cross

degrees of comparisons

Degrees of comparisons 
Hoe maak je een vergelijking in het Engels?
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Engelsvmbo gLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Degrees of comparisons 
Hoe maak je een vergelijking in het Engels?

Slide 1 - Tekstslide

Doel:
Je kan met korte woorden vergelijkingen maken in het Engels.

Slide 2 - Tekstslide

zegt iets over een zelfstandig naamwoord
(dus over een mens, dier, plant of ding)
een bijvoeglijk naamwoord 
het mooie meisje
de snelle auto
de lekkere cupcake

Slide 3 - Tekstslide

Als we zelfstandige naamwoorden vergelijken en iets of iemand is groter / sneller/ leuker / mooier/ lekkerder enz. dan noemen we dat de : vergrotende trap
                      groot       groter

Slide 4 - Tekstslide

In het Engels zet je dan -er achter het woord 
small - smaller
fast - faster
high - higher
       small           smaller

Slide 5 - Tekstslide

3 Uitzonderingen:
woorden die eindigen op een griekse y
bijv : ugly, lazy, early, heavy
Bij de vergrotende trap verdwijnt de -y
en komt er -ier achter
1

Slide 6 - Tekstslide

2
woorden die eindigen op -e
bijv : safe, nice, large
Bij de vergrotende trap komt er een -r achter het woord

Slide 7 - Tekstslide

Woorden van 1 lettergreep met 1 klinker die eindigen op 1 medeklinker
3
bijv : big , fat, hot
Bij de vergrotende trap verdubbelt de medeklinker + er
bigger/ fatter/ hotter

Slide 8 - Tekstslide

Achter het woord + er zet je dan than
This cupcake is smaller than that one
smaller than

Slide 9 - Tekstslide

This magazine is cheap, but that
one is...........
A
cheaper
B
cheaping
C
cheap
D
cheapest

Slide 10 - Quizvraag

Here is Emily. She's six years old. Her brother is nine, so he is...........
A
old
B
older
C
olden
D
oldest

Slide 11 - Quizvraag

Als we vergelijken en iets is het mooist/ grootst/ lekkerst/leukst enz dan noemen we dit de overtreffende trap
           groot                 groter                 grootst

Slide 12 - Tekstslide

in het Engels zet je dan -est achter het woord 
fastest 
smallest
highest
            small          smaller    smallest

Slide 13 - Tekstslide

Voor het woord + est zet je dan the
This is the smallest cupcake they have

Slide 14 - Tekstslide

He is ................. man in our village.
A
strongest than
B
stronger than
C
the strongest
D
the stronger

Slide 15 - Quizvraag

He has .......... car in our family.
A
faster than
B
the faster
C
fastest than
D
the fastest

Slide 16 - Quizvraag

woorden die eindigen op een griekse y
Bij de overtreffende trap verdwijnt 
de -y en komt er -ier achter
1
a tasty cupcake 
a tastier cupcake 
the tastiest cupcake

Slide 17 - Tekstslide

2
woorden die eindigen op -e
Bij de overtreffende trap komt er een -st achter het woord
a large cupcake
a larger cupcake
the largest cupcake

Slide 18 - Tekstslide

Woorden van 1 lettergreep met 1 klinker die eindigen op 1 medeklinker
3
Bij de overtreffende trap verdubbelt de medeklinker + est
         
a big cupcake
a bigger cupcake
the biggest cupcake

Slide 19 - Tekstslide

This is a nice cat. It's much ...............
.
my friend's cat
A
nicer than
B
niceer than
C
the nicest
D
the niceest

Slide 20 - Quizvraag

This joke was ....................
joke I've ever heard.
A
the funnyest
B
funnyer than
C
the funniest
D
funnier than

Slide 21 - Quizvraag

London is .............city in Europe.
A
largeer than
B
the largeest
C
larger than
D
the largest

Slide 22 - Quizvraag

You look ........... yesterday
A
the happyest
B
the happiest
C
happier than
D
happyer than

Slide 23 - Quizvraag

My dog is ............. than your pony
A
the bigest
B
the biggest
C
biger than
D
bigger than

Slide 24 - Quizvraag

Als iets net zo groot, mooi, lekker, snel als iets anders is zeg je :
 As ..................... as
This cupcake is as tasty as that one

Slide 25 - Tekstslide

Deze rijtjes moet je uit je hoofd leren :


  • much/many - more - most
  • little/ few - less - least
  • bad - worse - worst
  • good - better - best

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht:
* bedenk met je buurman / buurvrouw 3 volledige zinnen met  
   minimaal 2 vergelijkingen per zin.
+ bedenk met je buurman / buurvrouw een verhaaltje met
    minimaal 6 vergelijkingen

Klaar? Probeer vergelijkingen in dit lokaal te maken

Slide 27 - Tekstslide

Ik kan nu vergelijkingen maken met korte woorden.
A
Ja, het bedenken van de vergelijkingen ging goed en ook de vragen wist ik goed te beantwoorden
B
Nee, ik vind het nog best lastig, ik kom naar een Engels Daltonuur voor meer uitleg.
C
Een beetje, de uitzonderingen vind ik nog best lastig, daar ga ik nog mee oefenen
D
Iets anders.....

Slide 28 - Quizvraag

er zijn ook lange bijvoeglijke naamwoorden. Deze hebben 3 of meer lettergrepen
  • beautiful
  • intelligent
  • wonderful
  • exciting
  • difficult

Slide 29 - Tekstslide

Bij deze lange woorden maak je de vergrotende trap door more voor het woord te zetten
  • more beautiful
  • more intelligent
  • more wonderful
  • more exciting

Slide 30 - Tekstslide

Bij deze lange woorden maak je de overtreffende  trap door most voor het woord te zetten
  • most beautiful
  • most intelligent
  • most wonderful
  • most exciting

Slide 31 - Tekstslide

een aantal woorden van 2 lettergrepen krijgen ook more en most
bijvoorbeeld famous en boring

Slide 32 - Tekstslide

This is .............
exercise on the worksheet.
A
the difficultest
B
the most difficult
C
the most difficultest
D
the more difficulter

Slide 33 - Quizvraag

my sister has ...................
hobby in the world.
A
the most interesting
B
the more interestinger
C
the interestingest
D
the most interstingest

Slide 34 - Quizvraag

He is .......... teacher in the country.
A
the goodest
B
gooder than
C
the best
D
better than

Slide 35 - Quizvraag

Oh no, this is my ............ nightmare!
A
badder
B
baddest
C
worse
D
worst

Slide 36 - Quizvraag

My cousin is ................his classmates
A
the most intelligent
B
the most intelligentest
C
more intelligent than
D
more intelligenter than

Slide 37 - Quizvraag

My life is ................. yours
A
more boring than
B
more boringer than
C
the most boring
D
the most boringest

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Link