwoord 'maar' hoort bij:
A
opsomming
B
tegenstelling
C
waarschuwing
D
oorzaak-gevolg

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Video

SGP
VVD
PVV
CDA
SP
50plus
D66
CU

Slide 30 - Sleepvraag