Zuurgraad van stoffen

De zuurgraad van stoffen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De zuurgraad van stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je weet wat zuren, zouten en basen
    zijn
- Je kent het begrip pH
- Je kent de indicatoren

Slide 2 - Tekstslide

Zuur of Basisch?
Stoffen kunnen zuur of basisch zijn. Dit meet je door de pH te meten. 

Maar hoe meet je de pH? En wat betekent dit?

Slide 3 - Tekstslide

Zuurgraad
Denk eens aan een zuur beertje, of aan de smaak van citroen. Als je hier aan denkt, vertrekt je mond bijna van de smaak. 
Zuur kun je je heel goed voorstellen. 

Slide 4 - Tekstslide

Basisch
Een basische smaak is moeilijk voor te stellen. 
Broccoli is een groente met een basische smaak. 

Maar een simpeler voorbeeld is vaak zeep. 

Slide 5 - Tekstslide

Zuur, neutraal of basisch?
Vloeistoffen kunnen zuur, neutraal of basisch zijn.
Je geeft dit aan met de zuurgraad van de vloeistof: 
de pH-waarde.

Water noemen we NEUTRAAL en heeft een pH-waarde van 7

Slide 6 - Tekstslide

Zuur, neutraal of basisch (2)?
Een ZUUR heeft een pH-waarde kleiner dan 7

Zure stoffen zijn vaak bijtende stoffen. Dat wil zeggen dat ze stoffen waarmee ze in aanraking komen, aantasten.

Voorbeelden van zure stoffen: azijnzuur, zwavelzuur, citroenzuur, antikalk, frisdranken

Slide 7 - Tekstslide

Zuur, neutraal of basisch (3)?
Een BASE heeft een pH-waarde groter dan 7

Zure stoffen zijn vaak ontvettende stoffen. Dat wil zeggen dat ze stoffen waarmee ze in aanraking komen, vetvrij kunnen maken
Voorbeelden van basische stoffen: ammonia, soda-oplossing, zeep, rennie maar ook fruit en groenten!

Slide 8 - Tekstslide

Zuur, neutraal of basisch?
Hieronder zie je een overzicht van stoffen en hun pH-waarde.



Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Een lage pH is zuurder, een hoge pH is basischer (alkalisch betekent basisch). 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Indicatoren
- Lakmoesstrookjes (pH-papier)
- Universele- indicator
- pH- meter (elektrisch
                           meetapparaat)
- fenolftaleïne
- methyloranje

Slide 13 - Tekstslide

Indicator
Of een stof zuur, neutraal of basisch is, kun je onderzoeken met een indicator. Een indicator is een stof die verkleurt als je er een zuur of base aan toevoegt.

Een natuurlijke indicator is rodekool sap. Dit verkleurt als je er een zuur of base aan toevoegd.



Slide 14 - Tekstslide

Indicator (2)
Een natuurlijke indicator is rodekool sap. Dit verkleurt als je er een zuur of base aan toevoegt.




zuur                neutraal                                    base



Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Een neutrale vloeistof als water heeft een pH-waarde van
A
Kleiner dan 7
B
7
C
groter dan 7

Slide 18 - Quizvraag

Een zure stof heeft een pH-waarde van:
A
kleiner dan 7
B
7
C
groter dan 7

Slide 19 - Quizvraag

Een basische stof heeft een pH-waarde van:
A
kleiner dan 7
B
7
C
groter dan 7

Slide 20 - Quizvraag

Eén van de eigenschappen van zure stoffen is:
A
dat het een bijtende stof is
B
dat het een ontvettende stof is

Slide 21 - Quizvraag

Eén van de eigenschappen van basische stoffen is:
A
dat het een bijtende stof is
B
dat het een ontvettende stof is

Slide 22 - Quizvraag

Voorbeelden van zure stoffen zijn:
A
Antikalk
B
Zeep
C
Ammonia
D
Citroenzuur

Slide 23 - Quizvraag

Voorbeelden van basische stoffen zijn:
A
Antikalk
B
Zeep
C
Rennie
D
Cola

Slide 24 - Quizvraag

Hoe noem je een stof die verkleurt als je er een zuur of base bij doet?

Slide 25 - Open vraag

De pH-schaal loopt van
A
0 tot en met 7
B
1 tot en met 14
C
7 tot en met 14
D
0 tot en met 14

Slide 26 - Quizvraag

1 Zure stoffen hebben een lage pH
2 Basische stoffen hebben een hoge pH
A
Alleen 1 is juist
B
Beide zijn juist
C
Alleen 2 is juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Water heeft een hoge pH
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Handzeep heeft een lage pH
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Vul in:

Een basische oplossing kunnen we afzwakken door er een .... aan toe te voegen.
A
Base
B
Zuur
C
Zout

Slide 30 - Quizvraag

Vul in:

Een zure oplossing kun je afzwakken door er een ... aan toe te voegen.
A
Base
B
Zuur
C
Zout

Slide 31 - Quizvraag

Vul in:

Een zure oplossing kun je afzwakken door er een ... aan toe te voegen.
A
Base
B
Zuur
C
Zout

Slide 32 - Quizvraag

Als je een sterk zuur toevoegt aan rodekool sap, verkleurt de rodekool sap
A
naar rood
B
niet
C
naar geel

Slide 33 - Quizvraag

Als je water toevoegt aan rodekool sap, verkleurt de rodekool sap
A
naar rood
B
niet
C
naar geel

Slide 34 - Quizvraag

Als je een sterke base toevoegt aan rodekool sap, verkleurt de rodekool sap
A
naar rood
B
niet
C
naar geel

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Video

Handzeep heeft een lage pH
A
Juist
B
Onjuist

Slide 37 - Quizvraag

Een citroen heeft een lage pH
A
Juist
B
Onjuist

Slide 38 - Quizvraag

1 Zure stoffen hebben een lage pH
2 Basische stoffen hebben een hoge pH
A
Alleen 1 is juist
B
Beide zijn juist
C
Alleen 2 is juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 39 - Quizvraag

De pH-schaal loopt van
A
0 tot en met 7
B
1 tot en met 14
C
7 tot en met 14
D
0 tot en met 14

Slide 40 - Quizvraag

pH- waarde 1
pH-waarde 14
pH-waarde 7
Zeer sterk zuur
Neutrale oplossing
Zeer sterk basisch

Slide 41 - Sleepvraag