V6 start periode C + uitleg debat


Welkom v6b!
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Welkom v6b!

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  1. Uitleg debat
  2. Teams maken en stelling kiezen
  3. Punten scoren op inhoud en vorm
  4. Een debatoefening
  5. Afsluiting en vooruitblik

Slide 2 - Tekstslide

P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

In periode C gaan jullie in groepjes van 4 (2 tegen 2 dus) een ‘klassiek’ debat voeren over een actuele stelling. 

Per debat zijn er 4 leerlingen jury en 1 tijdbewaker. Elke leerling debatteert en jureert één keer. 

Slide 3 - Tekstslide

P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

Het debat duurt in totaal 25 minuten en is als volgt opgebouwd:
• Ronde 1 (opzetbeurt) – voorstanders – 3 à 4 minuten
• Ronde 1 (opzetbeurt) – tegenstanders – 3 à 4 minuten
• Pauze – 1 minuutje
• Ronde 2 (discussie) – voor- en tegenstanders – 10 minuten
• Pauze – 1 minuutje
• Ronde 3 (slotbeurt) – tegenstanders – 1 minuut
• Ronde 3 (slotbeurt) – voorstanders – 1 minuut

Slide 4 - Tekstslide

P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

Een geschikte stelling kun je vinden op https://ownhlagerhuis.nl/stellingen/ of op https://schooldebatteren.nl/stellingen/ 

Je legt de stelling altijd voor aan je docent ter goedkeuring. 

Slide 5 - Tekstslide

P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

De beoordeling (het cijfer) komt tot stand na overleg tussen de juryleden en de docent. De cijfers hoeven natuurlijk niet voor alle vier debaters hetzelfde te zijn. Jury en docent zullen ook aangeven welk duo volgens hen het debat ‘gewonnen’ heeft. Je wordt beoordeeld op inhoud, gedrag en taalgebruik. 

Slide 6 - Tekstslide


P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

Slide 7 - Tekstslide


P08 Mondelinge taalvaardigheid: debat

Slide 8 - Tekstslide

Laat één iemand per groepje de namen van de duo's doorgeven en de stelling die jullie willen gebruiken.

Slide 9 - Open vraag

Inhoud
  • Meeste invalshoeken gaat over de kwantiteit van steekhoudende argumenten. Welk team komt met een brede argumentatie, nieuwe aandachtspunten en gebruikt weerleggingen in hun verhaal? 
  • De kwaliteit van de argumenten valt onder Beste onderbouwing. Een team dat met feiten, onderzoeken, quotes van deskundigen en logisch opgebouwde redeneringen komt zal hier hoog scoren. 
  • Het Geloofwaardig gebruik van persoonlijke argumenten en voorbeelden gaat over de invoelbaarheid van het team. Als een team met doeltreffende voorbeelden of eigen ervaringen komt, helpt dit om emoties op te roepen of te versterken. 

Slide 10 - Tekstslide

Van welke kanten (invalshoeken) kun je het onderwerp Europese integratie allemaal bekijken?

Slide 11 - Woordweb

Bedenk een persoonlijk voorbeeld bij het volgende argument en standpunt: Uit onderzoek blijkt dat veel jongeren met mentale problemen kampen, zoals psychische problemen en stress. Daarom moet er meer aandacht komen voor psychologische zorg op middelbare scholen.

Slide 12 - Open vraag

Vorm
  • Meest pakkend/humor gaat over de manier waarop taal gebruikt wordt. Hier vallen oneliners, alliteraties, drieslagen, retorische vragen onder en natuurlijk het gebruik van humor.
  • Bij Beste lichaamstaal gaat het erom dat er krachtig gebruik wordt gemaakt van lichaam en stem. Het is belangrijk dat deze lichaamstaal ook passend is bij de inhoud van het argument. 
  • Ten slotte kijkt de jury naar de Beste samenwerking binnen het team. Het belangrijkste is dat in een team alle leden aan het woord komen, dit houden de juryleden bij op een formulier. Vervolgens let de jury erop of teamleden elkaar aanvullen, ondersteunen en er sprake is van een duidelijke tactiek.

Slide 13 - Tekstslide

Bedenk een oneliner, alliteratie, of een drieslag bij de volgende stelling:
Modernere seksuele voorlichting in het onderwijs is essentieel voor de seksuele ontwikkeling van jongeren.

Slide 14 - Open vraag

Een debatoefening
Oefening: Woordensmokkel
Doel: Ontwikkelen spreekvaardigheid
Werkwijze: Schrijf willekeurige zelfstandig naamwoorden op losse briefjes. Elke deelnemer trekt een briefje. Start een debat. Doel van de deelnemers is om hun woord in een spreekbeurt te verstoppen. 
Voorbeeld: Het woord ‘pindakaas’ is getrokken. “Ik wil reageren op het punt van Senna. Zij lijkt het leven te zien als een boterham met pindakaas: lekker en smeuïg. Maar dat is het voor veel jongeren niet, zij lijden aan een depressie en daar helpt Calvé niet tegen.”
Wie: 10 leerlingen; de andere leerlingen raden de woorden.
Hoelang: 5 minuten voorbereiden, 5 minuten debat

Slide 15 - Tekstslide

Een debatoefening
  • Stelling 1: Actievoeren helpt voor een beter klimaat.
  • Stelling 2: Jongeren meer aan het lezen krijgen is een kansloze missie.

Slide 16 - Tekstslide

Afsluiting en vooruitblik
Volgende les: woensdag 6 maart (les van mevr. Tuin)
  • Huiswerk: -
  • Meenemen: oefenboek, schrift, pen en LAPTOP
  • Programma: leesvaardigheid

Slide 17 - Tekstslide