Vergeet vaagtaal

Vergeet vaagtaal!
Tips om heerlijk helder te schrijven
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vergeet vaagtaal!
Tips om heerlijk helder te schrijven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 1: Weg met de krommunicatie!
Lees in de volgende slide de vervoersvoorwaarden die je op de website van Ryanair terugvindt en probeer onderstaande vragen te beantwoorden: 
  1. Je hebt een vlucht geboekt bij Ryanair, maar je kan niet meer reizen op die datum. Kan je de vlucht annuleren en je geld terugvragen?
  2. Kan je de vlucht naar een andere datum verplaatsen? Welke voorwaarden zijn daaraan verbonden? 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan de vlucht annuleren en mijn geld terugkrijgen.
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik wil de datum van mijn vlucht veranderen. Wat zijn de voorwaarden?

Slide 5 - Open vraag

Je kan je geld niet terugkrijgen. Je vlucht omboeken kan als je een toeslag betaalt + de meerkost van de nieuwe vlucht.
Wat maakt het moeilijk om de tekst te begrijpen? Noteer alle moeilijke woorden en zinsconstructies.

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

geel: ingewikkelde woorden
groen: naamwoordstijl + opeenstapeling
onderlijnd: onpersoonlijk taalgebruik door passief
Herschrijf het fragment naar heldere taal.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2: Heerlijk helder
Vergelijk telkens de zinnen in de volgende slides en kies de meest aantrekkelijke zin. Die is ...
  • duidelijk: je begrijpt meteen wat men wil zeggen, je hoeft er niet bij na te denken
  • vlot leesbaar
  • aangenaam: je kan een hele tekst met zulke zinnen lezen zonder dat je er 'moe' van wordt

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Behoudens een vergissing van onzentwege, vertoonde uw rekeningstand een saldo in ons voordeel.
B. Door onze vergissing moet u nog een openstaande rekening betalen.
Zin A
Zin B

Slide 10 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 1: Gebruik gewonemensentaal
Kies woorden die je ook in alledaagse spreeksituaties gebruikt en waarvan je de betekenis goed kent.
Vermijd woorden die te formeel of zwaarwichtig zijn, zo vermijd je ook een fout gebruik! 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Arthur gooide een propje naar de leerkracht.
B. Er werd een propje naar de leerkracht gegooid door Arthur.
Zin A
Zin B

Slide 12 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 2: Vermijd passiefconstructies
Geef de voorkeur aan actieve vormen en vermijd overbodige passiefconstructies. 
Actieve formuleringen klinken persoonlijker en vlotter, terwijl passieve zinnen de vaart uit de tekst halen en voor veel herhaling van 'worden' of 'zijn' zorgen. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer verkies je wel een passiefconstructie? 
  1.  De uitvoerder of het onderwerp is onbekend of onbelangrijk: 'De president werd daarnet vermoord.'
  2. De uitvoerder wordt bewust verzwegen: 'Er zullen harde maatregelen genomen worden.' 
  3. De passiefconstructie verbetert de tekstsamenhang: 'We beginnen onze reis in New Orleans. De stad is gesticht in de achttiende eeuw.'
  4. De passiefconstructie voorkomt verwarring over de uitvoerder: 'De automobilist die door de agent neergeschoten is.' vs. 'De automobilist die de agent heeft neergeschoten.'

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stijlfout bij leerlingen
  •  'De aanslag' werd geschreven in 1982 en werd door iedereen zeer goed ontvangen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Het aankopen van vuurwerk voor het vieren van Nieuwjaar is hier enkel toegelaten op 31 december.
B. Vuurwerk voor Nieuwjaar mag je hier enkel op 31 december aankopen.
Zin A
Zin B

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 3: Vermijd naamwoordstijl
Naamwoordstijl = van een werkwoord een substantief maken, bijvoorbeeld door 'het' aan het werkwoord toe te voegen. 
--> typisch voor ambtelijke teksten
--> minder vlot om te lezen, de tekst wordt 'zwaar'

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stijlfout bij leerlingen
  • Pas op 27-jarige leeftijd begon hij echt met het schrijven van romans. 
  • Hij werd geconfronteerd met het zware opgroeien van kansarme kinderen in Marokko. 
  • Na het uitbrengen van haar eerste boek in 2013 bracht ze nog telbare andere topboeken uit. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Het boek heeft enkele opvallende kenmerken, zoals de motieven.
B. In 'Een schitterend gebrek' vallen drie motieven op.
Zin A
Zin B

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 4: Kies voor woorden met een concrete betekenis
  • Geef zo precies mogelijk aan wat je bedoelt en vermijd vage aanduidingen als verschillende, enkele ... 
  • Kies voor betekenisvolle woorden en vermijd vage woordenschat (dingen, zaken, kenmerken ...) en loperwerkwoorden (hebben, zijn, staan, gaan, doen, maken ...)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stijlfout bij leerlingen
  • Enkele jaren later debuteerde de auteur met ...
  • Hierdoor moest hij vaak verhuizen en deze dingen tekenden hem als kind. 
  • Na het uitbrengen van haar eerste boek in 2013 bracht ze nog telbare andere topboeken uit. 
  • Voor ze begon te schrijven heeft ze nog verschillende andere dingen gedaan zoals dramaturg in het theater, journalist en columnist.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Na alle argumenten opgesomd te hebben, kunnen we zeggen dat Verhulst wel een humoristische manier van schrijven heeft.
B. Verhulst heeft dus een humoristische schrijfstijl.
Zin A
Zin B

Slide 22 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 5: Kom meteen ter zake
Vermijd: 
  • omslachtige openers (We kunnen stellen dat ...)
  • stopwoorden (namelijk, eigenlijk, in feite ...)
  • een combinatie van hulpwerkwoorden en/of bijwoorden (ik zou misschien kunnen ...)
  • storende herhalingen
Bondiger = krachtiger en duidelijker! 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stijlfout bij leerlingen
  • Je kan dus wel zeggen dat hij zeker een plek verdient bij het rijtje van topauteurs. 
  • Wat kenmerkend is aan zijn schrijfstijl is dat hij de lezer vaak verrast.
  • Een van de belangrijkste naoorloogse schrijvers, zo zou je Harry Mulisch kunnen beschrijven

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is het aantrekkelijkst?
A. Dat ik te laat was, kwam door het feit dat ik een lekke band had.
B. Ik was te laat omdat ik een lekke band had.
Zin A
Zin B

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tip 6: Kies voor korte, concrete formuleringen en vermijd voorzetselketens. 
Voorzetselketen = lange opeenvolging van bepalingen die met een voorzetsel beginnen (ten behoeve van, als gevolg van, door middel van).
Als je het met minder woorden kan zeggen zonder de betekenis te veranderen, verkies je de korte versie. 
Bondiger = krachtiger en duidelijker. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stijlfout bij leerlingen
  • Om deze reden besloot Theunynck 4/5e te werken zodat ... 
  • Hij maakt gebruik van een sobere schrijfstijl, maar tegelijkertijd weet hij mensen te verrassen en te ontroeren. 
  • Mulisch overleed ten gevolge van kanker. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen maar!
Maak de oefeningen op p. 5-6.




    Slide 28 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Deel 3: Grammaticale fouten
    Welke grammaticale fout vind je in de volgende zinnen? 
    Kies uit: 
    - congruentiefout
    - fout verwijswoord
    - onduidelijk verwijswoord
    - indringer in de werkwoordelijke eindgroep

    Slide 29 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Een groot aantal mensen konden niet naar binnen.
    A
    congruentiefout
    B
    fout verwijswoord
    C
    onduidelijk verwijswoord
    D
    indringer in werkwoordelijke eindgroep

    Slide 30 - Quizvraag

    Deze slide heeft geen instructies

    Fout 1: Congruentiefout
    • Het onderwerp en de persoonsvorm moeten congrueren = ze staan allebei in het enkelvoud of in het meervoud. 
    • Een aantal mensen = enkelvoud, konden = meervoud
    • Een groot aantal mensen kon niet naar binnen. 

    Slide 31 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Janne had beloofd dat ze zou aanwezig zijn.
    A
    congruentiefout
    B
    fout verwijswoord
    C
    onduidelijk verwijswoord
    D
    indringer in werkwoordelijke eindgroep

    Slide 32 - Quizvraag

    Deze slide heeft geen instructies

    Fout 2: Indringer in de werkwoordelijke eindgroep
    In verzorgde schrijfstaal staat het voltooid deelwoord vooraan of achteraan in de werkwoordelijke eindgroep. 
    Niet-werkwoordelijke elementen mogen niet tussen de delen van de werkwoordelijke eindgroep komen. 
    • Niet: Janne had beloofd dat ze zou aanwezig zijn. 
    • Wel: Janne had beloofd dat ze aanwezig zou zijn. 

    Slide 33 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Dit boek beschrijft de Verenigde Staten en haar bevolking.
    A
    congruentiefout
    B
    fout verwijswoord
    C
    onduidelijk verwijswoord
    D
    indringer in werkwoordelijke eindgroep

    Slide 34 - Quizvraag

    Deze slide heeft geen instructies

    Fout 3: Fout verwijswoord
    'De Verenigde Staten' is een meervoud, correct is het verwijswoord 'hun'. Zorg ervoor dat je verwijswoord altijd overeenstemt met het getal en geslacht van het antecedent.

    Slide 35 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Ik vind dat ze kerncentrales moeten afschaffen.
    A
    congruentiefout
    B
    fout verwijswoord
    C
    onduidelijk verwijswoord
    D
    indringer in werkwoordelijke eindgroep

    Slide 36 - Quizvraag

    Deze slide heeft geen instructies

    Fout 4: Onduidelijk verwijswoord
    Wie is 'ze' in de voorgaande zin? 
    Verwijs niet naar iets dat of iemand die je niet eerder vernoemd hebt in de voorgaande zinnen. 

    Slide 37 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Oefenen!

    Slide 38 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies