TaalCompleet 3.13

Vandaag leren wij: 
zinnen maken
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vandaag leren wij: 
zinnen maken

Slide 1 - Tekstslide

Zinnen maken
  1. wie of wat 
  2. werkwoord
  3. rest (plaats of tijd)

Ik kom morgen.                  
We moeten naar school.

Slide 2 - Tekstslide

Wie of wat
  1. ik, jij, hij, zij, u, wij, jullie, zij/ze
  2. De man, de vrouw, de opa, de buurvrouw
  3. Fikret, Adeba, Brahim, Lanjin, Azzam...
  4. De hond, de kat, het boek, het huis

De man loopt in het park. > Wie loopt in het park?

Slide 3 - Tekstslide

Werkwoord
Wat doet wie of wat? Lopen, zitten, spreken, kijken, luisteren, praten, koken, maken...

De man loopt in het park. > Wat doet de man in het park?
Brahim kijkt naar het bord. > Wat doet Brahim?

Slide 4 - Tekstslide

Rest: alle andere woorden


De man loopt in het park.
De man = wie of wat
loopt = werkwoord

Brahim kijkt naar het bord.
Brahim = wie of wat
kijkt = werkwoord
Jij gaat naar de markt.
Jij =
gaat =
naar de markt =

De cursist werkt in het boek.
De cursist = 
werkt =
in het boek =


Slide 5 - Tekstslide

We kijken naar de video

Slide 6 - Tekstslide

Lees de zinnen.
Ik loop naar school.
Gracie kijkt naar de docent. 
Wij praten Nederlands.
Erbil is aardig.

Wat is de wie of wat?

Slide 7 - Tekstslide

Wie of wat?
Ik kies een blauwe kast.
A
ik
B
een blauwe
C
kies
D
ik kies

Slide 8 - Quizvraag

Wie of wat?
Hij loopt in het park.
A
loopt
B
park
C
hij
D
in het

Slide 9 - Quizvraag

Wie of wat?
Mijn straat is druk
A
straat
B
is
C
mijn straat
D
druk

Slide 10 - Quizvraag

Wie of wat?
Aya en Ranin lachen in de klas.
A
en
B
Aya en Ranin
C
Aya
D
lachen

Slide 11 - Quizvraag

Wie of wat?
Yasir leest een boek.
A
leest
B
Yasir
C
een boek
D
Yasir leest

Slide 12 - Quizvraag

Wie of wat?
De jongen schrijft met een potlood.
A
de jongen
B
met
C
schrijft
D
een potlood

Slide 13 - Quizvraag

Lees de zin

Ik loop naar school.
Gracie kijkt naar de docent.
Wij praten Nederlands.
Erbil is aardig.

Wat is het werkwoord?

Slide 14 - Tekstslide

Welk woord is het werkwoord?
Ik kies een blauwe kast.
A
ik
B
een blauwe
C
kies
D
ik kies

Slide 15 - Quizvraag

Welk woord is het werkwoord?
Hij loopt in het park.
A
loopt
B
park
C
hij
D
in het

Slide 16 - Quizvraag

Welk woord is het werkwoord?
Mijn straat is druk
A
straat
B
is
C
mijn straat
D
druk

Slide 17 - Quizvraag

Welk woord is het werkwoord?
Aya en Ranin lachen in de klas.
A
en
B
Aya en Ranin
C
Aya
D
lachen

Slide 18 - Quizvraag

Welk woord is het werkwoord?
Yasir leest een boek.
A
leest
B
Yasir
C
een boek
D
Yasir leest

Slide 19 - Quizvraag

Welk woord is het werkwoord?
De jongen schrijft met een potlood.
A
de jongen
B
met
C
schrijft
D
een potlood

Slide 20 - Quizvraag

Lees de zin
Ik loop naar school.
Gracie kijkt naar de docent.
Wij praten Nederlands.
Erbil is aardig.

Wat is de rest?

Slide 21 - Tekstslide

Wat is de rest?
Ik kies een blauwe kast.
A
ik
B
een blauwe kast
C
kies
D
ik kies

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de rest?
Hij loopt in het park.
A
loopt
B
park
C
hij
D
in het park

Slide 23 - Quizvraag

Wat is de rest?
Mijn straat is druk.
A
straat
B
is
C
mijn straat
D
druk

Slide 24 - Quizvraag

Wat is de rest?
Hanan en Zeinab lachen in de klas.
A
in de klas
B
Hanan en Zeinab
C
Hanan
D
lachen

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de rest?
Fayez leest een boek.
A
leest
B
Fayez
C
een boek
D
Fayez leest

Slide 26 - Quizvraag

Wat is de rest?
De jongen schrijft met een potlood.
A
de jongen
B
met
C
schrijft
D
met een potlood

Slide 27 - Quizvraag

Zet de zinnen in de goede volgorde.
Ik / naar school / loop > Ik loop naar school.

Slide 28 - Tekstslide

Ik / naar school / ga / .

Slide 29 - Open vraag

De mensen / koffie / drinken / .

Slide 30 - Open vraag

is / beneden/ De woonkamer / .

Slide 31 - Open vraag

heeft / een nieuwe buurman / Nina / .

Slide 32 - Open vraag

op de derde verdieping / Ali / woont / .

Slide 33 - Open vraag

Maak opdracht 100, 101, 
102 en 103

Klaar? ELO!

Slide 34 - Tekstslide

Schrijf een zin over het plaatje.

Slide 35 - Tekstslide


Slide 36 - Open vraag


Slide 37 - Open vraag


Slide 38 - Open vraag


Slide 39 - Open vraag


Slide 40 - Open vraag

Ik vind deze les:
😒🙁😐🙂😃

Slide 41 - Poll