Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening: Hoofdstuk 10: geneesmiddelen bij het zenuwstelsel

Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening

Hoofstuk 10: geneesmiddelen bij het zenuwstelsel

28/05/2026

Sylvester Vanden Eede

1 / 39
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleegkundeHoger onderwijsStudiejaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 200 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening

Hoofstuk 10: geneesmiddelen bij het zenuwstelsel

28/05/2026

Sylvester Vanden Eede

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht

  • Slaap en angst

  • Psychose

  • Depressie

  • Parkinson

  • Alzheimer

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen

Na deze les:

  • Ken je de belangrijkste medicatiegroepen bij het zenuwstelsel

  • Begrijp je de werking van psychofarmaca

  • Herken je belangrijke nevenwerkingen

  • Kan je eenvoudige casussen oplossen

Deze slide heeft geen instructies

  1. Geneesmiddelen bij het zenuwstelsel

Psychofarmaca =

Geneesmiddelen bij psychiatrische klachten.

Belangrijk:

  • Medicatie is maar één deel van de behandeling

  • Begeleiding en observatie blijven belangrijk.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is observatie belangrijk bij psychofarmaca?

Observatie is belangrijk omdat psychofarmaca nevenwerkingen kunnen geven zoals sufheid, verwardheid, vallen, lage bloeddruk, gewichtstoename en bewegingsstoornissen. Als verpleegkundige moet je controleren of de medicatie helpt, maar ook of er ongewenste effecten ontstaan. Zo kan de behandeling op tijd worden bijgestuurd.

  1. 1 Hypnotica, sedativa en anxiolytica

Werking=

  • Maken rustiger

  • Verminderen angst

  • Helpen slapen

  • Kunnen spieren ontspannen

Gebruik:

  • Angst

  • Slapeloosheid

  • Epilepsieaanval

Let op:

  • Deze medicatie kan sufheid geven

Deze slide heeft geen instructies

  1. 1 Hypnotica, sedativa en anxiolytica

Benzodiazipines=

  • Als slaapmiddel ==> meer veiligheid:

  • Hyponoticum: halflang werkend benzodiazipine

  • Anxiolytica: middel met halflange of lange werkingsduur

  • Epilepsie: benzodiazipines PO, maar bij aanval: Valium IV of rectaal

Gebruik=

Sederende en/of spierrelaxerende en anxiolytische eigenschappen.

Deze slide heeft geen instructies

  1. 1 Hypnotica, sedativa en anxiolytica

Verschillende geneesmiddelen met hypnotisch en sedatief effect:

  • Benzodiazipines Bijv. Midazolam, Diazepam

  • Narcotica bijv. Propofol

  • Opioïden bijv. Fentanyl

Deze slide heeft geen instructies

  1. 1 Hypnotica, sedativa en anxiolytica

Belangrijke neveneffecten:

  • Slaperigheid overdag

  • Verwardheid

  • Geheugenproblemen

  • Minder goed reageren

  • Risico op vallen

  • Afhankelijkheid

Alcohol + benzodiazepines = GEVAARLIJK

Deze slide heeft geen instructies

Casus: een patiënt neemt Xanax en drinkt alcohol. Waarom is dit gevaarlijk?

meer sedatie

meer sufheid

meer risico op vallen

ademhaling kan onderdrukt worden

  1. 2 Antipsychotica

Psychose kan bestaan uit:

  • Wanen

  • Hallucinaties

  • Angst

  • Achterdocht

  • Denkstoornissen

Antipsychotica helpen om deze klachten te verminderen

Deze slide heeft geen instructies

  1. 2 Antipsychotica

Werking:

  • Blokkeren vooral dopaminereceptoren

  • Verminderen psychotische klachten

Voorbeelden:

  • Haldol

  • Risperdal

  • Zyprexa

  • Seroquel

Belangrijk: effect komt vaak pas na enkele weken!

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

  1. 2 Antipsychotica

Belangrijke nevenwerkingen:

  • Sedatie

  • Orthostatische hypotensie

  • Vallen

  • Seksuele stoornissen

  • Extrapiramidale symptomen

Deze slide heeft geen instructies

  1. 2 Antipsychotica

Extrapiramidale symptomen:

  • Tremor

  • Stijfheid

  • Traag bewegen

  • Onrust in spieren

Deze slide heeft geen instructies

  1. 2 Antipsychotica

Metabool syndroom:

  • Gewichtstoename

  • Hoge bloedsuiker

  • Hoge cholesterol

  • Hoge bloeddruk

Verpleegkundige observatie:

  • Gewicht opvolgen

  • Buikomtrek volgen

  • Bloedwaarden opvolgen

Deze slide heeft geen instructies

Casus: een patiënt start met Risperdal. Na enkele weken komt hij veel bij in gewicht. Welke observaties zijn belangrijk?

gewicht

buikomtrek

glycemie

cholesterol

bloeddruk

  1. 3 Antidepressiva

Antidepressiva werken op neurotransmitters

Belangrijk:

  • Serotonine ==> stemming, slaap, emotie

  • Noradrenaline ==> energie en algemeen welzijn

Bij depressie kan er een tekort of onevenwicht zijn

Deze slide heeft geen instructies

  1. 3.1 De selectieve serotonine heropname remmers (SSRI's)

SSRI's remmen de heropname van serotonine

Gevolg:

  • Serotonine blijft langer aanwezig

  • Stemming kan verbeteren

Voorbeelden:

  • Cipramil

  • Prozac

  • Seroxat

  • Sipralexa

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

  1. 3.1 De selectieve serotonine heropname remmers (SSRI's)

Belangrijk:

  • Effect komt niet onmiddellijk

  • Vaak pas na enkele weken

  • Niet plots stoppen

Deze slide heeft geen instructies

Waarom mag een patiënt niet meteen stoppen als hij nog geen effect voelt?

Een patiënt mag niet meteen stoppen, omdat het effect van antidepressiva niet onmiddellijk voelbaar is. De hersenen hebben tijd nodig om zich aan te passen aan de veranderde hoeveelheid neurotransmitters, zoals serotonine. Als de patiënt te vroeg stopt, kan de medicatie geen goed effect geven en kunnen klachten terugkomen of verergeren. Stoppen gebeurt best altijd in overleg met de arts.

  1. 3.2 De tricyclische antidepressiva (TCA's)

TCA's remmer de heropname van:

  • Serotonine

  • Noradrenaline

Voorbeelden:

  • Redomex

  • Anafranil

  • Notrilen

==> Geven vaak meer nevenwerkingen dan SSRI's!

Deze slide heeft geen instructies

Een patiënt neemt Prozac sinds 5 dagen. Hij zegt: "Het werkt niet, ik stop." Wat ga je zeggen als verpleegkundige tegen deze patiënt?

antidepressiva werken pas na enkele weken

niet plots stoppen

arts verwittigen bij problemen

  1. 4 Antiparkinsonmedicatie

Parkinson:

  • Tekort aan dopamine in de hersenen

  • Dopamine is nodig voor beweging

Klachten:

  • Tremor

  • Stijfheid

  • Traag bewegen

  • Moeilijk starten met bewegen

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.1 Levodopa en decarboxylase-inhibitor

Levodopa:

  • Voorloper van dopamine

  • Kan door de bloed-hersenbarrière

  • Wordt in de hersenen dopamine

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.1 Levodopa en decarboxylase-inhibitor

Decarboxylase-inhibitor:

  • Voorkomt omzetting buiten de hersenen

  • Zorgt dat meer levodopa in de hersenen komt

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.1 Levodopa en decarboxylase-inhibitor

Belangrijke aandachtspunten:

  • Best 30 minuten voor de maaltijd

  • Niet samen met eiwitrijke voeding

  • Niet met melk of yoghurt

  • Opvolgen met medicatie agenda

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.1 Levodopa en decarboxylase-inhibitor

Nevenwerkingen:

  • Misselijkheid

  • Obstipatie

  • Orthostatische hypotensie

  • Slaperigheid

  • Verwardheid

Deze slide heeft geen instructies

Casus: Een patiënt neemt Prolopa samen met yoghurt. Waarom is dit niet ideaal?

Eiwitten kunnen de opname van levodopa verminderen. Daardoor werkt de medicatie minder goed.

  1. 4.2 Duodopa- therapie via duodenale sonde

Duodopa:

  • Levodopa + carbidopa

  • Via sonde in het duodenum

  • Via pomp

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.2 Duodopa- therapie via duodenale sonde

Gebruik:

  • Bij ernstige ON-OFF fenomeen

Voordeel:

  • Gelijkmatige toediening

  • Minder schommelingen

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.3 Dopamine- agonisten

  • Lijken op dopamine

  • Binden rechtstreeks op dopaminereceptoren

Belangrijk:

  • Ze bootsen dopamine na

Deze slide heeft geen instructies

  1. 4.4 Geneesmiddelen die in werken op het metabolisme van dopamine

NIET

Deze slide heeft geen instructies

Een patiënt met Parkinson heeft ON-OFF klachten. Wat betekent OFF?

De patiënt kan plots moeilijk of niet bewegen.

  1. 5 Anti Alzheimer middelen

  • Genezen Alzheimer niet

  • Kunnen tijdelijk helpen bij cognitieve functies

  • Kunnen achteruitgang vertragen

Deze slide heeft geen instructies