Lektion 4A: Gewohntes und Ungewohntes

Wohnen
1 / 22
volgende
Slide 1: Woordweb
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Wohnen

Slide 1 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Lektion 4
  1. Bilde (virtuelle) Gruppen aus 2, 3 oder 4 Personen.
  2. Mache das Arbeitsbuch auf beginne mit Ü1-2.
  3. Wenn du fertig bist, machst du mit den folgenden Folien weiter.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welche 10 Wörter kannst du mit 'Haus/haus' machen? Schreibe das ganze Wort auf.

BOOTHOCHFERIENFACHWERKTIERTRAUMAUFGABEEINFAMILIENTÜRREIHEN

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

das Fachwerkhaus

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Was ist eine Hochhaussiedlung?
A
flatgebouw
B
camper
C
boerderij
D
vrijstaand huis

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vertaal je de andere antwoorden bij de vorige vraag?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ergänze:
Am liebsten möchte ich in ... wohnen, weil ... .

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ergänze:
Auf keinen Fall möchte ich in ... wohnen, weil ... .

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A4 KB
Lees eerst de instructie bij opgave A4a.
Beantwoord de vraag en ga verder met A4b.
Klaar? Ga door met Ü5-7 in je Arbeitsbuch.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ken je alle woorden?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wortschatz
  1. Open je werkboek op blz. 119 en vul de woordenlijst in.
  2. Klaar? Start met leren en overhoor jezelf.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammatik A5 (S. 31 KB)
Hoe geef je een reden aan?
  • Met voegwoorden: 
weil / da = omdat 
vb: ..., weil/da ich müde bin.
denn = want
vb: ..., denn ich bin müde.
  • Met bijwoorden:
deshalb/daher/deswegen = daarom
vb: ..., deshalb/daher/deswegen bin ich müde.
  • Met een voorzetsel:
wegen = wegens
vb: Wegen Müdigkeit ...

Tip: Let goed op de positie van de persoonsvorm!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ü8-12 AB
- Ü8: Herhaling uitleg
-  Ü9: Invullen + woordvolgorde
- Ü10: Invullen
- Ü11: Zinnen omformuleren
- Ü12: Zinnen maken met 'wegen'

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Link

Wat ziet het er goed uit Ron! Complimenten!
Diese Familie wohnt nicht in der Stadt. Sie wohnen in dem Dorf.
Hier wohnt eine Familie. Dieses Haus ist sehr teuer. 
Hier wohnen zwei Familien
In den Niederlanden gibt es sehr viel solche  Häuser.
Sie stehen oft in der Stadt und im Zentrum. 

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ich kann heute nicht arbeiten, ... ich bin krank.
A
weil
B
denn
C
deshalb
D
wegen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mein Vater bleibt heute zu Hause, ... das Auto kaputt ist.
A
weil
B
denn
C
deshalb
D
wegen

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schreib den Satz mit 'wegen':
Weil ich mich mit meinem Bruder gestritten habe, muss ich zu Hause bleiben. (Streit)

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bilde:
1 Satz mit 'weil'
2 Satz mit 'denn'
3 Satz mit 'deshalb'
4 Satz mit 'wegen'

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Lektion 4A
Wortschatz: Quizlet

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies