Keukenassistent hoofdstuk 3.8 allergenen en speciale wensen

Wat gaan we doen?
  • korte terugblik vorige les (quizvragen)
  • nieuwe lesstof over allergenen en speciale wensen   
                                                                                                     
  • quizvragen over de nieuwe lesstof
  • Differentatie
  • Instructiedeel KAS en BAS (differentatie)
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
HorecaPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen?
  • korte terugblik vorige les (quizvragen)
  • nieuwe lesstof over allergenen en speciale wensen   
                                                                                                     
  • quizvragen over de nieuwe lesstof
  • Differentatie
  • Instructiedeel KAS en BAS (differentatie)

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
  • Je kan van allergenen benoemen in welk product ze voorkomen
  • Je kunt de speciale wensen van klanten begrijpen

Slide 2 - Tekstslide

Hoe heet de bacterie die voorkomt in rauwe kip of eieren?
A
E.coli-bacterie
B
salmonella

Slide 3 - Quizvraag

Welke maatregel helpt niet tegen kruisbesmetting?
A
handen wassen bij het gebruik van een nieuw product
B
alles afgedekt en in bakken bewaren
C
de rand van een bord schoonvegen met een doek
D
schoon materiaal gebruiken voor ieder nieuw product

Slide 4 - Quizvraag

Wat is kruisbesmetting?

A
de verspreiding van bacteriën van het ene product naar het andere.
B
het ziek worden van het eten van besmet voedsel.

Slide 5 - Quizvraag

Welke snijplank hoort bij welk product?
Groente en fruit
kip en gevogelte
gegaard vlees
brood en kaas
rauw vlees
vis, schaal- en schelpdieren

Slide 6 - Sleepvraag

een product met een THT datum, mag je na die datum .....
A
wel nog eten, als het oké is. (kijk, ruik, proef)
B
niet meer eten

Slide 7 - Quizvraag

THT betekent
A
toch goed tot
B
tenminste houdbaar tot
C
te houden tot
D
te gebruiken tot

Slide 8 - Quizvraag

een product met een TGT datum, mag je na die datum .....
A
wel nog eten, als het oké is. (kijk, ruik, proef)
B
niet meer eten

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Allergenen
Allergeen = een stof waarop je allergisch kunt reageren.
Bijvoorbeeld stofjes in eten.

Is het gevaarlijk? 
Ja! lichte klachten zijn jeuk of bultjes. Maar ook ernstige klachten zoals opzwellen van keel, bewusteloosheid en zelfs dood kunnen gevolgen zijn.

Slide 11 - Tekstslide

Er zijn wel 1000 allergenen. Voor werken in de horeca zijn er 8 de belangrijkste.
  • ei 
  • melk
  • vis
  • pinda's
 
Welke allergenen?
Er zijn er wel 1000. 
Voor de horeca moeten wij de 8 belangrijkste voedselallergenen kennen.
 
  • ei
  • melk
  • vis
  • pinda's 
  • noten
  • schaaldieren
  • gluten
  • soja 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide



Even een paar quizvragen!

Slide 18 - Tekstslide

Iemand met een voedselallergie
stelt zich aan.
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quizvraag

Gluten komen voor in....
A
brood
B
koekjes
C
pasta
D
Alle drie zijn goed

Slide 20 - Quizvraag

Gluten komen voor in....
A
Tarwe
B
Aardappelen
C
Groenten
D
Vlees

Slide 21 - Quizvraag

Een noten-allergie kan levensgevaarlijk zijn.
A
Ja klopt
B
Nee, het valt mee

Slide 22 - Quizvraag

Voedselallergie is......
A
Vorm van overgevoeligheid
B
Klacht over de smaak
C
Klachten over voeding
D
Is een ingrediënt

Slide 23 - Quizvraag

Een schaaldier is een....
A
krab
B
Garnaal
C
Kreeft
D
Alle drie antwoorden zijn goed

Slide 24 - Quizvraag

Bij Voedsel-intolerantie komen de symptomen.......
A
Langzaam
B
Snel

Slide 25 - Quizvraag

Welke is een allergeen?
A
Ei
B
Melk
C
Pinda's
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 26 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk dat de allergenen op het etiket vermeld staan
A
Dat is verplicht volgens het Voedingscentrum
B
Dat is belangrijk voor mensen met een allergie
C
Dat heeft de overheid bepaald

Slide 27 - Quizvraag

welke allergeen zit er in satésaus?
A
Aardappel
B
Pinda
C
Avocado
D
Knolsoort

Slide 28 - Quizvraag

allergie voor geitenkaas welke allergeen is dit
A
gluten
B
melk
C
pinda
D
schaaldieren

Slide 29 - Quizvraag

En nu aan de slag!

Slide 30 - Tekstslide