Hoofdstuk 5: Pythagoras

Hoofdstuk 5: Pythagoras
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5: Pythagoras

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis
  • Het getal keer zichzelf
  • Rekenvolgorde
  • Soorten driehoeken
  • Diagonaal

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8 x 8 =
A
56
B
81
C
64
D
72

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6+(2+3) x 4 =
A
26
B
20
C
44
D
17

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke driehoek zie je hier?
A
Gelijkzijdige driehoek
B
Rechthoekige driehoek
C
Gelijkbenige driehoek
D
Gewone driehoek

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Diagonaal 

Slide 7 - Tekstslide

Lijnstuk tussen twee niet aangrenzende hoeken in een veelhoek,
Leerdoelen paragraaf 5.1
Ik kan kwadrateren.
Ik kan wortel trekken.
Ik weet de nieuwe rekenvolgorde.
Ik kan kwadrateren en worteltrekken met de rekenmachine.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwadraten
4 x 4 = 16 
42 = 4 x 4 = 16

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


62=
A
36
B
12
C
30
D
42

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wortels
Welk getal in het kwadraat is 36?


Of wat is de wortel van 36?

(...)2=......=36
36=

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


400=
A
9
B
20
C
13
D
10

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgorde bewerkingen
Hoe | Komen We | Van De | Onvoldoendes Af?
  • Haakjes
  • Kwadraten / Wortels
  • Vermenigvuldigen / Delen
  • Optellen / Aftrekken

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het antwoord op deze som?
2813624

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het antwoord op deze som?
12+5(63)2

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenmachine
Kwadraattoets 

Worteltoets 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk paragraaf 5.1

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen paragraaf 5.2
Ik weet wat machten zijn.
Ik weet wat de exponent en het grondtal is.
Ik kan machten berekenen met mijn rekenmachine.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Machten
21=2
22=22=4
26=222222=64

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


23
A
9
B
6
C
8
D
4

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenmachine
Machten
  • 6          3 = 6 x 6 x 6 = 216
  • 6          3 = 6 x 6 x 6 = 216

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


57
A
78125
B
16807
C
35
D
25

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk paragraaf 5.2

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen paragraaf 5.3
Ik kan de zijden in een rechthoekige driehoek benoemen.
Ik ken de stelling van Pythagoras.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende zijden 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stelling van Pythagoras

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkschema
  1. Maak het werkschema
  2. Zet een vraagteken voor de zijde die je gaat berekenen
  3. Bereken de kwadraten van de zijden die je weet
  4. Bereken het ontbrekende kwadraat van de zijde 
  5. Bereken de zijde met worteltrekken

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
16
B
41
C
25
D
41

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitwerking

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk paragraaf 5.3
30-39
40-44 morgen na de toets

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen paragraaf 5.4
Ik kan laten zien met behulp van de stelling van Pythagoras of een driehoek een rechthoekige driehoek is.
Ik kan een hulplijn tekenen zodat ik een rechthoekige driehoek krijg.
Ik weet wat een diagonaal is in een kubus of een balk.
Ik kan de lengte van de diagonaal berekenen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechthoekige of niet?

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  1. Als de driehoek rechthoekig is, dan is de langste zijde de schuine zijde.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  1. Als de driehoek rechthoekig is, dan is de langste zijde de schuine zijde.
  2. Maak het werkschema van Pythagoras.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  1. Als de driehoek rechthoekig is, dan is de langste zijde de schuine zijde.
  2. Maak het werkschema van Pythagoras.
  3. Zet het vraagteken achter de plus.
?

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  1. Als de driehoek rechthoekig is, dan is de langste zijde de schuine zijde.
  2. Maak het werkschema van Pythagoras.
  3. Zet het vraagteken achter de plus.
  4. Bereken de kwadraten van de drie zijden en zet ze in het werkschema.
rhz2=3,52=12,25
rhz2=2,52=6,25
sz2=4,52=20,25
+ ?

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  1. Als de driehoek rechthoekig is, dan is de langste zijde de schuine zijde.
  2. Maak het werkschema van Pythagoras.
  3. Zet het vraagteken achter de plus.
  4. Bereken de kwadraten van de drie zijden en zet ze in het werkschema.
  5. Controleer de optelling, als het klopt dan is het een rechthoekige driehoek.
12,25 +6,25 = 18
18,5 is niet gelijk aan 20,25, dus dit is geen rechthoekige driehoek.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is de driehoek met de zijdes 3, 4 en 5 rechthoekig?
A
Nee
B
Ja

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hulplijnen

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies