In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Thema Het huis
wonen:
je huis en je kamer
Slide 1 - Tekstslide
Vandaag:
We gaan kijken, praten en schrijven.
Lesdoel
Ik kan woorden gebruiken over wonen.<div>Ik kan zeggen waar ik woon.</div><div>Ik kan vertellen hoe mijn kamer eruitziet.</div><div>Ik kan vertellen hoe mijn droomhuis eruitziet.</div>
Slide 2 - Tekstslide
Wat zie je?
Slide 3 - Tekstslide
Het huis
Slide 4 - Woordweb
Zinnen oefenen
Zeg samen:
Ik woon in …
Ik woon met …
Mijn kamer is …
In mijn kamer staat …
Slide 5 - Tekstslide
Vul in:
Ik woon in …
Ik woon in een …
Ik woon met …
Het huis heeft … kamers.
Ik vind … fijn.
Ik vind … niet zo fijn.
Praat met elkaar
Waar woon jij?<div>In wat voor soort huis woon jij?<br><div>Met wie woon jij?</div><div>Hoeveel kamers heeft jouw huis?</div><div>Wat vind jij fijn aan jouw huis?</div><div>Wat vind jij niet fijn aan jouw huis?</div></div>
Hoe groot is de kamer?<div>Wat staat er in de kamer?</div><div>Wat hangt er aan de muur?</div><div>Welke kleuren heeft de kamer?</div>
Slide 8 - Tekstslide
Mijn droomhuis
Hoe ziet jouw droomhuis eruit?
Schrijf op:
Schrijf in de <a href="https://classroom.google.com/c/Nzk5Mjg5MjYzODY3/a/MTYyMzMxODE3Mjgz/details">Classroom</a>:<div>Waar is het huis? <div>Wat voor huis is het? </div><div>Groot of klein?</div><div>Wat staat er in de kamer?<div>Wat hangt er aan de muur?</div><div>Welke kleuren zie je?</div><div>Met wie wil je wonen?</div></div></div>
Slide 9 - Tekstslide
Ik kan vertellen hoe mijn droomhuis eruitziet.
😒🙁😐🙂😃
Slide 10 - Poll
Wat kan beter?
Zeg een zin!
Ik vind … lekker.<div>of</div><div>Ik vind … vies.</div>