Rotatiepracticum

Rotatiepracticum
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Rotatiepracticum

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Les in 3 groepen (3 x 30 minuten):

1) Proefjes (3 verschillende proefjes)
2) Taal (puzzel / werkblad / lezen)
3) Rekenen (herhaling)

Slide 2 - Tekstslide

Taken
Binnen de groepjes zijn er 3 taken: 

- Voorlezer
- Uitvoerder
- Schrijver

Zorg ervoor dat je bij ieder proefje een andere rol hebt!

Slide 3 - Tekstslide

Regels en afspraken

- Jullie mogen tijdens de proefjes samenwerken en overleggen. 
- Tijdens de wisselingen van les is er tijd voor het toilet.
- Om de leerlingen die met de proefjes bezig zijn zo goed mogelijk te ondersteunen, bewaar je je vragen over taal tot we gaan nabespreken.

Slide 4 - Tekstslide

Zintuigen
Hoe test je jouw zintuigen? 

Proefjes (10 minuten):
1) Kriebelend geluid 
2) Zien in het donker 
3) Welke smaak? 

Slide 5 - Tekstslide

GROEP 1
A
- Eddie 
- Marit 
- Noa 
 
B
- Lars 
- Novi 
- Nina
 
C
- Yurre 
- Max 
- Sabine 

GROEP 2
A
- Zarah 
- Jennifer 
- Lucas 
 
B
- Micha  
- Donate 
- Lev 
 
C
- Fender  
- Yeassin
- Romy 

GROEP 3
A
- Wessel 
- Iris 
- Lisa 
 
B  
- Jay -Lynn  
- Tess  
- Ben 

 
  

Slide 6 - Tekstslide

Pakken
Taal:
Taalpuzzel, werkblad herhaling, taalboek, spellingsboekje, schrift, pen, potlood, etc. en je leesboek. 

Rekenen :
Rekenboek, rekenschrift, liniaal, pen, potlood, etc. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link



Rekenen
Taalpuzzel - hebben jullie de dieren gevonden? 
Zijn er nog vragen over de werkbladen?


Rekenen - zijn er nog vragen over dit blok?

Slide 9 - Tekstslide

Uitleg zien in het donker
Als je vanuit het donker komt, moeten je ogen wennen aan het licht. 
Je pupillen worden dan kleiner. 
Je pupil is een soort gaatje in je ogen, waardoor licht binnenkomt. Als het gaatje groot is, dan kan er veel licht doorheen. In het donker is dat handig, want dan is er niet zoveel licht. Wanneer je met de zaklamp schijnt is er opeens wel veel licht. Om je ogen te beschermen wordt je pupil kleiner, zodat er niet teveel licht door het gaatje komt. 
In het proefje heb je kunnen zien hoe snel het kleiner wordt.

Slide 10 - Tekstslide

Werking oog

Slide 11 - Tekstslide

Uitleg kriebelend geluid
Geluid bestaat uit trillingen. Als je praat gaan die trillingen door de lucht. De trillingen kunnen ook door andere dingen gaan zoals de ballon. Dit kun je bij dit proefje goed voelen. 

Als geluid heel hard is, dan kan het zelfs door je lichaam heen trillen.  De gespannen ballon kun je vergelijken met het trommelvlies in je oor. 

Slide 12 - Tekstslide

Uitleg welke smaak?
Met je tong kun je eigenlijk vijf smaken onderscheiden: zoet, zuur, zout, bitter en umami. De rest van wat we proeven wordt bepaald door onze neus. Je neus is veel gevoeliger en kan meer dan 10.000 geurstoffen van elkaar onderscheiden.  
Als je iemand dus twee verschillende dingen laat proeven die beiden zoet zijn, zal de proefpersoon niet kunnen zeggen wat het is. Deze proef kun je ook met meerdere dingen uitproberen, zorg er wel voor dat de vloeistoffen dezelfde temperatuur en structuur hebben, anders kun je het alsnog raden. 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video