AFP blok 1.1, herhalingsstof toets week 4

Herhaling lesstof huid en wonden tbv toets
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
AFPMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Herhaling lesstof huid en wonden tbv toets

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Huid

Slide 3 - Tekstslide

Bouw en functie van de huid
module 9, hoofdstuk 1
Functies van de huid:
  • Bescherming: belangrijkste functie                                       mechanische krachten: schuren                                                                                                                                 chemische invloeden: zeep                                                                                                                                           binnendringen ziekte verwekkers                                                                                                                               te veel UV straling                                                                                                                                                               uitdroging
  • Handhaving lichaamstemperatuur
  • Uitscheiding
  • Waarneming
  • Aanmaak vitamine D

Slide 4 - Tekstslide

Bouw van de huid / cutis
Epidermis /opperhuid
Opperhuid / epidermis
  • Kiemlaag : stratum germinativum, verankerd in het basaalmembraan, stamcellen, pigment cellen (melanine), dermispapillen, hier kan huidkanker onttaan. 
  • Stekelcellenlaag: stratum spinosum, stevighuid, hoeveelheid melanine hier bepaald huidskleur
  • Korrellaag: stratum granulosum, maken hoornstof (keratine)
  • Heldere laag: stratum licidum, platte cellen vol met hoonstof
  • Hoornlaag: stratum corneum, 15-20 lagen platte dode cellen, . Eelt, patroon dermispapillen loopt door tot in huidlijsten
  • Moedervlek / naevus maternus:opeenhoping van pigmentcellen die veel melanine produceren
  • Sproeten / Efeliden: ophoping melanine.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Dermis / lederhuid
  • aanwezigheid van lymfevaten, bloedvaten en zenuwcellen
  • Reticulaire laag: stratum reticulare, hoog gehalte collagene vezels, gerangschikt in ruitjes reticulum, splijtlijnen
  • Papillaire laag : stratum papillare, veel dermis papillen, bloedvaten en zenuwcellen, fijne collageen en elastische vezels
  • Onderhuid / subcutis: geen onderdeel van de huid, losmazig bindweefsel, onderhuids vetweefsel, warmte isolatie, reserve brandstof, stootkussen

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Bijzondere huidstructuren
  • Haren: haarwortel, haarschacht, haarzakje, haarbulbus, haarpapil, haarspier
  • Nagels: nagelbed, nagelwalnagelriem, nagelwortel, lunula
  • Borstklieren: melkklieren, tepel 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Doorbloeding van de huid
  1. Subpapillaire vaatnetwerk : lederhuid
  2. Cutane vaatnetwerk: grens lederhuid en onderhuids bindweefsel
  3. Fasciale vaatnetwerk: tussen onderhuids bindweefsel en onderliggend weefsel
  • Anastomose: verbindend bloedvat tussen de verschillende vaatstelsels

Slide 14 - Tekstslide

Doorbloeding van de huid
  1. papillair vaatnetwerk
  2. cutaan vaatnetwerk
  3. faciaal vaatnetwerk
  4. Verbindingen tussen de 3 vaatnetwerken (a.)
  5. Verbindingen tussen de 3 vaatnetwerken (v.)
  6. opperhuid
  7. lederhuid en onderhuids bindweefsel
  8. onderliggende spierlaag

Slide 15 - Tekstslide

Dekweefsel
Module 3, hoofdstuk 1
Dekweefsel / Epitheel
  • geen tussencelstof
  • geen bloedvaten, voedingsstoffen uit weefsel
  • 1 kant blootgesteld aan de omgeving/vrije kant
  • basaalmembraan
  • levenslang vermogen om te delen ivm snelle slijtage

Slide 16 - Tekstslide

Functies dekweefsel
  • Bescherming tegen chemische stoffen/ziekteverwekkers
  • Transport: stoffen vanuit de omgeving kunnen bij de organen komen
  • Afscheiding van stoffen: secretie van bijvoorbeeld slijm 

Slide 17 - Tekstslide

Eenlagig dekweefsel
  • Plaveisel epitheel: platte cellen met een groot oppervlak. Bescherming en transport, longblaasjes
  • Kubisch epitheel: blokvormige cellen, afscheiding van stoffen, klier wanden
  • Cilindrisch epitheel: langwerpige kokervormige cellen, transport en afscheiding van stoffen, microvilli darmwand
  • Trilhaar epitheel: hoge slanke cellen met aan de vrije kant trilhaar, altijd vergezeld van slijm producerende cellen, luchtwegen

Slide 18 - Tekstslide

Meerlagig dekweefsel
  • Verhoornend plaveisel epitheel: kubisch, onderste laag deelt continue, bovenste laag wordt steeds platter en steviger door hoornstof, daardoor gaat de cel dood, daardoor buitenste laag ondoordringbaar, bescherming,  opperhuid
  • Niet verhoornend plaveisel epitheel: hetzelfde principe behalve de verhoorning, bescherming, met veel slijmcellen, slijmvlies mondholte
  • Overgangsepitheel: enkele lagen kubische of bolvormige cellen, kunnen vervormen zonder te beschadigen, rekbaar, blaaswand

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Klierepitheel
  • alleen secretie functie, daardoor dieper gelegen dichtbij goed doorbloed weefsel
  • Exocriene klieren : afvoerbuis, externe secretie, buisvormig/trosvormig, maagsapklieren, talgklieren
  • Endocriene klieren: geven af aan de bloedbaan, interne secretie, hormonen, schildklier

Slide 21 - Tekstslide

Kliersecreet
  • Vet: soepel en waterafstotend
  • Water: oplosmiddel en koelmiddel
  • Slijm: glijmiddel, transportmiddel, bescherming
  • Enzymen: voedselvertering
  • Moedermelk: voeding

Slide 22 - Tekstslide

Wonden

Slide 23 - Tekstslide

Pathologie van de huid
module 11, hoofdstuk 1

Slide 24 - Tekstslide

Verwondingen door mechanisch scherp geweld

Slide 25 - Tekstslide

Verwondingen door mechanisch stomp geweld
Gesloten wonden
Huid is intact
Geen kans op infectie

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Vochtletsel
Bij vochtletsel is er sprake van vocht inwerking in de huid waardoor de huid week wordt. Dat kan komen door water, urine, dunne ontlasting, zweet en wondvocht.

Door langdurige inwerking van vocht en/of de overgroei van bacteriën en schimmels onder deze ideale omstandigheden kan de huid beschadigd raken.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Decubitus
  • Decubitus (doorligwonden) = ontstaan door druk- en schuifkrachten waardoor bloedtoevoer verminderd of afwezig is.
  • Decubitus ontstaat als eerste in de ondergelegen weefsels, later pas in de opperhuid, omdat de opperhuid gewend is aan minder doorbloeding en minder zuurstof en voedingstoffen nodig heeft.
  • Vochtletsel en decubitus op de stuit zijn vaak lastig te onderscheiden.



Slide 30 - Tekstslide

Classificatiesysteem
  • Categorie 1: niet wegdrukbare roodheid
  • Categorie 2: oppervlakkige beschadiging
  • Categorie 3: volledige huidlaag is verloren gegaan, kan ondermijnt zijn
  • Categorie 4: volledig weefsellaag is verloren gegaan. Spieren, pezen en bot liggen open en bloot. Vaak necrose

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Brandwonden
  • Oorzaak: straling, hitte, elektriciteit of chemische stoffen.
  • Een brandwond is in eerste instantie een steriele ontsteking, maar er kan snel infectie bijkomen.


Slide 33 - Tekstslide

Classificaties
  • Eerstegraads
opperhuid is beschadigd, maar niet kapot
  • Tweedegraads
opperhuid en de lederhuid beschadigd
  • Derdegraads:
zijn vrijwel alle huidlagen beschadigd.

Slide 34 - Tekstslide

Primaire wondgenezing
  • Wondranden zijn glad en scherp begrenst
  • Niet te diep en niet te breed
  • Spieren, pezen en/of zenuwen zijn niet aangetast.
  • Wond is niet geïnfecteerd

Slide 35 - Tekstslide

Secundaire wondgenezing
  • Wond bevat veel vuil (geïnfecteerd)
  • Diep en/of brede wond
  • Rafelige wondranden

Slide 36 - Tekstslide

Wondbehandeling
  • Rood: beschermen
  • Geel: reinigen
  • Zwart: moet chirurgisch verwijderd worden.

Van onderuit en van buiten naar binnen moet de wond genezen

Slide 37 - Tekstslide

De huidlagen van buiten naar binnen
A
opperhuid, onderhuids bindweefsel, lederhuid
B
lederhuid, opperhuid, onderhuidsbindweefsel
C
opperhuid, lederhuid, onderhuidsbindweefsel
D
lederhuid, onderhuids bindweefsel, opperhuid

Slide 38 - Quizvraag

De huidlagen van buiten naar binnen
A
kiemlaag, hoornlaag, lederhuid, subcutis
B
kiemlaag, dermis, epidermis, subcutis
C
opperhuid, dermis, hoornlaag, subcutis
D
hoornlaag, dermis, onderhuidsbindweefsel

Slide 39 - Quizvraag

haarzakje
bloedvaten
talgklier
Epidermis
Dermis
Subcutis
Kiemlaag
geen doorbloeding
eelt
bevat lymfevaten
voorziet opperhuid van voedingsstoffen
vetweefsel
zweetklier

Slide 40 - Sleepvraag

Als je op de tocht zit voel je je kouder worden
warmte uit lichaam is nodig om zweet te verdampen
door direct contact met koud voorwerp stroomt warmte uit de huid hier naartoe
lichaam neemt warmte uit omgeving op of geeft juist warmte af
Warmte uitstraling
warmte 
geleiding
Verdamping
Lucht 
stroming

Slide 41 - Sleepvraag