BONJOUR!
BONJOUR!
Doelen:
Ik kan groeten
Ik kan vertellen hoe het gaat
Ik ken het alfabet
Ik kan namen/ woorden spellen
Ik kan zeggen hoe ik heet
Ik kan vragen/ zeggen hoe iemand anders heet
Ik ken de klokregel
Hoe groeten de leerlingen elkaar?
Op welke 2 manieren vertellen ze hoe ze heten?
Wat zou 'surnom' kunnen betekenen?
Ik kan groeten/ vertellen hoe het gaat
Et toi?
Aantekening !
Manieren om te groeten (aantekening!)
Hoi!
Ik ken het Franse alfabet
Welke 5 letters spreek je anders uit dan in het Nederlands?
E
G
H
J
W
Euh
Asj
Doeble vee
Zjie
Zjee
Épéler ton prénom> Spel je voornaam. De docent vraagt je straks om dit hardop te doen voor de klas.
Ik kan vertellen hoe ik heet en vragen/ zeggen hoe iemand anders heet
S'entraîner/ Oefenen
Bonjour!
Comment ça va?
Comment tu t'appelles?
Tu peux épéler ton prénom?
Comment il s'appelle/ elle s'appelle?
Je suis une fille/ un garçon
Je suis Néerlandais/ Néerlandaise
Gesprekje!
Bereid per tafelgroep een kort gesprekje voor tussen 2 personen.
Gebruik daarbij zoveel mogelijk zinnen uit lesbrief 1.