Herhalen 33 41 42

Economie Havo-3
- Herhalen van paragraaf 3.3 + maken zelftest 3.3
- Herhalen van paragraaf 4.1 + 4.2, door het maken van de zelftesten.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Economie Havo-3
- Herhalen van paragraaf 3.3 + maken zelftest 3.3
- Herhalen van paragraaf 4.1 + 4.2, door het maken van de zelftesten.

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen 3.3
-Je weet wat rechtspersonen en natuurlijke personen zijn
- Je kunt de kenmerken van de verschillende ondernemingsvormen (of rechtsvormen) toelichten.
- Je kunt de brutowinst van een zzp'er na belastingaftrek berekenen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Van welke ondernemingsvorm is hier sprake?
Geef een toelichting van minimaal 10 woorden.

Slide 4 - Open vraag

Welke ondernemingsvormen ken je?

Slide 5 - Open vraag


Van welke ondernemingsvorm is sprake? Verklaar je antwoord!
Gebruik de bron

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Aan de slag...
Maken zelftest 3.3 +
bestuderen schema kenmerken ondernemingsvormen
timer
15:00

Slide 8 - Tekstslide

Herhalen 4.1 en 4.2

Slide 9 - Tekstslide

Start van een eigen bedrijf

Financieel plan

  • I investeringsbegroting

     wat heb je nodig?

  • II resultatenbegroting

    wat ga je verdienen?

  • III financieringsplan

     waar betaal je alles van?

Slide 10 - Tekstslide

Investeringsbegroting.

Slide 11 - Tekstslide

Resultatenbegroting (of W&V)
  • Omzet
  • Inkoopwaarde van de omzet (ingekocht ijs, ingrediënten)
  • Brutowinst = Omzet - Inkoopwaarde van de omzet
  • Bedrijfskosten (huur, lonen, rente, afschrijving, energie)
  • Nettowinst = Brutowinst = bedrijfskosten

Slide 12 - Tekstslide

Resultatenbegroting
Omzet ( 10.000 x € 3,95 ) =                 € 39.500,-
Inkoopwaarde ( 10.000 x € 2,50 ) = € 25.000,-
                                                                        € 14.500,-
Overige kosten                                            € 6.000,-
Winst                                                               € 8.500,-

Slide 13 - Tekstslide

Berekening van de winst
Omzet (exclusief btw)
Inkoopwaarde van de omzet  –
Brutowinst 
Bedrijfskosten -
Nettowinst / bedrijfsresultaat 


Bij de berekeningen wordt btw buiten beschouwing gelaten. Deze moeten we afdragen/terugkrijgen van de overheid en heeft dus geen invloed op de hoogte van de winst.

verkooprijs exclusief btw x afzet

Slide 14 - Tekstslide


Financieringsplan:


Eigen vermogen

Vreemd vermogen

* lening bank

* lening ouders

---------------------  +

Totale financieringsbehoefte

Slide 15 - Tekstslide

De balans is altijd in evenwicht!
Investeringsplan
Financieringsplan
Liquide Middelen

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag...
Maken zelftest 4.1 + 4.2

timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide