5 Sprachstadt 25-26 Campingplatz/Restaurant

Herzlich Willkommen liebe Leute!
Ga naar  de test-correct app en log in via Entree voor de mini-toets.
timer
10:00
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen liebe Leute!
Ga naar  de test-correct app en log in via Entree voor de mini-toets.
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Log in op de test-correct app
timer
8:00

Slide 2 - Tekstslide

DIE ANTWORTEN

  • Hallo ich bin [neu] (nieuw) hier. Weißt du wo der [Empfang] (receptie) ist?
  • Ja, der Empfang ist bei dem [Spielplatz] (speeltuin).
  • Ich bin hier mit meine [ältere] (oudere) [Schwester] (zus). Mit [wem] bist du hier?
  • Ich [fahre] (rijd) gern ins Dorf. Let op! In het Nederlands zeg je: "Ik ga graag naar het dorp". In het Duits zeg je letterlijk: Ik rijd graag in het dorp. Zet dus het werkwoord rijden in de ik-vorm.
     [Gehst] (Ga) du mit?
  • [Wann] (Wanneer) hast du Zeit? Ich habe am [Sonntag] (zondag) um Viertel nach [zwölf] (twaalf) Zeit.
  • [Treffen] (Ontmoeten) wir uns vor meinem [Zelt] (tent)? Ja, das ist ein guter [Treffpunkt] (ontmoetingsplek). 
  • Ich freue mich! Das wird [toll] (leuk)! Tschüss!

Slide 3 - Tekstslide

Sprechaufgabe Campingbingo Seite 33/34/35
📢 Doel:
Je oefent het stellen van vragen in het Duits en probeert medeleerlingen te vinden die bij de vakjes op je bingokaart passen. Wie als eerste een volle rij heeft wint --> 

📌 Stap 1: Voorbereiding taalkaart
✅ Je docent geeft je een cijfer. Dit cijfer hoort bij een taalkaart op blz 35. Dit zijn jouw antwoorden als straks iemand jou een vraag stelt.
✅ Lees je taalkaart en  schrijf erachter hoe je jouw antwoorden in het Duits zegt. (5 minuten)

📌 Stap 2: Vragen bedenken bij jouw bingokaart
✅ Kijk goed naar de vakjes op je bingokaart en schrijf alvast vragen op die je bij elk vakje kunt 
stellen om straks zo snel mogelijk bingo te halen.  (5 minuten)



timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Sprechaufgabe Campingbingo
📌 Stap 3: Vragen stellen:  Loop door de klas en stel aan zoveel mogelijk mensen een vraag.  Is het antwoord 1 van de dingen op jouw bingokaart? Dan schrijf je de naam van die persoon op je bingokaart.  Probeer zo snel mogelijk een volle rij te krijgen en roep BINGO!
 
SPELREGELS:
✅ Je mag maar één vraag per persoon stellen. Daarna zoek je iemand anders.
✅ Je spreekt alleen Duits ( anders wordt je gediskwalificeerd). Gebruik compenserende strategieën als je de ander niet verstaat of geen antwoord kan geven 


📌 Stap 4: Controle en winnaar
✅ Zodra iemand Bingo! roept, stopt het spel.
✅ De docent controleert de antwoorden.


Compenserende strategieën:
Als je een woord of zin niet weet -->  Wie sagt man/ Wie heißt .... auf Deutsch?
Als je iemand niet verstaat --> Was bedeutet das?

Slide 5 - Tekstslide

Burgerschap en aktualiteit: 

Karneval in Deutschland
Der Karneval in Deutschland ist ein großes Fest im Februar. In vielen Städten wie Köln und Düsseldorf feiern die Menschen vom 12. bis 17. Februar 2026 mit bunten Kostümen und Umzügen. Besonders beliebt ist der Rosenmontag am 16. Februar, wenn große Paraden durch die Straßen ziehen. Viele Leute rufen „Alaaf“ oder „Helau“ und essen Süßigkeiten. Karneval ist eine lustige Zeit vor der Fastenzeit und bringt Freunde und Familie zusammen.

Beantwoord de vragen in het Nederlands:
1. Wanneer wordt carnaval in Duitsland in 2026 gevierd volgens de tekst?
2. Wat gebeurt er op Rosenmontag?
3. Wat doen mensen bij de grote optochten op Rosenmontag volgens de tekst?

Slide 6 - Tekstslide

1. Wanneer wordt carnaval in Duitsland in 2026 gevierd volgens de tekst?
A
Van 1 tot 5 februari
B
Van 12 tot 17 februari
C
Van 16 tot 20 februari
D
In maart

Slide 7 - Quizvraag

2. Wat gebeurt er op Rosenmontag volgens de tekst?
A
Mensen blijven thuis.
B
De scholen zijn altijd gesloten.
C
Er zijn grote optochten in de straten.
D
Mensen vasten de hele dag.

Slide 8 - Quizvraag

Wat doen mensen bij de grote optochten op Rosenmontag volgens de tekst?
A
Mensen roepen feestkreten en eten snoepjes.
B
Mensen kijken naar optochten en eten traditioneel eten.
C
Mensen zingen liedjes en eten samen een maaltijd.
D
Mensen luisteren naar toespraken en drinken warme dranken.

Slide 9 - Quizvraag

Bürgerschaft und Aktualität in Deutschland
Karnevalshit des Jahres 2026; Tanzt du mit?

Ich bin 'ne Karnevalsmaus | Ik ben een carnavalsmuis
Eine was? | Een wat?

Und ich geh nicht ohne Kölsch | En ik ga niet zonder Kölsch
aus dem Haus. | het huis uit.

Ohne was? | Zonder wat?

Ganz egal wohin? | Het maakt niet uit waarheen?
Wohin? Wohin? | Waarheen? Waarheen?
Ich bin immer mittendrin! | Ik sta er altijd middenin!  
Mittendrin! Mittendrin!  |  Middenin! Middenin!

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

Im Restaurant
Was sagt der Kelner und was bedeutet das? 

Was sagt der Biber und was bedeutet das?


Selbständig arbeiten: Aufgabe 20 Seite 39 & 40

UItleg 20A:
1.  Schrijf Duitse zinnen op A2 niveau op die de gast/klant zegt
2. Schrijf Duitse zinnen op A2 niveau op die de ober zegt

Slide 12 - Tekstslide

Hausaufgaben aufschreiben & machen
  • Leer de woorden en zinnen op blz 62 (alleen zin 1 tm 10) van je projectboekje van Nederlands naar Duits (leer elke dag minimaal 10 minuten) → minitoetsje & herhaal blz 59,60,61
  • Maak blz 32/33/39/40/41/ 44/45  (Aufgabe 20A, 20B, 21 & 24 (Aufgabe 22 hoeft niet) 
  • Als je blz 1 tm 29 (Stap 3 en Aufgabe 17 hoeft niet) niet volledig af had, maak je ook die nog af --> huiswerkcheck
  • Neem je projectboekje mee naar de les voor de huiswerkcheck.
timer
20:00

Slide 13 - Tekstslide

Doelen checken/ Exit-ticket:
1. Schrijf 1 vraag over de les van vandaag op (in het NL).
2. Schrijf 2 Duitse woorden uit de les van vandaag fonetisch op (dus hoe je ze uitspreekt).
3. Schrijf 3 Duitse woorden + Nederlandse vertaling op uit de les van vandaag.

Slide 14 - Open vraag

1. Schrijf 3 Duitse woorden op die je vandaag (op)nieuw geleerd hebt.
2. Schrijf twee Duitse woorden fonetisch (zoals je het uitspreekt op)
3. Schrijf 1 vraag

Slide 15 - Open vraag