Duitstalige literatuur in de Middeleeuwen

Mittelalter

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Mittelalter

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel

Ik kan uitleggen hoe de Duitstalige literatuur in de Middeleeuwen meeverandert met de samenleving.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen voor jou bij middeleeuwse literatuur?

Gebruik dit als voorkennis-activatie. Verwachte woorden: kerk, klooster, ridders, geloof, liefde, helden, stad, boekdrukkunst.

Historische achtergrond: de Middeleeuwen

  • ca. 500–1500

  • Middeleeuwen: ongeveer 500–1500

  • de samenleving is een standenmaatschappij en is voor een belangrijk deel georganiseerd volgens het feodale stelsel

  • de koning of vorst geeft land in leen aan edelen; in ruil daarvoor zijn zij hem trouw en leveren zij bijvoorbeeld militaire steun

  • onder de adel staan boeren en horigen, die het land bewerken

  • de kerk en geestelijkheid hebben veel macht en invloed

  • kloosters zijn belangrijke centra van kennis en onderwijs

  • vooral geestelijken kunnen lezen en schrijven

  • vanaf ongeveer de 12e eeuw wordt de adel belangrijker voor de literatuur

  • aan hoven ontstaat een ridderlijke en hoofse cultuur

  • in de late Middeleeuwen groeien de steden

  • handel, ambachten en burgerij worden belangrijker

  • rond 1450: boekdrukkunst; rond 1500: overgang naar de Renaissance


Kapstok: Geestelijkheid → Adel → Burgerij

Noem mondeling nog kort: steeds meer mensen leren lezen in de late Middeleeuwen, en naast God komt ook de mens langzaam centraler te staan. Die twee punten verbinden deze slide met de laatste slide.

Historische achtergrond: de Middeleeuwen

  • ca. 500–1500

  • de koning of vorst geeft land in leen aan edelen; in ruil daarvoor zijn zij hem trouw en leveren zij bijvoorbeeld militaire steun

  • onder de adel staan boeren en horigen, die het land bewerken

  • de kerk en geestelijkheid hebben veel macht en invloed

  • kloosters zijn belangrijke centra van kennis en onderwijs

  • vooral geestelijken kunnen lezen en schrijven

  • vanaf ongeveer de 12e eeuw wordt de adel belangrijker voor de literatuur

  • aan hoven ontstaat een ridderlijke en hoofse cultuur

  • in de late Middeleeuwen groeien de steden

  • handel, ambachten en burgerij worden belangrijker

  • rond 1450: boekdrukkunst; rond 1500: overgang naar de Renaissance


Kapstok: Geestelijkheid → Adel → Burgerij

Noem mondeling nog kort: steeds meer mensen leren lezen in de late Middeleeuwen, en naast God komt ook de mens langzaam centraler te staan. Die twee punten verbinden deze slide met de laatste slide.

Historische achtergrond: de Middeleeuwen

  • ca. 500–1500

  • kloosters zijn belangrijke centra van kennis en onderwijs

  • vooral geestelijken kunnen lezen en schrijven

  • vanaf ongeveer de 12e eeuw wordt de adel belangrijker voor de literatuur

  • aan hoven ontstaat een ridderlijke en hoofse cultuur

  • in de late Middeleeuwen groeien de steden

  • handel, ambachten en burgerij worden belangrijker

  • rond 1450: boekdrukkunst; rond 1500: overgang naar de Renaissance


Kapstok: Geestelijkheid → Adel → Burgerij

Noem mondeling nog kort: steeds meer mensen leren lezen in de late Middeleeuwen, en naast God komt ook de mens langzaam centraler te staan. Die twee punten verbinden deze slide met de laatste slide.

Historische achtergrond: de Middeleeuwen

  • ca. 500–1500

  • in de late Middeleeuwen groeien de steden

  • handel, ambachten en burgerij worden belangrijker

  • rond 1450: boekdrukkunst; rond 1500: overgang naar de Renaissance

Kapstok: Geestelijkheid → Adel → Burgerij

Noem mondeling nog kort: steeds meer mensen leren lezen in de late Middeleeuwen, en naast God komt ook de mens langzaam centraler te staan. Die twee punten verbinden deze slide met de laatste slide.

Drei Perioden der Literatur


| Frühes Mittelalter | die Geistlichen | geistliche Literatur |

| Hohes Mittelalter | der Adel | Ritterepen, Heldenepen, Minnesang |

| Spätes Mittelalter | das Bürgertum | Volksbücher, Schwänke |


Die Literatur verändert sich mit der Gesellschaft.

Gebruik deze slide als overzichtelijke kapstok: niet alle titels hoeven leerlingen uit het hoofd te kennen, maar wel de koppeling tussen periode, groep en literaire vorm.

Welke volgorde past bij de maatschappelijke kapstok?

A

Burgerij → Adel → Geestelijkheid

B

Geestelijkheid → Adel → Burgerij

C

Adel → Geestelijkheid → Burgerij

D

Adel → Burgerij → Geestelijkheid

Controleert de hoofdstructuur van slide 2 en 3: literatuur verschuift van kerk naar hof naar stad.

Vul de kernwoorden in

Im frühen Mittelalter schreiben vor allem Geistliche Texte. Typisch sind Gebete und biblische Geschichten. Das Ziel ist, den christlichen Glauben zu erklären.

Geistliche
Gebete
Glauben
Adel
Minnesang
Liebe
Schwänke

Sluit direct aan op de slides over die Geistlichen. Alleen kernbegrippen invullen.

Die Geistlichen

  • Viele Menschen können nicht lesen und schreiben.

  • Vor allem Mönche und Geistliche schreiben Texte.

  • Typisch sind religiöse Geschichten, Gebete, Lieder und biblische Texte.

  • Ziel: den christlichen Glauben erklären und Menschen lehren, wie sie leben sollen.

Deze slide heeft geen instructies

Der Adel

  • An den Höfen entsteht eine neue Literatur.

  • Ritterepos: Abenteuer, Mut, Ehre, Treue

Beispiele: Parzival, Tristan

  • Heldenepos: Helden, Kämpfe, Treue, Rache

Beispiel: Das Nibelungenlied

  • Minnesang: Lieder über Liebe

Beispiel: Walther von der Vogelweide

Deze slide heeft geen instructies

Der Adel: Ziel der Literatur

  • Literatur soll unterhalten.

  • Sie zeigt höfische Ideale:

Ehre, Treue, Mut und Liebe.

  • Oft steht ein ideales Bild des höfischen Lebens im Mittelpunkt.

Licht eventueel kort toe dat 'höfisch' verwijst naar het leven aan het hof.

Welke vorm hoort bij de adel?

A

Volksbuch

B

Gebet

C

Minnesang

D

Evangelium

De afleiders komen uit de andere blokken: geestelijke literatuur en burgerlijke literatuur.

Vul de vormen aan

Am Hof entsteht neue Literatur. Im Ritterepos erleben Ritter Abenteuer. Das Heldenepos erzählt von Helden und Kämpfen. Der Minnesang bringt oft Lieder über Liebe.

Ritterepos
Heldenepos
Minnesang
Volksbuch
Schwank
Gebet
Kloster

Checkt of leerlingen de drie vormen van adel-literatuur uit elkaar houden.

Das Bürgertum

  • Die Städte werden größer.

  • Kaufleute und Handwerker werden wichtiger.

  • Immer mehr Menschen können lesen.

  • Literatur handelt häufiger von normalen Menschen und ihrem Alltag.

Deze slide heeft geen instructies

Volksbücher und Schwänke

  • spannend

  • lustig

  • manchmal kritisch

  • einfacher geschrieben


Beispiele:

  • Till Eulenspiegel

  • Geschichten um Faust

Ziel: unterhalten, menschliche Schwächen zeigen, manchmal Kritik an der Gesellschaft üben.

Deze slide heeft geen instructies

Das Ende des Mittelalters

  • Johannes Gutenberg

um 1450: Buchdruck

Bücher werden schneller und billiger.

  • Mehr Menschen können Texte lesen.

Noem mondeling dat Luther formeel al in de nieuwe tijd valt, maar dat zijn bijbelvertaling goed laat zien hoe taal, geloof en maatschappij veranderen.

Das Ende des Mittelalters


  • Martin Luther gehört nicht mehr echt zum Mittelalter, ist aber wichtig für den Übergang.

1522: Neues Testament

1534: ganze Bibel auf Deutsch

  • Wichtig für die Entwicklung der deutschen Sprache.

Mittelalter: Gott steht im Mittelpunkt.

Renaissance: Auch der Mensch bekommt eine zentrale Rolle.


Mittelalter → Renaissance

Noem mondeling dat Luther formeel al in de nieuwe tijd valt, maar dat zijn bijbelvertaling goed laat zien hoe taal, geloof en maatschappij veranderen.

Das Ende des Mittelalters


Mittelalter: Gott steht im Mittelpunkt.

Renaissance: Auch der Mensch bekommt eine zentrale Rolle.


Mittelalter → Renaissance

Noem mondeling dat Luther formeel al in de nieuwe tijd valt, maar dat zijn bijbelvertaling goed laat zien hoe taal, geloof en maatschappij veranderen.

Welke beschrijving past het best bij Volksbücher en Schwänke?

A

religieus en plechtig

B

heldhaftig en hoofs

C

eenvoudig en kritisch

D

latijns en geleerd

De juiste optie vat de kern van slide 9 samen: spannend/lustig, soms kritisch, eenvoudiger geschreven.

Maak de overgang compleet

Um 1450 macht Gutenberg den Buchdruck mit beweglichen Lettern möglich. Bücher werden schneller und billiger. Luther ist wichtig für den Übergang in eine neue Zeit.

1450
Lettern
Luther
1500
Ritter
Klöster
Minnesang

Verbindt het burgerij-/eindblok met de overgang naar de Renaissance.

Begriffe

Geistliche - mensen van de kerk, zoals monniken en priesters

geistliche Literatur - religieuze teksten uit het vroege Middelhoogduitse gebied

Adel - de adellijke stand rond hof en ridders

Ritterepos - verhaal over ridderlijke avonturen en idealen

Heldenepos - episch verhaal over helden, strijd en trouw

Minnesang - hoofse liedkunst over liefde

Bürgertum - stedelijke burgerij van kooplieden en ambachtslieden

Deze slide heeft geen instructies

Begriffe

Volksbuch - populair verhaal voor een breder publiek

Schwank - kort, grappig en vaak kritisch verhaal

höfisch - behorend bij het leven aan het hof

bewegliche Lettern - losse drukletters die opnieuw gebruikt kunnen worden

Renaissance - periode waarin naast God ook de mens centraler komt te staan

Deze slide heeft geen instructies