Het belang van integratieOm goed werkwoorden te kunnen spellen is grammaticale kennis onmisbaar. Het probleem is echter dat veel leerlingen niet direct de link leggen tussen grammatica en spelling; daardoor blijven het twee gescheiden
werelden. Het blijkt effectief om tijdens het inoefenen van de werkwoordspelling voortdurend expliciet de relatie te leggen tussen spelling en grammatica. Het nut van de grammaticale kennis moet expliciet duidelijk gemaakt worden. Bijvoorbeeld: om een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd goed te spellen, moeten de benodigde
grammaticale concepten herhaald worden. Dit betekent dat de leerkracht eerst samen
met de leerlingen nagaat hoe je een werkwoord precies herkent; het werkwoord zegt wat
een mens, dier of ding doet/is of wat er gebeurt. Vervolgens kan de leerkracht aandacht
besteden aan de stam van het werkwoord en aan het verschil tussen de stam en de ikvorm (bijvoorbeeld bij werkwoorden zoals reizen). Leerlingen moeten ook weten hoe je de persoonsvorm kunt vinden en wat onderwerp en getal precies te maken hebben met de persoonsvorm. Pas daarna kunnen leerlingen de regels gaan toepassen: zoek de persoonsvorm – bepaal het onderwerp – vervoeg op de juiste manier. Op deze manier is er veel meer aandacht voor grammatica in relatie tot werkwoordspelling. Meer aandacht voor grammatica alleen of meer oefening in werkwoordspelling zonder expliciete aandacht voor grammatica heeft weinig zin: het gaat om de combinatie tussen beide. Voor de inoefening van spelling is het bovendien zinvol om spelling en schrijfonderwijs te integreren, zodat ook transfer optreedt. Laat leerlingen hun teksten reviseren en
redigeren met aandacht voor spelling en interpunctie (Bonset, 2010). Daarbij kan de leerkracht de leerlingen wijzen op de effecten van afstand en frequentie, zoals hierboven beschreven.