Taak 1 Beschrijf je huis en je kamer

Thema Het huis
wonen:
 je huis en je kamer
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema Het huis
wonen:
 je huis en je kamer

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag:

We gaan kijken, praten en schrijven.
Lesdoel
Ik kan woorden gebruiken over wonen.
Ik kan zeggen waar ik woon.
Ik kan vertellen hoe mijn kamer eruitziet.
Ik kan vertellen hoe mijn droomhuis eruitziet.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 3 - Tekstslide

Het huis

Slide 4 - Woordweb

Zinnen oefenen
Zeg samen:

Ik woon in …
Ik woon met …
Mijn kamer is …
In mijn kamer staat …

Slide 5 - Tekstslide

Vul in:

Ik woon in …
Ik woon in een …
Ik woon met …
Het huis heeft … kamers.
Ik vind … fijn.
Ik vind … niet zo fijn.
Praat met elkaar
Waar woon jij?
In wat voor soort huis woon jij?
Met wie woon jij?
Hoeveel kamers heeft jouw huis?
Wat vind jij fijn aan jouw huis?
Wat vind jij niet fijn aan jouw huis?

Slide 6 - Tekstslide

Wat zie je?
een bed
een kast
een bureau
kleren
een computer
een spiegel
een gordijn
posters
een plant
een televisie

Slide 7 - Tekstslide

Teken je slaapkamer

Schrijf korte zinnen:

Mijn kamer is groot / klein.
In mijn kamer staat …
Aan de muur hangt …
De kleur is …
Praat met elkaar
Hoe groot is de kamer?
Wat staat er in de kamer?
Wat hangt er aan de muur?
Welke kleuren heeft de kamer?

Slide 8 - Tekstslide

Mijn droomhuis

Hoe ziet jouw droomhuis eruit?

Schrijf op:
Schrijf in de Classroom:
Waar is het huis?
Wat voor huis is het?
Groot of klein?
Wat staat er in de kamer?
Wat hangt er aan de muur?
Welke kleuren zie je?
Met wie wil je wonen?

Slide 9 - Tekstslide

Ik kan vertellen hoe mijn droomhuis eruitziet.
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

Wat kan beter?
Zeg een zin!
Ik vind … lekker.
of
Ik vind … vies.
Duidelijk praten
Vraag stellen
Antwoord geven

Slide 11 - Poll