10.4 hersenen

9.4
De hersenen
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

9.4
De hersenen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen:
10.4.1 Je kunt de delen van de hersenen noemen met hun functies en kenmerken.
10.4.2 Je kunt de invloed van verdovende, stimulerende en bewustzijnsveranderende middelen op het zenuwstelsel beschrijven en de risico’s van het gebruik van verslavende middelen noemen.

Slide 2 - Tekstslide

Wat veroorzaakt de witte kleur van het ruggenmerg?

Slide 3 - Open vraag

Welke zenuwcellen liggen er in het ruggenmerg?

Slide 4 - Open vraag

Aantekening. Pak je schrift

Slide 5 - Tekstslide

planning:
korte terugblik huiswerk,
Kort 10.3 herhalen
uitleg 10.4
aan de slag

Slide 6 - Tekstslide

Wat valt je op aan het rechterplaatje?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Aan de slag!
Pak je boek er bij en ga naar 10.4

maak van 10.4: 1.2.3.5.6.7 (b mag je overslaan)

Slide 10 - Tekstslide

Hoe heet onderdeel 1?
A
Grote hersenen
B
Kleine hersenen
C
Hersenstam

Slide 11 - Quizvraag

Bekijk de afbeelding.
Welke letter geeft
de grote hersenen aan?
A
Letter P
B
Letter Q
C
Letter R
D
Letter S

Slide 12 - Quizvraag

Welk onderdeel van je centrale zenuwstel zorgt ervoor dat je bij tennis een bal kunt terugslaan?
A
Ruggenmerg
B
Hersenstam
C
Kleine hersenen
D
Grote hersenen

Slide 13 - Quizvraag

Grote hersenen
Waarnemingen worden verwerkt: je wordt je bewust van iets

Gevoelscentra: Binnenkomende impulsen worden verwerkt.

Bewegingscentra: Hier ontstaan impulsen.

Slide 14 - Tekstslide

Grijze en witte stof

Grijs (= de schors): Schakelcellen

Wit (= het merg):
 Uitlopers van schakelcellen

Slide 15 - Tekstslide

Kleine hersenen

Regelen:
Coördinatie van bewegingen
Evenwicht

Slide 16 - Tekstslide

Hersenstam
Ligt in het verlengde van het ruggenmerg

Regelt:
onbewuste processen (ademhaling ,hartslag) en reflexen (pupilreflex)

Slide 17 - Tekstslide

Hersenstam
Verbinding:

Tussen hersenen en ruggenmerg.

Met zenuwen die van de zintuigen in hoofd en hals lopen

Met zenuwen die naar spieren en klieren in hoofd en hals lopen



Slide 18 - Tekstslide

De hersenen bestaan uit...
A
Grote hersenen, kleine hersenen en ruggenmerg
B
Grote hersenen, hersenstam en ruggenmerg
C
Kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg
D
Groter hersenen, kleine hersenen en hersenstam

Slide 19 - Quizvraag

Iemand hoort een harde knal en draait zijn hoofd om. In welk deel van de hersenen vindt bewustwording van dit geluid plaats?
A
Grote hersenen
B
Kleine hersenen
C
Hersenschors
D
Hersenstam

Slide 20 - Quizvraag

Sleep de juiste betekenis naar het juiste begrip. 
Grote hersenen 
Kleine hersenen 
Hersenstam
Hersenschors met hersencentra voor waarnemingen, bewegingen en geheugen. 
Coordinatie en evenwicht houden.
Verbindingen tussen de hersenen en het ruggenmerg, onbewuste reacties.

Slide 21 - Sleepvraag

Welke gedeelte van de hersenen ontvangt en verwerkt impulsen?
A
Bewegingscentra van de grote hersenen
B
Gevoelscentra van de grote hersenen
C
Kleine hersenen
D
Hersenstam

Slide 22 - Quizvraag

Welk deel van de hersenen zorgt voor het coördineren van bewegingen?
A
Kleine hersenen
B
Grote hersenen
C
hersenstam
D
hypofyse

Slide 23 - Quizvraag

Welk onderdeel van de hersenen is een verlengde van het ruggenmerg?
A
Grote hersenen
B
Kleine hersenen
C
Hersenstam
D
Bewegingscentrum

Slide 24 - Quizvraag

Als iemand dronken is kan hij niet meer recht lopen. Welk deel van je hersenen functioneert dan niet meer goed?
A
Grote hersenen
B
kleine hersenen
C
hersenstam

Slide 25 - Quizvraag

Bewegingszenuw
schakelcel
ruggenmerg
Gevoelszenuw

Slide 26 - Sleepvraag

Stuurt belangrijke levensfuncties aan zoals hartslag en ademhaling
A
Kleine hersenen
B
Grote hersenen
C
hersenstam
D
hypofyse

Slide 27 - Quizvraag

Als je een geluid waarneemt, komt dat omdat er in een bepaald deel van de hersenen impulsen aankomen.
In welk deel van de hersenen is dat?
A
de hersenstam
B
de grote hersenen
C
het ruggenmerg
D
de kleine hersenen

Slide 28 - Quizvraag

Alcohol heeft invloed op:
A
alleen de grote hersenen
B
alleen de kleine hersenen
C
zowel de grote hersenen als de kleine hersenen
D
niet op de grote hersenen en ook niet op de kleine hersenen

Slide 29 - Quizvraag

Geef aan: juist of onjuist
Door alcohol reageer je sneller
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Alcohol en heroïne zijn...
A
Verdovende middelen (downers)
B
Stimulerende middelen (uppers)
C
Bewustzijnsveranderende middelen (trippers)

Slide 31 - Quizvraag

Energiedrankjes, tabak en XTC zijn...
A
Verdovende middelen (downers)
B
Stimulerende middelen (uppers)
C
Bewustzijnsveranderende middelen (trippers)

Slide 32 - Quizvraag

Paddo's zijn...
A
Verdovende middelen (downers)
B
Stimulerende middelen (uppers)
C
Bewustzijnsveranderende middelen (trippers)

Slide 33 - Quizvraag

Wat zijn kenmerken van verdovende middelen?
A
Geven je een ontspannen gevoel
B
Geven je meer zelfvertrouwen
C
Hartslag en ademhaling worden langzamer
D
Je ziet dingen die er niet zijn

Slide 34 - Quizvraag

Wat zijn kenmerken van stimulerende middelen?
A
Geven je een ontspannen gevoel
B
Geven je meer zelfvertrouwen
C
Hartslag en ademhaling worden sneller
D
Maken je rustig en blij.

Slide 35 - Quizvraag

Wat zijn kenmerken van bewustzijnsveranderende middelen?
A
Bloeddruk gaat omhoog
B
Geven je meer zelfvertrouwen
C
Hartslag en ademhaling worden langzamer
D
Je ziet dingen die er niet zijn

Slide 36 - Quizvraag

Slide 37 - Tekstslide

De hersenen
Hersenen bestaan uit 3 onderdelen:

  • Grote hersenen
  • Kleine hersenen
  • Hersenstam



Slide 38 - Tekstslide