Thema 2 les 4 2223

Natuurbeleving
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuur en TechniekHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Natuurbeleving

Slide 1 - Tekstslide

Wat is buiten jouw lievelingsplek?
Heb je wel eens stilletjes vanuit een Schuilhut wild bespied?
Kijk je uit naar de tijd dat je bramen kunt plukken?
Geniet je ervan om kinderen buiten te zien spelen met hun schaduw of reuzezeepbellen?
Griezel je als je sterk uitvergrote beelden van kriebelbeestjes ziet?
Al deze voorbeelden worden beleving genoemd. Bij deze emotionele betrokkenheid speelt behalve hoofd en handen ook het hart mee.
Beleving heeft invloed op het leren, en juist N&T heeft veel mogelijkheden voor betrokkenheid en dus voor boeiend en effectief onderwijs.

Sommige leerkrachten denken dat natuurbeleving vanzelf ontstaat als de leerlingen in de klas of buiten iets doen met natuur, en dat beleving van techniek vooral plaatsvindt met hightech. Maar beleving van natuur en techniek gebeurt pas in situaties waarbij activiteiten gevoelens losmaken, en dat gebeurt niet altijd. Sta jij er als leerkracht bij stil hie je de beleving van Natuur en techniek doelbewust kunt bevorderen?
Jouw begeleiding hierin is dus van belang
Hoe beleven jullie de natuur?
Hoe is dat op stage?
Mogen de kinderen vies worden? Moeten ze schoon blijven?

Goed onderwijs in natuur en techniek speelt zich af in een klimaat waarin belevcing ontstaat. Waarin ruimte is voor verstand en gevoel. Beleven is een sterk associatieve vorm van leren. De omstandigheden warain de activiteit plaats vindt beinvloed de beleving en de leeropbrengst vaak nog sterker dan d evraag die je stelt of d eopdarcht die je geeft. 



Lesdoel van LES 4
Aan het eind van deze les: 
- Heb je stageopdracht 2 besproken.
- Ken je het belang van natuurbeleving voor de ontwikkeling van de kleuter.
- Heb je inspiratie gekregen om buitenonderwijs te geven en de natuurbeleving te stimuleren.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?
Binnen:
1) Stageopdracht 2: Grote kring nabespreken
2) Natuurbeleving
Buiten:
3) 4 opdrachten
Binnen:
4) Tentoonstelling
5) Afronding

Slide 3 - Tekstslide

Zet deze dingen kort op het bord. Daarmee worden ze zich bewust van het belang van een planbord
1) Stageopdracht 2: Nabespreken

Slide 4 - Tekstslide

Heeft iemand hem al gedaan? 
Hoe is dat gegaan? 



2) Natuurbeleving

Slide 5 - Tekstslide

Hoe beleven jullie de natuur? 
Gaan jullie weleensnaar buiten met je bloten voeten in het zand? 
Hoe is dat op school? 


-Wat is buiten jouw lievelingsplek?
- Heb je wel eens stilletjes vanuit een schuilhut wild bespied?
- Kijk je uit naar de tijd dat je bramen kunt plukken? 
- Geniet je ervan om kinderen buiten te zien spelen met hun schaduw of reuzezeepbellen? 
- Griezel je als je sterk uitvergrote beelden van kriebelbeestjes ziet?

Al deze voorbeelden worden beleving genoemd. 
Bij deze emotionele betrokkenheid speelt behalve hoofd en handen ook het hart mee.

Beleving heeft invloed op het leren

Hoe?
Bespreek: - Welke boek?
                      - Waar ging het boek over?
                      - Welk ontwerpprobleem was er?
                      - Hoe zag de mindmap eruit?
                      - Hoe vond je dat het ging
                      - Luisterde de kids goed?
                      - vonden de kids het interessant?
                      - Wilden de kids graag meer weten
                         of er langer mee aan de slag?
                      - Zo ja, hoe zou je dit kunnen doen?

Slide 6 - Tekstslide

instructie in didactische route sharepoint
Voordelen van natuurbeleving
De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar de betekenis
van natuurbeleving voor kinderen. Daaruit blijkt dat er legio
voordelen zijn, onder meer op het gebied van leren, gezondheid,
emotioneel welbevinden en sociale vaardigheden. 

Zaken die
voor een kind van groot belang zijn om zich te ontwikkelen tot
verantwoordelijke burger.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Link

aanleiding; buiten spelen is goed voor kinderen; redenen op deze pagina.
Bespreken; wat is de meerwaarde van buitenspelen?
Een manier om meer buiten te spelen is om natuurbeleving een plekje te geven in het buiten spelen.
didactieken NT
1. Didactiek van onderzoekend leren: gericht op het ontdekken van antwoorden op vragen. (les 1/2)
2. Didactiek van ontwerpend leren: ontwerpen van  oplossingen voor problemen (les 3)
3. Didactiek van ontmoeten: gericht op natuurbeleving m.b.v. zintuigen/ gevoel (les 4)
4. Didactiek van keuzes maken: waardenvorming t.a.v. burgerschap; goed zijn voor jezelf, andere mensen, de levende natuur en de planeet. (les 2, weerbaarheid, genderdiversiteit)

Slide 9 - Tekstslide

Didactiek van verwondering en de beleving vabnde natuur. 

Slide 10 - Tekstslide

Want weten we nog van onderwijskunde. 

NAtuurbeleving geeft hier ruimte voor. !Het beleven van d enatuur!

Als we denken aan leuters Hoe ontwikkelen kleuters zich het beste. ​
TErug naar onderwijskunde van een paar weken geleden. ​
Op welke gebieden kunnen zij zich dan ontwikkelen? ​
Brouwers beschrijft in haaar boek een anatal manieren om de ontwikkeling te stimuleren. Ook vorig eweek hebben we het er over gehad. ​
Onderwijs kan een bijdrage leveren aan het optimaliseren van ontwikkelingsmogelijkheden van jonge kinderen, mits er rekening wordt gehouden met de manier waarop zij zich ontwikkelen en leren. Jonge kinderen ontwikkelen zich het best:​
Als ze veel concrete ervaringen kunnen opdoen;​
Als ze betrokken bezig kunnen zijn (betrokkenheid speelt zich altijd af in de zone van naaste ontwikkeling. Bij echte betrokkenheid zie je kinderen ideeën toevoegen);​
Als ze zelf de activiteit als betekenisvol ervaren (betekenisvolle onderwijssituaties);​
Als spel een ruime plaats krijgt in het activiteitenaanbod (spelend leren. Spel creëert een zone van naaste ontwikkeling);​
Als ontwikkelingsgebieden in samen hang aan bod komen. ​
Hier hebben w ehet vorige week ook al over gehad. ​
GA ze door we gaan ze even door. ​
samengevat kunnen we stellen dat het onderwijs aan jong ekinderen een bijdrage kan leveren aan het optimaliseren van hun ontwikkelmogelijkheden, mits we rekening houden met de manier waarop zij leren en zich ontwikkelen. Jonge kinderen ontwikkelen zich het best: ​
- als ze veel concrete ervaringen kunnen opdoen;​
- als ze betrokken bezig zijn;​
-als ze zelf de activiteit als betekenisvol ervaren;​
-als het spel een ruime plaats krijgt in het activiteitenaanbod;​
-als ontwikkelingsgebieden in samenhang aan bod komen.​
(Brouwers, 2020)​
Jullie gaan vandaag ervaren dat al bovenstaande punten ruim aan bod komen binnen en vanuit de aangeboden didactiek binnen het N& T onderwijs, waardoor kinderen vanuit betrokkenenheid tot nieuwe kennis kunnen komen. ​
Natuurbeleving ->Verwonderen 

Slide 11 - Tekstslide

Het onderwerp van vandaag begint bij verwondering. Nieuwsgierigheid. 
Weet je nog !

Weet je nog jonge kinderen leren het beste door!

Brouwers. 
Spel, concrete ervarringen, Betekenisvol, betrokken verschillende ontwikkleingsgebieden tegelijk. 

Als je leerlingen verwondert, verrast of inspireert, zullen ze zich open stellen, ontvankelijk worden. In de betekenisvolle ontmoeting met natuur en techniek activeren ze hun antennes, ze zetten hun zintuigen op scherp.
Ze kunnen helemaal in hun activiteit opgaan wat natuurlijk genieten is om als leerkracht te zien. Als je kinderen door middel van N& T een oplossing laat bedenken voor een probleem ontstaan de creatiefste ideeën


Natuur raakt mensen via hun zintuigen, hun hart en hun ziel. 
Dat geldt voor landschappen, planten, natuurverschijnselen, maar voor veel mensen vooral voor dieren. 

Beleving van natuur en techniek is breder dan het ervaren van gevoelens die verbonden zijn met zicntuigelijke waarnemingen. HEt gaat om betekenissen die natuur en techniek voor je hebben. Dat gaat samen met het toekennen van verschillende waarden. 

Positieve gevoelens ontstaan voroal als kinderen zich op hun gemak voelen tijdens de kennismaking met nieywe en als zij d eontw=moeting op eigen wijze tot stand kunnen brengen

Door de (stadse) natuur in te gaan of de natuur naar binnen te halen gebruiken kinderen hun hoofd en hun hart om waarnemingen te doen. Door deze ervaringen, wek je verwondering op.
Verwondering zet aan tot een nieuwsgierige houding en dat is het startpunt van leren (bron zoeken).

Betrokken leerlingen ontwikkelen zich beter, doordat emoties invloed hebben op hun leerprocessen. Als je leerlingen verwondert, verrast of inspireert, zullen ze zich open stellen, ontvangkelijk worden. In d ebetekenisvolle ontmoeting met natuur en techniek activeren ze hun antennes, ze zetten hun zinntuigen op scherp 
Ze kunnen helemaal in hun activitteit opgaan watnatuurlijk genoieten is om als leerkracht te zien. Als je kinderen door middel van N& T een oplossing laat bedenken voor een probleem ontstaan de creatiefste ideeen


Wat kinderen buiten ervaren komt beter binnen!
Voor hen is belangrijk: 
  • of er speelmogelijkheden zijn;
  • wat de gebruiksmogelijkheden zijn van verzamelde dingen/organismen;
  • om zorg te kunnen dragen voor kwetsbare dieren;
  • hun eigen verbeeldingskracht te gebruiken;
  • een speciaal plekje te kunnen vinden om iets te verbergen ed. ;
  • iets spannends te ondernemen; 
  • avonturen te belevenen en grenzen te verleggen.  
(Marell & De Vaan, 2020)

Slide 12 - Tekstslide

Jouw onderwijs is waardevoller als de kinderen iets beleven bij d eactiviteit. REaliseer je daarbij dat wat jou boeit, kinderen misschien maar saai voinden. Zij kijken en selecteren anders dan volwassenen; zij zijn gericht op uitnodigende en avontuurlijke aspecten van hun omgeving. 

Voor hun is belangrijk: 

of er speelmogelijkheden zijn, zoals van een duin af rollen en verstoppertje spelen;
Wat de gebruiksmogelijkheden zijn van verzamelde dingen/ organismen, zoals bouw- en knutselmateriaal, eetbare vruchten en geneeskrachtige planten; 
Zorg te kunnen dragen voor kwetsbare dieren;
Hun eigen verbeeldingskracht t ekunnen gebruiken, zoals bij heksendrankjes maken of een geheime hut bouwen;
een speciaal plekje te kunnen vinden om iets teverbergen of om een eigen werledje te scheppen, bijvoobeeld een minituintje; 
iets spannends te ondernemen, zoals het beschermen van een zandkasteel bij opkomende vloed, het bespieden van dieren vanaf een wildkansel of het zoeken naar een verborgen schat met een kaart of digitale hulpmiddleen  (geocashing) 
Avonturen te beleven, bijvoorbeeld door balanceren, klimmen, klauteren fysieke uitdagingen aan te gaan en persoonlijke grenzen te verleggen. 
Verwondering

Slide 13 - Tekstslide

Vanuit verwondering en nieuwsgierigheid stellen kinderen vragen, signaleren ze problemen of fantaseren ze over futuristische uitvindingen. Vragen, problemen en uitvindingen

Nieuwsgierigheid en verwonderen willen weten en begrijpen is iets dat vooral jonge kinderen van naturen doen en hebben. 

Slide 14 - Video

Verwondering wordt wel minder. Dit komt doordat je steeds meer hebt meegemaakt, maar ook omdat je steeds minder geprikkeld wordt.
De taak aan de leerkracht om nieuwe onderwerpen aan te dragen en voer te geven om te prikkelen
Stap 1: Verwonderen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Houding leerkracht

Slide 16 - Tekstslide

De manier waarop je buitenwerk introduceert, hefet veel invloed op de stemming van d ekinderen. De uitroep: " We gaan vandaag op avontuur!"wekt meer enthousiasme dan een zkelijke aankondiging. VErrassen en onverwachte wendingen houden de stemming er in. 


Wetenschap en technologie richt zich op het verder ontwikkelen van de nieuwsgierigheid, verwondering en de exploratieve houding van kinderen. Deze voor veel kinderen natuurlijke houding vertoont kenmerken (neigingen) die vergelijkbaar zijn met de houding van onderzoekers en ontwerpers. Kinderen willen graag weten, willen dingen begrijpen, willen met iets nieuw komen (innoveren); ze willen iets bereiken, willen delen en zijn kritisch. 

Het voorleven door de leraar en door terugkerende passende opdrachten, stimuleren de ontwikkeling van deze houdingsaspecten bij leerlingen. 
Door kinderen regelmatig iets te laten onderzoeken of ontwerpen ontwikkelen de verschillende houdingsaspecten zich verder. Belangrijk hierbij is dat houdingsaspecten onderwerp van gesprek zijn tussen leerlingen en tussen leerlingen en leraar. Een onderzoekende houding wordt gestimuleerd als een kind een bepaalde basiskennis over een onderwerp heeft. Dit wakkert vaak de interesse aan en de behoefte om ergens meer van te willen weten.


Hoe verder je naar de bovenbouw gaat hoe vaker je merkt dat het er wat uitgehaald is. de nieuwgierige houding die kinderen van nature hebben Of alleen een plekje krijgt als de houding van de leerkracht daar toereikend voor is. En dan komen we weer bij jullie. 


In het artikel Actief kritisch denkvermogen en onderzoekende houding: de leerkracht als rolmodel, beschrijf de schrijver dat leerlingen een kritische onderzoekende houding het beste leren door modeling. Ofwel de leerkracht moet dienen als voorbeeld waardoor leerlingen zien wat de kenmerken zijn van een kritische onderzoekende houding. Deze houding kent drie kenmerken: attitude, nieuwsgierigheid en flexibiliteit.

Schrijf op bord. Probeer in je clip dat te koppelen. Ben jij nog nieuwgierig, wat is jouw attitude ten opzichten van N&T in het basisonderwijs. 

Attitude houd in dat de leerkracht bewust is van het eigen gedrag ten aanzien van het vakgebied waarbinnen OOL wordt toegepast en OOL op zichzelf. ‘Even volhouden allemaal, straks gaan we wat leuks doen’, geeft de leerlingen het beeld dat het vakgebied/OOL niet leuk zou zijn. De leerkracht legt de leerlingen een waardeoordeel op wat het OOL-proces én de kritische onderzoekende houding negatief kan beïnvloeden.
Nieuwsgierigheid is iets wat leerlingen van nature bezitten, maar lijkt af te nemen naarmate ze ouder worden. Ze hebben uiteraard meer dingen van de wereld gezien en kunnen veel zaken ook beter verklaren, waar jonge kinderen zich nog over kunnen verwonderen. Toch is deze verwondering of nieuwsgierigheid de motor van het OOL-proces. Het prikkelt de motivatie om iets te gaan (en te blijven) onderzoeken of ontwerpen. Een leerkracht kan direct uitleggen hoe wolken ontstaan óf: ‘Dat is gek! Vanochtend zag ik heel veel wolken aan de hemel en nu zijn ze allemaal verdwenen! Hoe kan dat nou?!’ Wanneer de leerkracht hardop haar nieuwsgierigheid zal tonen, zullen leerlingen ook met een meer kritische/verwonderlijke blik naar de wereld blijven kijken.
Soms ontstaan een OOL-proces spontaan, doordat een leerling zich verwondert over iets of dat plotseling een probleem zich aandient.
Wanneer de leerkracht deze kansen ziet en benut door aan te sluiten bij de interesses van leerlingen wordt de intrinsieke motivatie van leerlingen gestimuleerd. Het vraagt dus om flexibiliteit van de leerkracht. Durven afwijken van het vaste programma is hiervan een voorbeeld. Maar ook tijdsplanning. Het kan zijn dat een OOL-proces langer/korter duurt dan vooraf gepland was.


Slide 17 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Naar buiten!

Slide 18 - Tekstslide

Goed onderwijs in naturu en techniek speelt zich af in een klimaat waarin beleving ontstaa, waarin ruimte is voor verstand en gevoel. BEleven is een sterkeassociatieve vorm van leren. De omstandigheden waarin een activiteit plaatsvindt, beinvloeden de belving en de leeropbrengst vaak nog sterker dan de vragen dke je stelt of d eopdrachten die je geeft. 

JE eigen houding is daarbij essentieel. Je eigen beleving en attitude draag je  ofj ehet wilt of niet. over op d eleerlingen onder andere via lichaamstaal. Stel je maar eens voor wat er gebeurt met d ebeleving van kinderen als hun leerkracht opziet tegen een les. 
GElukkig is het omgekeerde ook het geval. als je enthousiast bent en een open ongedwongen sfeer verwachtingen weet te scheppen, stimuleer je betrokkenheid van kinderen. 

LEef dus mee, neem leerlingen serieus. neem er de tijd voor door echt stil te staan bij d edingen. Hierdoor kun je het gewone bijzonder maken. 
Door naar uiten te gaan komt d enatuur echt tot leven. De naturu is zelf aan het woord. Samen met de natuur schep je een sfeer waarin kinderen het wonderlijke ervaren. Bijzondere geuren, tastervaringenen andere waarnemingen komen tot hun recht en daarmee de werled onder hun voeten. 


Buitenruimte
Speelplein/ (stadse) natuurplekken
  • Hoe gevarieerder de buitenruimte is, des te meer mogelijkheden er zijn om te spelen. 
  • De buitenruimte is de ideale plek voor natuurbeleving.
  • Een bank in een rustige hoek of een kleed op het gras zorgt ervoor dat kinderen tot rust kunnen komen.

Slide 19 - Tekstslide

We gaan straks naar buiten. 

Onderweg naar en parkje bij het parkje en op de terugweg doen we een korte ik denk leuke opdracht die je direct in je klas kan inzetten en gebruiken. 

De insteek is natuurbeleving. 
Meer zien dat je nogmaal ziet. Het vraagt van jouw een iets anfdere insteek dan de standaard insteek en soms is het handog als je ouder hebt. BEdnek je hoeft niet weg. Veel kan ook gewoon buiten op het schoolplein zeker als je een natuurtuin hebt. 


We hbeben 4 opdrachten We gaan kijken wat lukt ik hoop in ieder geval dat je geinspireert raakt en ideeen opdoet m met je klas te doen. 

VErtel welke 4 opdarchten we gaan doen. darana gaan wij naar buiten. 
dara leg je het nog eens uit. 

1) Buitenbingo
Je extra verwonderen tijdens de natuuruitstapjes ? Dat doe je met de Natuur-buitenbingo! Zo steek je al spelenderwijs iets op van je wandeling in de tuin, het park of het bos.

Wie kan als eerste een volledige rij of kolom aanvinken? Zet vinkjes met een potlood of leg steentes/grassprietjes/madeliefjes op elk gevonden item.

Slide 20 - Tekstslide

https://www.onzenatuur.be/artikel/doe-de-onze-natuur-buitenbingo


Je kan het spel spelen in de tuin, in het park of in je buurtnatuur. Ga op jacht naar 'iets met stippen', 'een vogel met de kleur blauw' of 'een vlinder'. Als je een item ziet, is dat voldoende. Je hoeft natuurlijk niets echt te vangen! Denk er ook aan dat veel dieren in het voorjaar jongen hebben - observeer ze vanop een veilige afstand zonder ze te verstoren.
Wie kan als eerste een volledige rij of kolom aanvinken? Zet vinkjes met een potlood of leg steentes/grassprietjes/madeliefjes op elk gevonden item. Of je kan ervoor kiezen om telkens te tekenen wat je ziet: zo bekijk je de natuur eens door een andere bril! 
 2) In het park
Wat gaan we doen ?
1) Maak een korte rondleiding met 5 planten of bomen en vertel over elke plant/boom een weetje
2) Geef aan een ander groepje de rondleiding
3) Zoek voorwerpen voor een tentoonstelling

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2) Opdracht in het Park
Nodig: app Obsidentify

In tweetallen
1. Scan minimaal 5 bomen of planten met de app en maak er een foto van.
2. Wat is de meest unieke boom of plant die je kunt vinden?
Paddenstoelen of dieren mogen ook ter aanvulling!
3. Maak een korte rondleiding en vertel over elke plant/boom een weetje.
4. Geef aan een ander groepje de rondleiding.







timer
30:00

Slide 22 - Tekstslide

1) en 2) Naar buiten gaan met kleuters hoeft niet ingewikkeld te zijn. Als het voor de eerste keer sneeuwt en je gaat buiten lopen met de kids en je vraagt wat ze voelt en zien. Ook kun je ze nieuwe woorden aanleren als rijp of sneeuw die knispert.
Echter, je kunt ook een wandeling maken door ze onderweg dingen te laten zien die in de natuur voorkomen. Maar hoe weet je nou zelf hoe dat allemaal heet wat je ziet? Je loopt vooraf aan je wandeling een rondje om de school en mbv de app bekijk je wat er onderweg te zien is. Dit onthoud je en vertel je later aan de kids als je een rondjes met hen loopt. Dit gaan we oefenen
3) Bij het naar buiten gaan kunnen de kids ook veel leren door zelf op onderzoek te gaan. De studenten krijgen in een zakje 3 woorden (zie blz van Tamara). Ze zoeken een voorwerp uit de natuur die bij min. 2 woorden hoort en nemen dit mee naar de klas (ze krijgen evt meerdere zakjes).
In de klas maken ze een tentoonstelling met deze woorden met voorwerp en bedenken hierbij een verwonderingsvraag.
Daarna denken ze na wat ze hiermee zouden kunnen in de kleuterklas
Voorbereiding
Download de app; Obsidentify

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3) Verwonder tentoonstelling 
- Maak tweetallen. 
- Ieder tweetal krijgt 2-3 verschillende begrippen.
- Zoek een voorwerp uit de natuur die bij min. 2 woorden hoort en nemen dit mee naar de klas.
- Leg je gevonden spullen op tafel. 
- Bedenk een verwonderingsvraag die een kind zou
   kunnen stellen.

Slide 24 - Tekstslide

In tweetallen;
Maak 5 foto’s van levende wezens. Bepaal met obsidentify welke soorten het zijn.
Zoek leuke weetjes op bij deze soorten. Kies 1 weetje.
Kringgesprek; wist je dat….
De studenten laten elkaar zien welke soorten planten/ dieren ze hebben gevonden (in het echt) en vertellen elkaar een leuk weetje daarbij.
Verwonder tentoonstelling
Ieder tweetal krijgt 2-3 verschillende begrippen.
Ieder tweetal krijgt 2-3 verschillende begrippen.

Er wordt een tentoonstelling gelegd met deze begrippen.
Welke verwondervragen zou je kunnen stellen bij de voorwerpen in de tentoonstelling?
Hoe zou je natuurbeleving/ verwondering kunnen gebruiken aan een kennisdoel? 
4) Stoepplantjes!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

 winterwonderwandeling
  • Ontdek de stadsnatuur; welke dieren/ planten kom je tegen?
  • Wat kan je beleven aan deze natuur? (begrippen lijst)
  • Bedenk verwondervragen (om van te leren of om te waarderen)
  • Bedenk activiteiten die de natuurbeleving (verwondering) stimuleren.

Slide 27 - Tekstslide




Planten. 
groenten en fruit maken in onze cultuur deel uit van onze normale voedingspatroon, net als graanproducten enz. verschil in waardering. 
Ook genotsmiddelen hebben vaak een plantaardige oorsprong chocolade, wijn, koffie, tabak, 
natuur in huis halen emotis=es aan bepalde bloem kerstboom, klaproos, rode roos enz. 

Dier beleving erg interessantboeind om het levende gedrag van dieren te volgen. nestkastje enz. 
huisdieren. 
inleven in dieren (proefdieren)

Lesidee bij de kleuters?

Slide 28 - Tekstslide

Je hebt :
-3 kaartjes gekregen en 
-een voorwerp erbij gezocht
-een tentoonstelling gemaakt
-een verwonderingsvraag gemaakt

Vraag: Hoe zou je wat je het zelf gedaan hebt, een kleuterles van kunnen maken?Vraag: wat zou je met die verwonderingsvraag kunnen doen?

Slide 29 - Link

Super veel leuke ideeen. 
5) Afronden

Slide 30 - Tekstslide

Je hebt :
-3 kaartjes gekregen en 
-een voorwerp erbij gezocht
-een tentoonstelling gemaakt
-een verwonderingsvraag gemaakt

Vraag: Hoe zou je wat je net zelf gedaan hebt, een kleuterles van kunnen maken?

Volgende week!!!!!
Vraag VOOR MAANDAG  bij de stage wat het thema is ná de vakantie

Slide 31 - Tekstslide

Dit is nodig voor de themahoekles

Lesdoel van LES 4
Aan het eind van deze les
- Heb je stageopdracht 2 besproken
- Weet je wat verwonderen is
- Heb je inspiratie gekregen om buitenonderwijs te geven

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Absentielijst

Slide 33 - Tekstslide

Je hebt :
-3 kaartjes gekregen en 
-een voorwerp erbij gezocht
-een tentoonstelling gemaakt
-een verwonderingsvraag gemaakt

Vraag: Hoe zou je wat je net zelf gedaan hebt, een kleuterles van kunnen maken?