Klas 2: De kip

Hoenders (of de kip)
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Hoenders (of de kip)

Slide 1 - Tekstslide

Wat doen we vandaag
Terugblik vorige les
Theorie de KIP
Gezondheid

Wat moet je leren voor de toets volgende week

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les kun je:

Een kip hanteren
De verschillende onderdelen van een kip benoemen
De voetring aflezen
Een minionderzoekje doen
De onderdelen van het ei benoemen


Slide 3 - Tekstslide

Terugblik
Wat hebben we vorige keer gedaan?

Slide 4 - Tekstslide

Gedomesticeerd= van een wild dier een huisdier/productiedier maken
• Ze leggen meer eieren dan ze uit kunnen broeden
• Ze hebben meer vlees op hun botten dan hoor voorouders
• Er zijn veel verschillende rassen ontstaan
• Ze zijn tammer geworden

Slide 5 - Tekstslide

Haan of Hen?
-Haan heeft grotere kam
-Haan heeft sporen aan poten
-Hals en zadelveren van de haan zijn puntiger.
-Hanen zijn iets groter

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

BEKIJK HET FILMPJE EN SCHRIJF OP(aan de achterkant van je boekje)!Wanneer leggen kippen een ei?


1.In de natuur doen ze dit:  
2.Of met trucs zoals: 1.
                                  2.

In het voorjaar
Eieren weghalen zodat ze niet kunnen broeden
Bij verlichten met kunstlicht zodat ze niet weten dat het najaar wordt.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Wanneer leggen kippen een ei?
1.In de natuur doen ze dit:  
2.Of met trucs zoals: 1.
                                  2.

In het voorjaar
Eieren weghalen zodat ze niet kunnen broeden
Bij verlichten met kunstlicht zodat ze niet weten dat het najaar wordt.

Slide 10 - Tekstslide

Zelf doen
Schrijf je naam op het boekje en lees de opdrachten goed.

Werk nu zelf het boekje door. Pak zelf wat je nodig hebt. (blauwe bakken, matjes op hamsterkooien)

Vragen? Ik loop steeds langs, stel ze!

Slide 11 - Tekstslide

Afsluiting- je kunt nu
Een kip hanteren
De verschillende onderdelen van een kip benoemen
De voetring aflezen
Een minionderzoekje doen
De onderdelen van het ei benoemen

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht
Lees de tekst bij vraag 3.

LET OP, lees alleen de tekst! Verder doe je niets.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

1. Grote slagpennen 3. Duimveer 5. Grote dekveren
2. Kleine dekveren 4. Kleine slagpennen 6. Middelste dekveren

Slide 16 - Tekstslide

Het ei

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Opdracht
1. Pak een kip en zet deze onder een kooitje op een matje.

2. Maak vragen 1 t/m 15 in het boekje kip.

3.Klaar? Zet de kip weer terug in het juiste hok! (begin alvast met het hoofdstuk huisvesting)
timer
30:00

Slide 19 - Tekstslide

Verzorgen!
1.Konijnen: handje voer per konijn in bak. 
2.Kippen: ook in geitenwei water en voer
3.Geiten: Hooi ook in ballen. 
4.Alle hamsters in het lokaal voer en water
5.Gerbils voer en water
6.Chinchillas en Degoes voer en water
7.G lokaal alle dieren voer en water


Slide 20 - Tekstslide

Lees eerst de tekst bij huisvesting 
En maak de vragen 16 t/m 18
Uitdaging???? Maak dan vraag 19 eens!

Klaar? Ruim je tafel op en pak een gekleurd A4tje en potloden

Slide 21 - Tekstslide

Gezondheid

Slide 22 - Tekstslide

Aan het einde van de les
Kun je een dier beoordelen op gezondheid aan de hand van een checklist

Slide 23 - Tekstslide

Neus
Gezond dier:
De neus moet schoon en droog zijn.


Ziek dier:
De neus is snotterig (uitvloeiing), kan korstjes hebben of wondjes.

Slide 24 - Tekstslide

Oren
Gezond dier:
De oren moeten schoon zijn, niet stinken en de huid moet zonder wondjes of
korstjes zijn.
Ziek dier:
Als een dier een ontsteking in de oren heeft houdt het dier de kop de hele tijd
scheef. Ook kan het oor vies zijn en wondjes of korstjes hebben. Soms heeft
het dier beestjes in de oren. Dit noemen we parasieten. Een voorbeeld van
een parasiet is oor mijt.

Slide 25 - Tekstslide

Ogen
Gezond dier:
De ogen moeten schoon en helder zijn en reageren op de omgeving.
Ziek dier:
Soms zie je een grijze waas in het oog. Ook kan er pus uit de ogen kom, de
ogen kunnen rood zijn en de ogen dicht zitten. 

Slide 26 - Tekstslide

Huid
Gezond dier:
Egale huid, glad en moet er rustig uit zien. Dat betekent dat er
bijvoorbeeld geen rode plekken te zien zijn.
Ziek dier:
Op de huid zitten dan schilfers, verdikkingen, rood, verwondingen, uitslag of
ontstekingen. Er kunnen ook beestjes op de huid zitten bijvoorbeeld mijt,
vlooien of teken.

Slide 27 - Tekstslide

Vacht/veren
Kijk hierbij naar de omstandigheden waarin het dier zich bevindt.
Voorbeelden;
 Een konijn met jongen heeft vaak kale plekken door het maken van een nest.
 Kwartels en kippen: wanneer deze vaak worden besprongen door de haan,
wordt de rug en het achterhoofd kaal.
Gezond dier:
Een vacht moet glanzend en aaneengesloten zijn (egaal).
Ziek dier:
De vacht heeft kale- of dunnere plekken. Is dof, vet of plukkerig.

Slide 28 - Tekstslide

Slijmvliezen
Slijmvliezen zitten in de mond en ogen
Gezond dier:
De kleur moet roze zijn en het slijmvlies is vochtig.
Ziek dier:
Geel; kan een leveraandoening zijn
Wit; bloedarmoede
Rood; ontsteking 

Slide 29 - Tekstslide

Tanden/gebit
Passend bij een dier:
Herkauwers hebben geen boventanden.
Gezond dier:
Geen tandsteen of tandplak. Gebit sluit boven en onder netjes op
elkaar. Tanden mogen geel en wit (soms zelf oranje) zijn.
Ziek dier:
Bij knaagdieren kunnen tanden te lang worden. Dat noemen we een
olifantsgebit. Bij veel tandsteen of ontstekingen stinkt een dier uit zijn
bek. Donkergekleurde tanden of kiezen. 

Slide 30 - Tekstslide

Mest 
Passend bij dier. Bijvoorbeeld bij een koe is de mest slap en vochtig; bij konijnen
heeft de mest een vaste vorm. Bij vogels is de mest vaak twee kleuren (bruin en wit).
Gezond dier:
Meestal is het zo dat de anus/cloaca schoon is. Je kunt ook bekijken of de
staart schoon is. Hier zie je snel aan of het dier afwijkende mest heeft.
Ziek dier:
Bij een vieze anus of staart is er vaak diarree

Slide 31 - Tekstslide

Urine

Gezond dier:
De urine moet helder zijn
Ziek dier: troebel, bruin of rood.
De urine kun je niet altijd beoordelen, als je het niet kunt zien dan kun je het ook niet
beoordelen. Je kunt ook in de gaten houden of het dier ander plasgedrag vertoont.
Gaat het dier vaker of minder vaak dan normaal, plast het ineens in huis en anders
niet?

Slide 32 - Tekstslide

Nagels/Klauwen
 
 Gezond dier:
Nagels zijn niet te lang en staan in de normale stand
 Ziek dier:
Nagels zijn vies, te lang, stinken, zijn gevoelig of bloeden 

Slide 33 - Tekstslide

Gedrag
Passend bij het dier. Een reptiel kan je niet vergelijken met een konijn.
Gezond dier:
Reageert op de verzorger en op het voer dat hij krijgt. Groepsdieren reageren
ook op andere dieren in het hok. Om te kunnen beoordelen of het gedrag
afwijkt, moet je eerst weten hoe het dier zich normaal gesproken gedraagt.
 Ziek dier:
Trekt zich terug en reageert niet op de omgeving; wil niet eten en drinken.
Vogels die bol (dik zitten) zitten, voelen zich niet goed. De lichaamshouding is
vaak anders dan normaal.

Slide 34 - Tekstslide

PAT waarden

PAT staat voor pols (hartslag), ademhaling en temperatuur. Deze drie onderdelen
kun je opmeten. Ieder diersoort heeft zijn eigen PAT als het gezond is. Wijken ze af
van de norm kan dat betekenen dat het dier niet gezond is. 

Slide 35 - Tekstslide

Lichaamsconditie
Je kunt de botten (ruggengraat, heupen, ribben) makkelijk voelen maar niet zien. Bij het aaien is het voelbaar.

Ziek dier:
Kun je alle botten goed zien zitten? Dan is het dier te dun. Als je harder moet drukken op de huid om de botten te voelen, dan is het dier te dik.

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Opdracht om te oefenen:
Pak een dier en beoordeel deze op zijn gezondheid.

Slide 38 - Tekstslide

Leren voor de theorie toets:
Boekje konijnen
Boekje knaagdieren
Opdracht Rund- levensfasen van runderen
Boekje Kip: de vragen die we gemaakt hebben

Diernamen-noem ze bij de juiste naam!!

Slide 39 - Tekstslide

Leren voor praktijktoets
Gezondheid beoordelen
     Vacht/huid
     Ogen
     Oren
     Neus
      Nagels
      Anus
timer
20:00

Slide 40 - Tekstslide