H2 Geschiedenis in tijd, ruimte en samenleving - deel 1 tijd

H2 Geschiedenis in tijd, ruimte en samenleving 

DEEL 1: TIJD


HISTORISCH REFERENTIEKADER
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H2 Geschiedenis in tijd, ruimte en samenleving 

DEEL 1: TIJD


HISTORISCH REFERENTIEKADER

Slide 1 - Tekstslide

historisch referentiekader
=
TIJD (Wanneer?)
MAATSCHAPPELIJK DOMEIN (Wat? Waar gaat het over?)
RUIMTE (Waar?)
We situeren elke gebeurtenis in het

Slide 2 - Tekstslide

Tijd
Wanneer iets gebeurt / gebeurde.

We verdelen de Europese geschiedenis in 7 tijdvakken

Slide 3 - Tekstslide

Ruimte
De plaats waar iets gebeurt / gebeurde.


Slide 4 - Tekstslide

Maatschappelijke domeinen

Het menselijk gedrag, al wat mensen doen/deden en hoe ze samen leven/leefden kunnen we ordenen in 4 domeinen.

Slide 5 - Tekstslide

Scharniermomenten

  • einde prehistorie: uitvinding schrift in 3500 v.C.
  • einde oude Nabije Oosten:bloei Griekse poleis en stichting Rome
  • einde klassieke oudheid: val van West-Romeinse Rijk (476)
  • einde middeleeuwen:  uitvinding boekdrukkunst, ontdekking Amerika,...
  • einde vroegmoderne tijd: Franse revolutie
  • einde moderne tijd: einde WO II
Tijdvakken 
(vanbuiten kennen!)

Slide 6 - Tekstslide

Welk tijdvak wordt hier afgebeeld?
A
Vroegmoderne Tijd
B
Moderne Tijd
C
Hedendaagse Tijd

Slide 7 - Quizvraag

Welk tijdvak wordt hier afgebeeld?
A
Klassieke Oudheid
B
Middeleeuwen
C
Vroegmoderne Tijd
D
Moderne Tijd

Slide 8 - Quizvraag

Welk tijdvak wordt hier afgebeeld?
A
Oude Nabije Oosten
B
Klassieke Oudheid
C
Middeleeuwen
D
Vroegmoderne Tijd

Slide 9 - Quizvraag

Welk tijdvak wordt hier afgebeeld?
A
Prehistorie
B
Oude Nabije Oosten
C
Klassieke Oudheid
D
Middeleeuwen

Slide 10 - Quizvraag

Welk tijdvak wordt hier afgebeeld?
A
Middeleeuwen
B
Vroegmoderne Tijd
C
Moderne Tijd
D
Hedendaagse Tijd

Slide 11 - Quizvraag

Meten om te weten

Werken en rekenen met tijd

Slide 12 - Tekstslide

Eenheden van tijd

Slide 13 - Tekstslide

De tijd die de aarde nodig heeft om rond te zon draaien
A
dag
B
jaar
C
decennium
D
week

Slide 14 - Quizvraag

Periode van 1000 jaar
A
eeuw
B
decennium
C
millennium
D
generatie

Slide 15 - Quizvraag

Periode die de aarde nodig heeft om rond haar eigen as te draaien
A
dag
B
week
C
jaar
D
decennium

Slide 16 - Quizvraag

Periode van 100 jaar
A
decennium
B
eeuw
C
millennium
D
generatie

Slide 17 - Quizvraag

Groep mensen die rond dezelfde tijd geboren zijn
A
leven
B
generatie
C
volk

Slide 18 - Quizvraag

Eenheden van tijd

Slide 19 - Tekstslide

Chronologisch rangschikken
Gebeurtenissen ordenen in de volgorde waarin ze gebeurden:

= de langst geleden gebeurtenis eerst, de meest recente gebeurtenis laatst.

Slide 20 - Tekstslide

Rekenen met eeuwen
  • Een eeuw is een periode van honderd jaar. 
  • Wij tellen onze jaren en eeuwen volgens de christelijke jaartelling. Dit wil zeggen dat we beginnen tellen vanaf de geboorte van Christus.
  • Dit beginjaar noemen we het jaar 1: het jaar 0 bestaat immers niet!
  • De eerste eeuw is dus de eerste keer honderd jaar en gaat dus van 1       januari 1 tot 31 december 100.
  • Jaren, eeuwen en millennia voor het jaar 1 worden aangeduid met v.C.
  • De 2de eeuw v.C. begon op 1 januari 200 v.C. en eindigde op 31 december 101 v.C





Slide 21 - Tekstslide

Rekenen met eeuwen

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Rekenen met eeuwen voor Christus

Slide 24 - Tekstslide

Hoeveel eeuwen zijn samen duizend jaar?
A
10 eeuwen
B
1 eeuw
C
100 eeuw

Slide 25 - Quizvraag

500 jaren = .............. eeuwen
A
10
B
1
C
2
D
5

Slide 26 - Quizvraag

In welke eeuw valt het jaar 1989?
A
19de
B
18de
C
20ste
D
89ste

Slide 27 - Quizvraag

In welke eeuw valt het jaar 1574?
A
16de
B
15de
C
14de
D
74ste

Slide 28 - Quizvraag

In welke eeuw leven we nu?
A
20ste eeuw
B
21ste eeuw
C
22ste eeuw
D
1ste eeuw

Slide 29 - Quizvraag

In welke eeuw ligt het jaar 800?
A
8ste eeuw
B
9de eeuw
C
80ste eeuw
D
7de eeuw

Slide 30 - Quizvraag

In welke eeuw ligt het jaartal 115?
A
1e eeuw
B
2e eeuw
C
3e eeuw
D
4e eeuw

Slide 31 - Quizvraag

In welke eeuw situeren we het jaar 3500 v.C.?
A
35e eeuw v.C.
B
36e eeuw v.C.

Slide 32 - Quizvraag

In welk eeuw ligt het jaartal 1648?
A
16de eeuw
B
17de eeuw
C
18de eeuw
D
15de eeuw

Slide 33 - Quizvraag

In welke eeuw ligt het jaar 1599?
A
14de eeuw
B
15de eeuw
C
16de eeuw
D
17de eeuw

Slide 34 - Quizvraag

In welke eeuw ligt het jaar 901?
A
8ste eeuw
B
9de eeuw
C
10de eeuw
D
11de eeuw

Slide 35 - Quizvraag

In welke eeuw ligt het jaar 89?
A
8ste eeuw
B
9de eeuw
C
1ste eeuw
D
0de eeuw

Slide 36 - Quizvraag

In welke eeuw situeer je 1788 v.C.?
A
1e eeuw v.C.
B
16ste eeuw v.C.
C
17e eeuw v.C.
D
18e eeuw v.C.

Slide 37 - Quizvraag

Wat is een millennium?
A
Een periode van 1 jaar.
B
Een periode van 10 jaar.
C
Een periode van 100 jaar.
D
Een periode van 1000 jaar.

Slide 38 - Quizvraag

Uit hoeveel tijdvakken bestaat onze tijdlijn?
A
6
B
8
C
7
D
5

Slide 39 - Quizvraag

Jaartellingen / tijdrekeningen
Christelijke tijdrekening
start in het jaar 1 met de geboorte van Jezus Christus
Joodse tijdrekening
start in het jaar 3760 v.C. met de schepping van de aarde volgens de Joden
Islamitische tijdrekening
start in het jaar 622 met de vlucht van Mohammed uit Mekka naar Medina
Wij gebruiken de christelijke tijdrekening, deze wordt ook algemeen aanvaard.

Slide 40 - Tekstslide

Christelijke jaartelling
Joodse jaartelling
Islamitische jaartelling
Jaar 622
Jaar 1
Jaar 3760 v.C.
Geboorte van Jezus Christus
Vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina
Schepping van de wereld

Slide 41 - Sleepvraag