Creatief schrijven + ow / wg

WELKOM

bij Nederlands
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

WELKOM

bij Nederlands

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?
  • Herhalen persoonsvorm (quiz: met prijs!!!)
  • Uitleg onderwerp / werkwoordelijk gezegde
  • Oefenen 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammatica (zinsdelen)
Toets: 11 maart

Persoonsvorm (pv)
Onderwerp (ow)
Werkwoordelijk gezegde (wg)
Lijdend voorwerp (lv)
Meewerkend voorwerp (mv)
Bijwoordelijke bepaling (bwb)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling persoonsvorm
Wat weet je nog van de persoonsvorm? 
Pak je laptop er (eenmalig) bij voor de quiz! 


PRIJS voor de top 3: 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog van een persoonsvorm?
Persoonsvorm

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Dit is een goede manier om de persoonsvorm te vinden.
De zin vragen maken. 
De regels van 't ex-kofschip gebruiken.
De tijd van de zin veranderen.
De vraag stellen: wie (of)wat + werkwoordelijk gezegde.
Het getal van de zin veranderen. 
Bekijken of het werkwoord eindigt op -en.

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

We hebben het over drie manieren gehad om achter de persoonsvorm (pv) te komen.
Ik fietste naar school.
Pv: fiets
Fiets ik naar school?
Pv: fiets
Wij fietsen naar school.
Pv: fiets
Welke manier hoort bij welke uitkomst?
Zin: Ik fiets naar school.
getal
vraagzin
tijd

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De persoonsvorm is altijd...
A
Een zelfstandig naamwoord
B
Een werkwoord
C
Een lidwoord
D
Een bijvoeglijk naamwoord

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"De kinderen vinden de persoonsvorm in deze zin."

Wat is de persoonsvorm in de bovenstaande zin?
A
kinderen
B
vinden
C
persoonsvorm
D
deze

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


"Ik ga op zoek naar de persoonsvorm."

Wat is de persoonsvorm in de bovenstaande zin?

A
Ik
B
Persoonsvorm
C
Op zoek
D
Ga

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm in de zin:
"Marianne weet wat de persoonsvorm is."
A
Marianne
B
weet
C
persoonsvorm
D
Is

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Jip
wil
pauze.

Slide 12 - Sleepvraag

3 minuten
Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Dat meisje
wil
een relatie.

Slide 13 - Sleepvraag

3 minuten
Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Mijn moeder
heeft
mijn brood
gesmeerd

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Mijn broer
heeft
een auto
gekocht.

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Wie
komt
mee
naar
Walibi?

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm ?
De persoonsvorm
Mijn voetbal
is
gevallen
 in de sloot

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag 
Persoonsvorm (pv)
Onderwerp (ow)
Werkwoordelijk gezegde (wg)
Lijdend voorwerp (lv)
Meewerkend voorwerp (mv)
Bijwoordelijke bepaling (bwb)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Werkwoordelijk gezegde (WG)
SCHRIJF MEE! 

  • Het werkwoordelijk gezegde is een zinsdeel.
  • WG = alle werkwoorden in de zin.
  • De persoonsvorm is onderdeel van het WG.
  • Het woordje te hoort ook bij het WG. 




Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het WG in deze zin? 

Ik heb veel te doen. 



Tip: zoek eerst de persoonsvorm. 










timer
1:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het WG in deze zin? 

Ik heb veel te doen

persoonsvorm: heb 
werkwoordelijk gezegde: heb te doen 










Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen 
Markeer nu zelf het werkwoordelijk gezegde in je zinnen op bladzijde 9 van het boekje! 

ONDERWERP: 
  1. De persoonsvorm vinden
  2. Wie of wat + persoonsvorm?
  3. Het antwoord is het onderwerp 

WERKWOORDELIJK GEZEGDE: 
Alle werkwoorden in de zin (dus ook de persoonsvorm!)




Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerp vinden

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?


1. Wij vinden het moeilijk. 



Tip: zoek eerste de persoonsvorm. 
timer
1:00

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?


1. Wij vinden het moeilijk. 

Persoonsvorm: vinden
Onderwerp: Wie/wat vinden? 
Het antwoord: wij 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen 
Markeer nu zelf het onderwerp in je zinnen op bladzijde 9 van het boekje! 

ONDERWERP: 
  1. De persoonsvorm vinden
  2. Wie of wat + persoonsvorm?
  3. Het antwoord is het onderwerp 

WERKWOORDELIJK GEZEGDE: 
Alle werkwoorden in de zin (dus ook de persoonsvorm!)

Klaar? Ga verder met het maken van opdracht 3. 



Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies