B5.5 Gedrag

1 / 25
volgende
Slide 1: Video
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

0

Slide 1 - Video

Doel van de les: 
Je kunt beschrijven hoe een bewuste reactie ontstaat.
Je kunt beschrijven wat gedrag is.
Je kunt benoemen waardoor gedrag wordt bepaald.

Slide 2 - Tekstslide

0

Slide 3 - Video

Wat is gedrag?

Alles wat een mens of een dier doet.




Slide 4 - Tekstslide

Als het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling, noem je dat een gedragsketen

Slide 5 - Tekstslide

Gedrag is een respons
op een prikkel

Slide 6 - Tekstslide

Waarom gedragen wij ons zo?

Slide 7 - Tekstslide

Waar komt gedrag vandaan?
Aangeboren of aangeleerd

Gedrag wordt veroorzaakt door prikkels.
Sommige makkelijker te negeren dan anderen.

Slide 8 - Tekstslide

Waar komt gedrag vandaan?
Aangeboren of aangeleerd
+ prikkels

Daarnaast speelt 
motivatie een rol.

Het moet morgen nog af!

Slide 9 - Tekstslide



Uitwendige prikkel > iets zien bijv. de hond ziet de voerbak en loopt erop af

Inwendige prikkel > hij loopt naar de etensbak omdat hij honger heeft


Slide 10 - Tekstslide

Gedrag ontstaat dus door...
Inwendige prikkels
(bijv. lege maag)
Uitwendige prikkels
(bijv. zien lekker eten)
Motivatie
(bijv. honger)
Handelingen
(bijv. kauwen)
Gedrag
(Voedings-
gedrag)

Slide 11 - Tekstslide

Aangeboren gedrag

Gedrag dat je meteen kunt na de geboorte

bijveelbeeld baby's zuigen aan de tepel van de moeder
Aangeleerd gedrag

Gedrag dat onstaat door te leren

Bijvoorbeeld een kat leert om de kattenbak te gebruiken

Slide 12 - Tekstslide

Sociaal gedrag
- Gedrag van soortgenoten naar elkaar noem je sociaal gedrag
- Een handeling van een dier of mens is een prikkel voor een handeling van een soortgenoot
- Zo een prikkel noem je dan een signaal
- Als iemand zijn hand op steekt, is dat een signaal om bijvoorbeeld terug te zwaaien

Slide 13 - Tekstslide

Gedrag van mensen
Mensen kunnen nadenken over hun gedrag, ook beoordelen wij het gedrag van anderen.

We vinden het vaak prettig als andere mensen ongeveer hetzelfde gedrag vertonen als wijzelf. We hebben daarom normen en waarden voor ons gedrag.

Waarden zijn dingen die je belangrijk vindt in het leven, bijvoorbeeld eerlijkheid, respect en vrijheid

Normen zijn gedragsregels die daar bij passen, bijvoorbeeld bij de waarde 'eerlijkheid' hoort de norm 'je mag niet stelen'




Slide 14 - Tekstslide

Observeren en interpreteren
- soms kan een signaal op verschillende manieren geinterpreteert worden
- iemand die zijn hand opteekt kan verschillende betekenissen hebben (zie plaatje)
- gezichtsuitdrukking en lichaamshouding spreken dan een belangrijke rol
- het gedrag dat je waarneemt is de observatie
- Wat jij denkt dat dit gedrag betekent is de interpretatie

Slide 15 - Tekstslide

komt binnen bij je zintuigcellen
Elektrische signaaltje via een zenuw
Reactie
Respons
Prikkel
Impuls

Slide 16 - Sleepvraag

Wat is de prikkel en de respons voor de buffel?
Respons
Prikkel

Slide 17 - Sleepvraag



Fietsen
A
aangeboren gedrag
B
aangeleerd gedrag

Slide 18 - Quizvraag



Agressie
A
aangeboren gedrag?
B
Aangeleerd gedrag?

Slide 19 - Quizvraag


A
aangeboren gedrag
B
aangeleerd gedrag

Slide 20 - Quizvraag

aangeleerd/aangeboren gedrag

Een papegaai spreekt woorden uit
A
aangeleerd gedrag
B
aangeboren gedrag

Slide 21 - Quizvraag


Verlegenheid
A
aangeboren gedrag
B
aangeleerd gedrag

Slide 22 - Quizvraag

aangeleerd/aangeboren gedrag

Eten met mes en vork
A
aangeleerd gedrag
B
aangeboren gedrag

Slide 23 - Quizvraag

aangeleerd/aangeboren gedrag

Een baby drinkt melk uit de borst bij de moeder
A
aangeleerd gedrag
B
aangeboren gedrag

Slide 24 - Quizvraag

Aan het werk
  1. Lees B5 in je boek of ditigaal (blz 94)
  2. Maak opdr 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10 via de digitale methode
  3. Maak opdracht 3 in je werkboek. Geef via de digitale methode aan als deze af is

Slide 25 - Tekstslide