Stappenplan:
1. scan de zin op voorzetsels: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu.
2. Staat er een voorzetsel in de zin? Ja > 3e naamval > check het geslacht van het zelfstandig naamwoord (m/v/o of meervoud) >
Bepaal of het woord bij de der of ein-groep hoort > vul de juiste uitgang in.
2. Staat er een voorzetsels in de zin? Nee > ontleed de zin om te kijken in welke naamval het zinsdeel staat: 1e = ow, 3e = mw, 4e = lv. > check het geslacht van het zelfstandig naamwoord (m/v/o of meervoud) > Bepaal of het woord bij de der of ein-groep hoort > vul de juiste uitgang in.