Veelvouden en delers
Veelvouden en delers
Deze slide heeft geen instructies
Wat leer ik vandaag?
Ik kan veelvouden en delers herkennen, bepalen en gebruiken om het kleinste gemeenschappelijke veelvoud te vinden.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden passen volgens jou bij veelvouden en delers?
Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Pik woorden zoals tafels, delen, sprongen, groepjes, zonder rest of samen eruit en koppel die aan de les.
Introductie
In deze interactieve wiskundeles over kleinste gemeenschappelijke veelvoud leren leerlingen veelvouden en delers stap voor stap begrijpen en toepassen. De les bevat duidelijke uitleg, visuele voorbeelden, gerichte oefeningen en formatieve vragen. Direct inzetbaar in LessonUp voor het Vlaamse lager onderwijs.
Deze slide heeft geen instructies
Wat zijn veelvouden?
Een veelvoud krijg je door een getal te vermenigvuldigen met 1, 2, 3, 4, ...
Voorbeeld bij 4:
4 × 1 = 4
4 × 2 = 8
4 × 3 = 12
4 × 4 = 16
Leg de link met herhaald optellen: 4, 8, 12, 16 ... zijn ook telkens 4 erbij. Gebruik eventueel de tafel van 4 als voorkennis.
Veelvouden in een rij
Je kunt veelvouden ook zien als een sprongpatroon op de getallenlijn.
Voorbeeld van 5:
5, 10, 15, 20, 25, 30, ...
Je telt telkens 5 erbij. Daarom zijn dit veelvouden van 5.
Benadruk dat 0 ook een veelvoud is, maar dat leerlingen in oefeningen vaak starten vanaf 5 of vanaf 1 × 5. Houd de focus op herkennen van het patroon.
Veelvouden met groepjes
Denk aan voorwerpen in gelijke groepjes.
Bij 6 per groep krijg je:
1 groep = 6
2 groepen = 12
3 groepen = 18
Dat zijn veelvouden van 6.
Kies een herkenbaar Vlaams voorbeeld, zoals eieren in doosjes of flessen in bakken, zonder nieuwe rekenmoeilijkheid toe te voegen.
Wat zijn delers?
Een deler is een getal waarmee je een ander getal zonder rest kunt delen.
Voorbeeld bij 12:
1, 2, 3, 4, 6 en 12 zijn delers van 12
12 : 3 = 4
12 : 5 kan niet zonder rest
Gebruik de woorden 'gaat er precies in' als steunzin. Vermijd te snel formele taal als 'deelbaarheid' zonder voorbeeld.
Delers verdelen eerlijk
Delers helpen bij eerlijk verdelen.
Voorbeeld met 18 koekjes:
per 2 = 9 groepjes
per 3 = 6 groepjes
per 6 = 3 groepjes
Dus 2, 3 en 6 zijn delers van 18.
Laat zien dat een deler niet groter hoeft te zijn dan het aantal groepjes; het gaat om een verdeling zonder rest. Koppel aan dagelijkse situaties zoals koekjes of stickers.
Veelvouden en delers vergelijken
Veelvouden en delers horen bij elkaar, maar ze betekenen niet hetzelfde.
Veelvouden van 3: 3, 6, 9, 12, 15, ...
Delers van 12: 1, 2, 3, 4, 6, 12
12 is een veelvoud van 3.
3 is een deler van 12.
Dit contrast is belangrijk: leerlingen draaien deze begrippen vaak om. Herhaal de zinstructuren exact.
Welk getal is een veelvoud van 6?
14
18
20
22
18 hoort in de rij 6, 12, 18. De andere getallen liggen niet op sprongen van 6.
Vul de juiste woorden in
Een veelvoud krijg je door een getal te vermenigvuldigen. Een deler is een getal waarmee je een ander getal zonder rest kunt delen. Zo is 12 een veelvoud van 3 en 3 is een deler van 12.
Dit checkt het onderscheid tussen veelvoud en deler. Laat leerlingen de twee voorbeeldzinnen eventueel hardop herhalen.
Zoek gemeenschappelijke veelvouden
Soms hebben twee getallen dezelfde veelvouden.
Voorbeeld met 4 en 6:
veelvouden van 4: 4, 8, 12, 16, 20, 24, ...
veelvouden van 6: 6, 12, 18, 24, 30, ...
12 en 24 zijn gemeenschappelijke veelvouden.
Werk eventueel met twee kleuren op bord of digitaal om gelijke getallen te markeren.
Wanneer komt het samen?
Denk aan twee patronen die tegelijk terugkomen.
om de 4 stappen
om de 6 stappen
Het eerste getal waar beide patronen samenkomen, is 12.
Verbind dit met een herkenbare context, zoals twee klapritmes of twee belletjes die na een vast aantal tellen weer samen vallen.
Kleinste gemeenschappelijke veelvoud
Het kleinste gemeenschappelijke veelvoud is het kleinste getal dat een veelvoud is van beide getallen.
Bij 4 en 6 is dat 12.
Kort gezegd:
gemeenschappelijk = van allebei
kleinste = het eerste dat past
Gebruik consequent de afkorting KGV pas nadat de volledige term duidelijk is uitgelegd.
Een correcte strategie
Zo vind je het kleinste gemeenschappelijke veelvoud:
Schrijf de veelvouden van het eerste getal.
Schrijf de veelvouden van het tweede getal.
Zoek het eerste gelijke getal.
Dat getal is het KGV.
Dit is de kernstrategie voor deze leeftijdsgroep. Houd het procedureel en overzichtelijk.
Voorbeeld: KGV van 3 en 5
veelvouden van 3: 3, 6, 9, 12, 15, ...
veelvouden van 5: 5, 10, 15, 20, ...
Het eerste gelijke getal is 15.
Dus: KGV van 3 en 5 = 15
Wijs erop dat 30 ook gemeenschappelijk is, maar niet het kleinste. Dat helpt om het woord 'kleinste' serieus te nemen.
Controleer je antwoord
Je kunt je antwoord altijd controleren.
Bij KGV van 3 en 5 = 15:
15 is deelbaar door 3
15 is deelbaar door 5
er is geen kleiner gemeenschappelijk veelvoud ervoor
Dan klopt je antwoord.
Laat leerlingen niet alleen het juiste getal noemen, maar ook verwoorden waarom het klopt.
Wat is het KGV van 4 en 6?
24
8
12
10
12 is het eerste gelijke getal in beide rijtjes. 24 is ook gemeenschappelijk, maar niet het kleinste.
Maak de strategie af
Om het KGV te vinden, schrijf je eerst de veelvouden van het eerste getal op. Daarna noteer je de veelvouden van het tweede getal. Het eerste gelijke getal is het KGV.
Laat leerlingen hun antwoord koppelen aan het voorbeeld van 3 en 5 op de vorige slides.
Hoe controleer je of 15 echt klopt?
Verwacht elementen zoals: 15 staat in beide rijtjes, 15 is deelbaar door 3 en 5, en er komt geen kleiner gemeenschappelijk veelvoud vóór 15.
Toepassen in een situatie
Twee sporten starten tegelijk.
De ene groep loopt elke 8 minuten voorbij.
De andere groep loopt elke 12 minuten voorbij.
Na hoeveel minuten zijn ze weer tegelijk daar?
Zoek het KGV van 8 en 12.
Gebruik de context als toepassing van het patroonidee. Laat de nadruk op de getallenstructuur liggen.
Uitwerking van de situatie
veelvouden van 8: 8, 16, 24, 32, ...
veelvouden van 12: 12, 24, 36, ...
Het eerste gelijke getal is 24.
Dus na 24 minuten zijn beide groepen weer tegelijk daar.
Benadruk de vertaling van context naar bewerking: 'weer tegelijk' wijst naar een gemeenschappelijk veelvoud.
Slim kiezen van een aanpak
Niet elke oefening is even moeilijk.
Bij kleine getallen volstaat een lijstje met veelvouden.
Bij grotere getallen werk je netjes en stap voor stap.
Controleer altijd of je getal bij beide rijtjes past.
Dit ondersteunt differentiatie zonder aparte opdrachten op de slide te zetten. Sterkere leerlingen kunnen sneller generaliseren, anderen blijven bij de lijstjesmethode.
Veelgemaakte fout
Let op voor deze fout:
Soms kiezen leerlingen een getal dat wel in één rijtje staat, maar niet in allebei.
Voorbeeld bij 4 en 6:
8 is wel een veelvoud van 4
8 is geen veelvoud van 6
Dus 8 is niet het KGV.
Gebruik dit als tegenvoorbeeld. In wiskunde helpen tegenvoorbeelden om een regel beter te begrijpen.
Na hoeveel minuten zijn beide groepen weer samen?
20
24
16
32
Dit is de toepassingsopdracht bij de context van 8 en 12 minuten. Zoek het eerste gemeenschappelijke veelvoud.
Welke aanpak hielp jou het meest bij KGV zoeken?
Rijtjes maken
Sprongen zien
Context lezen
Controleren
Deze slide heeft geen instructies
Wat is één ding dat je vandaag hebt geleerd?
Laat leerlingen kort benoemen wat bleef hangen, bijvoorbeeld het verschil tussen veelvoud en deler, hoe je het KGV vindt, of hoe je controleert.
Wat vond je vandaag het moeilijkst?
Mogelijke antwoorden: veelvouden en delers uit elkaar houden, het eerste gelijke getal vinden, of controleren of het bij beide rijtjes past.
Wiskundewoorden
veelvoud - een getal dat je krijgt door een getal te vermenigvuldigen met 1, 2, 3, ...
deler - een getal waarmee je een ander getal zonder rest kunt delen
zonder rest delen - delen waarbij er niets overblijft
gemeenschappelijk veelvoud - een veelvoud dat bij twee getallen tegelijk hoort
kleinste gemeenschappelijke veelvoud - het kleinste getal dat een veelvoud is van twee getallen
controle - nagaan of je antwoord echt klopt
strategie - een handige manier om stap voor stap te werken
Deze slide heeft geen instructies