Co-teaching

Genderidentiteit en genderneutraal opvoeden
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingSecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Genderidentiteit en genderneutraal opvoeden

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

1. Genderidentiteit

Slide 3 - Tekstslide

Sekse
Gaat over biologisch geslacht

Kenmerken: 
  • geslachtsdelen
  • chromosomen XX en XY
  • hormonen

Intersekse = kenmerken M&V 
Gender

Maatschappelijk idee over mannelijkheid en vrouwelijkheid

Slide 4 - Tekstslide

Genderidenteit

Gaat over ons zelfbeeld

In welke mate we ons mannelijk of vrouwelijk voelen 

  • Agender = genderloos
  • non-binair=beide of geen van beide
  • transgender= man ≠ vrouw
-> sekse en genderidentiteit komen niet overeen
Seksuele identiteit

Gaat over aantrekkingskracht

In welke mate we ons aangetrokken voelen tot mannen, vrouwen, beide

  • Hetero=verschillend geslacht
  • Homo= gelijk geslacht
  • Biseksueel: beide geslachten

Slide 5 - Tekstslide

2. Genderneutraal opvoeden

Slide 6 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Definitie
‘Geen onderscheid makend tussen seksen en daaraan toegeschreven eigenschappen, gedragingen en voorkeuren’.

Slide 7 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Concreet
  • Geen onderscheid tussen jongens en meisjes.
  • Wil niet zeggen: mannelijkheid of vrouwelijkheid uitsluiten! Wél kinderen van beide aspecten iets meegeven, in aanraking brengen
  • Zonder beïnvloeding door de omgeving (hoe ‘hoort’ het kind zich te gedragen)

Slide 8 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Invloed van de omgeving

De verschillen tussen jongens en meisjes én welk gedrag je daarbij hoort te tonen:
-> Voor een groot deel door de omgeving ingegeven

Slide 9 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Voorbeeld van genderneutraal denken

Een meisje kiest om in de autohoek te gaan spelen. Doordat wij meespelen en ingaan op waar dit meisje mee bezig is, kunnen we haar spel verdiepen en krijgt zij de kans om echt te ontdekken waar haar interesses liggen. 
-> Dit is een voorbeeld van genderneutraal denken: kinderen mogen zelf kiezen met wie en wat ze willen spelen. Of het nu een meisje is die met auto’s speelt of een jongen die zich verkleedt als princes.

Slide 10 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Waarom genderneutraal opvoeden? (Neuropsycholoog Jelle Jolles)
    
 omgeving speelt grote rol
 kinderen neiging te voldoen aan (on)uitgesproken verwachtingen waarmee ze opgevoed worden
 belangrijk kinderen te laten opgroeien in een omgeving waar ze breed gestimuleerd worden:
- Stimuleert het kind de wereld ontdekken
- stimuleert het kind zelf keuzes maken
- Helpt het kind zijn eigen identiteit te ontwikkelen
- Het kind mag zichzelf zijn

Slide 11 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
Zweden
- genderneutraal opvoeden goed ingeburgerd
- genderneutrale scholen en toiletten

 Scholen minder last van vooroordelen en stereotypering
 Kinderen spelen gemakkelijker met kinderen van het andere geslacht


Slide 12 - Tekstslide

Genderneutraal opvoeden
België - Nederland:

- Minder geïntegreerd
- Wél steeds vaker gespreksonderwerp
-> Steeds bewuster van het effect stereotypering

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Casus 1
Ivan loopt stage in een kinderdagverblijf. Hij kreeg de taak om een knutselopdracht te verzinnen om samen met de kleuters uit te voeren. De groep bestaat uit tien kleuters: zes meisjes, vier jongens. Zijn stagementor had eerder aangegeven dat de kleuters het erg leuk vinden om te stempelen met verf. Hierdoor kwam hij op het idee om de kleuters tekeningen te laten bestempelen. Wanneer kleuters stempelen, leren zij hun verbeelding en creativiteit de vrije loop te laten. Bovendien bevordert stempelen de volgende cognitieve vaardigheden: creativiteit en fantasie, grove en fijne motoriek, coördinatie, concentratievermogen, zelfbewustzijn en zelfkritiek
Kort samengevat: Een leuke opdracht, die de cognitieve vaardigheden van de kleuters bevordert. Ivan kan zeer goed tekenen, dus hij gaat ermee aan de slag!
Hij koos ervoor om twee verschillende tekeningen uit te werken. Met enige trots stelt Ivan voor:
 Vier tekeningen van een auto, voor de jongens (uiteraard!).
 Zes tekeningen van een bloem voor de (schattige) meisjes.
Leg uit. Wat vinden jullie van Ivan zijn voorbereiding / gedachtegang?
Zouden jullie eveneens de tekening van een auto aan de jongens geven en de tekening van een bloem aan de meisjes? Waarom wel / niet?





Slide 15 - Tekstslide

Casus 2
Anneleen loopt stage in een kinderdagverblijf. Na schooltijd raakte ze aan de praat met de vader van Malika. Malika is een meisje uit haar groep. Hij vertelde dat Malika (afgelopen zaterdag), iets mocht kiezen uit de speelgoedwinkel. In eerste instantie dacht de vader, dat Malika zou gaan voor een mini-keukentje, aangezien Malika dol is om mama mee te helpen tijdens het koken.
Maar Malika haar oog viel onmiddellijk op een piratenboot. Wat ze dan ook heeft gekregen. Uiteindelijk mocht Malika kiezen. Toch? De winkelbediende had hier misschien een andere mening over. Bij het afrekenen stelde ze: Je dochter heeft duidelijk de voorkeur voor “jongens speelgoed”. Of is het een cadeau voor haar broertje, vroeg ze zich af? Malika’s vader gaf aan dat hij de reactie van de winkelbediende wegwuifde door enkel te reageren met een glimlach…
Want uiteindelijk heeft zijn dochter goed gekozen, besluit papa. Malika heeft met veel enthousiasme met haar zelfgekozen piratenboot gespeeld. De vader van Malika straalt terwijl hij het vertelde. Ik heb mijn dochter gelukkig gemaakt, voegde hij er nog aan toe! Anneleen vind het geweldig dat Malika’s vader zo redeneert en zijn dochter vrij liet om te kiezen. Mensen zouden misschien minder moeten “hokjes denken”. Want wat maakt nu dat spoelgoed voor jongens of meisjes is? Ze vind de reactie van de winkelbediende dan ook een beetje eigenaardig.
Leg uit. Wat is jullie mening rond het besluit / de gedachtegang van Anneleen en Malika’s vader?
Hoe zouden jullie reageren op de reactie van de winkelbediende over het gekozen speelgoed? Verklaar uw antwoord.

Slide 16 - Tekstslide

Noteer 2 zaken die je onthouden hebt tijdens deze les.

Slide 17 - Open vraag