V3 Schrijfvaardigheid 5: dialogen


Welkom V3T!


Schrijfvaardigheid 5: dialogen
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Welkom V3T!


Schrijfvaardigheid 5: dialogen

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  1. Schrijfvaardigheid 5: dialogen
  2. Iets leuks
  3. Afsluiting en vooruitblik

Slide 2 - Tekstslide

Schrijfvaardigheid 5: dialogen

Doel: Je leert wat de directe en indirecte reden is en wat parafraseren is. 



Slide 3 - Tekstslide

Schrijfvaardigheid 5: dialogen
Directe rede = je geeft letterlijk de woorden weer van degene die spreekt en die plaats je tussen aanhalingstekens.

Claudine zei: 'Morgen wil ik eindelijk uitslapen.'

Slide 4 - Tekstslide

Welke zin staat er in de directe rede?
A
Mijn vader zegt dat hij morgen thuiskomt.
B
Mijn moeder roept: 'Kom direct thuis!'
C
Het meisje vertelt mij dat ze morgen jarig is.
D
Simon vertelde mij dat hij gister ziek was.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de juiste directe rede bij de zin?

Ik vraag of we het journaal gaan kijken.
A
Ik vraag: gaan we het journaal kijken?
B
Ik vraag "Gaan we het journaal kijken?"
C
Ik vraag: "Gaan we het journaal kijken?"

Slide 6 - Quizvraag

Schrijfvaardigheid 5: dialogen
Indirecte rede = je geeft niet letterlijk de gesproken woorden weer, maar je maakt hier een bijzin van, deze staat niet tussen aanhalingstekens. 

Claudine zei dat ze morgen eindelijk wilde uitslapen.

Slide 7 - Tekstslide

Welke zin staat in de indirecte rede?
A
Mijn moeder zegt dat ik groente moet eten.
B
Mijn moeder zegt: 'Je moet groente eten!'
C
'Stop, politie!', hoor ik achter me.
D
'Ach, wat schattig!', zegt mijn oma.

Slide 8 - Quizvraag

Welke zin staat in de indirecte rede?
A
De vrouw zei: "Nooit."
B
Ik heb gezegd dat ik dat niet zou doen.
C
De leraren zeiden:"Dat doen we."
D
De scheikundige zegt:"Dat klopt helemaal."

Slide 9 - Quizvraag

Schrijfvaardigheid 5: dialogen
Parafraseren = je geeft in je eigen woorden weer wat iemand ongeveer gezegd heeft.

Claudine wilde morgen eindelijk eens uitslapen. 

Slide 10 - Tekstslide

Parafraseer de volgende zin:
'Dat vind ik echt een enorme rotstreek van je!', schreeuwde Hannah.

Slide 11 - Woordweb

Ruim je spullen op.
Maak teams van 4. 
Pak een pen.
Verzin een teamnaam.

Slide 12 - Tekstslide

Afsluiting en vooruitblik
Volgende les: maandag 9 januari
  • Huiswerk: -
  • Meenemen: LAPTOP, boek, leesboek, schrift en pen​
  • Programma: herhaling leesvaardigheid 3 en 4


Slide 13 - Tekstslide