De grote tijdlijn-challenge

De grote tijdlijn-challenge

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 1,2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De grote tijdlijn-challenge

Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les kun je samen met een klasgenoot kaartjes op een tijdlijn plaatsen, opdrachten oplossen en uitleg geven aan de klas.

Wat weet je (nog uit onze lessen)?

Gebruik je wisbordje.

Slide titel

Slide tekst

Slide titel

Slide tekst

Slide titel

Slide tekst

Slide titel

Slide tekst

Slide titel

Slide tekst

Slide titel

Napoleon Bonaparte
(15 augustus 1769 – 5 mei 1821)

Slide titel

Slide tekst

Uitleg opdracht

Iedereen krijgt een unieke opdracht:

  • kernwoorden: dat is jouw thema > zorg voor beeldmateriaal (presentatie of tekening)

  • 1 opdracht ivm tijd

  • 1 algemene opdracht



Jouw presentatie bevat dus beeldmateriaal, de oplossing op de twee vragen en 1 of 2 extra weetjes. Je zorgt ervoor dat je op een tijdlijn kan aanduiden in welke periode jouw thema zich situeert.

Wat moet je doen?

Plaats je thema op de juiste plek op de tijdlijn. Los beide opdrachten op. Leg aan de klas uit wat je gedaan hebt en vertel één extra weetje.

Voorbeeld van een opdracht

Opdracht 1

Tijd: In welke eeuw werd de gloeilamp uitgevonden?

Opdracht 2

Geef antwoord op de vraag: Waarom is de gloeilamp een verbetering?


Kernwoorden: moderne tijd, gloeilamp

Puntensysteem

Per kaartje kun je 5 punten scoren:

  • juiste plaats op de tijdlijn,

  • juiste tijdsvraag,

  • inhoudsvraag goed,

  • duidelijke uitleg en

  • een extra weetje.


Extra bonuspunt voor een sterke aanvulling.

Tips voor een goede presentatie

Praat duidelijk en rustig. Kijk je klasgenoten aan. Gebruik voorbeelden of tekeningen om je uitleg te ondersteunen.

Check-out

Naam:



  1. 1815: in welke eeuw ligt dit?
    .....................................................

  2. WO1: in welke tijdsperiode situeer je dit? Omcirkel je antwoord.
    (prehistorie / oude nabije Oosten / klassieke oudheid / middeleeuwen / vroegmoderne tijd / moderne tijd / hedendaagse tijd)

  3. Wat blijft je het meest bij van de lessen dit jaar?
    .....................................................
    .....................................................
    .....................................................

CLIC
Geschiedenis

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.