Ontwikkelingsstimulering:
2.3. Taalstimulering
2.1. ... vanuit behoeften (LU)
2.2. Actief stimulerende begeleiding (LU + elke week stage)
2.3. Taalstimulering (LU + stage week 1,2)
2.4. Zelfstandigheid stimuleren (stage week 5)
2.5. Socio-emotionele ontwikkeling stimuleren (LU + stage week 5)
2.6. Stimulerende spelomgeving (project spel)
2.7. Organiseren en begeleiden van activiteiten (project spel + activiteit BKO + stageopdracht week 5)
Ontwikkelingsstimulering:
2.3. Taalstimulering
2.1. ... vanuit behoeften (LU)
2.2. Actief stimulerende begeleiding (LU + elke week stage)
2.3. Taalstimulering (LU + stage week 1,2)
2.4. Zelfstandigheid stimuleren (stage week 5)
2.5. Socio-emotionele ontwikkeling stimuleren (LU + stage week 5)
2.6. Stimulerende spelomgeving (project spel)
2.7. Organiseren en begeleiden van activiteiten (project spel + activiteit BKO + stageopdracht week 5)
Taalstimulering
a. babytaal
b. basisregels
c. inspelen op wat kinderen zeggen
d. ezelsbruggetjes eigen taalaanbod
e. meertaligheid
f. voorlezen (zie LU)
a. babytaal
- actief en passief taalgebruik
- tips: hoge tonen + non-verbaal
- babygebaren..
Oefening babygebaren
- Er komen steeds 4 leerlingen naar voor.
- Deze leerlingen krijgen steeds 1 woord.
- Elke leerling bedenkt zelf een passend babygebaar voor dit woord.
- Op het signaal, beeldt iedereen het babygebaar uit, de klas raadt om welk woord het gaat
Woorden voor babygebaren
- bal, auto, baby, boek, vliegtuig
- eten, drinken, slapen, lopen, fietsen, meegaan
- knuffel, koud, deur
- verdrietig, blij, pijn
- regen, muziek
- waar?
- meegaan
b. Basisregels
- Zet je per 2
- Welke basisregels herken je in onderstaande slides? Noteer ze op een cursusblaadje per 2.
- Draai je blaadje om.
- Probeer nog een keer: welke basisregels herkennen jullie? Noteer opnieuw.
Geef je blaadje af aan de leraar.
Noteer uit je hoofd 12 basisregels voor taalstimulering
c. Inspelen op wat kinderen zeggen
- positief, doorvragen, helpen verwoorden, ...
- !!! modelleren =..... (zie basisregel 9) !!!!!
Owen (4j) praat heel erg moeilijk. Tijdens een speeltijd in de kleuterschool komt hij naar je toe gelopen, klemt zich rond je benen en zegt iets. Je hoort angst in zijn stem maar begrijpt niet wat hij zegt.
Wat doe je?
Moeilijk verstaanbare kinderen...
aandachtig luisteren
vragen om te herhalen
tijd geven
niet doen alsof je begrijpt
aanwijzen? Gebaren?
"Bedoel je ..."
Gefrustreerde
kinderen.....
benoem gevoel
help met gebaren, aanwijzen, keuzes geven
herhaal correct wat je denkt wat het is
d. Ezelsbruggetjes eigen taal
volledige zinnen
gevarieerde taal
langzaam, articuleren
kernwoorden benadrukken
visualiseer
kijken
wachten
afwachten
luisteren
volg het kind
aanpassen van taal
toevoegen van taal
Waarvoor staat 'VOGELKE'
Waarvoor staat 'VIS'
Waarvoor staat 'KWAL'
Waarvoor staat 'VAT'
e. Meertaligheid
- !! stille of non-verbale periode
Als je de thuistaal van een kind spreekt als KB, praat je best in de thuistaal tegen het kind / de ouders
waar
niet waar
Kinderen die geen Nederlands kunnen/durven praten, laat je best in de thuistaal praten
waar
niet waar
1. Bekijk het fragment rond 'werken aan taal met kleuters'. (tot aan rijmpje rond dageinde)
--> Noteer alle tips rond wat jij kan doen als begeleider om taal te stimuleren.
2. Kijk nadien verder naar het filmpje en kijk hoe ze met de tips aan de slag ging.
--> Wat deed de juf anders?
f. Voorlezen
zie aparte LU