cross

5.1 & 5.2


5.1 Aan de slag!
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les


5.1 Aan de slag!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Je leert: 
  • Hoe een arbeidsoverenkomst tot stand komt
  • Welke dienstverbanden er mogelijk zijn
  • Wat de wet regelt om de werknemer te beschermen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Dienstverband
Voltijdbaan (fulltimebaan) = werk je de volledige werkweek.
  • 36-40 uur.
Deeltijdbaan (parttimebaan = kun je naast je school doen

Als scholier doe je meestal ongeschoold werk, want voor geschoold werk moet je een beroepsopleiding gevolgd hebben.

Slide 5 - Tekstslide

Brutoloon & Nettoloon
Brutoloon = het loon dat je met je werkgever hebt afgesproken en waarop nog niets is ingehouden.
Nettoloon = Het loon dat je ontvangt na inhouding van loonbelasting en sociale premies

Nettoloon = brutoloon - (loonbelasting + sociale premies)


Slide 6 - Tekstslide

€ ............
€ 400,-
€ 1200,-
€ 3000,-
Brutoloon
Nettoloon = brutoloon - (loonbelasting + sociale premies)

Slide 7 - Tekstslide

Arbowet

= arbeids-omstandigheden wet

Regels voor veilige en gezonde arbeids-omstandigheden
Arbeidstijdenwet

= arbeidstijdenwet

Regels voor werk- en rusttijden. Voor jongeren gelden aparte regels, afhankelijk van de leeftijd.
Wettelijk minimumloon

= het bedrag dat een werknemer (23 jaar of ouder) minimaal moet verdienen.

Het minimumjeugdloon stijgt als je ouder wordt
Uitbuiting van de werknemer tegen gaan:

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Maak de volgende opdrachten:

5, 6, 7 & 8 van §5.1

-> Eind van de les controle
= Huiswerk volgende les (morgen)
timer
15:00

Slide 10 - Tekstslide

5.2 Waar kun je werken?

Slide 11 - Tekstslide

Je leert:

  • Welke ondernemingsvormen er zijn
  • Hoe een bedrijf georganiseerd is
  • In welke sectoren je kunt werken

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Arbeid en productie worden ingedeeld in vier productiesectoren
Primaire sector
Landbouw, visserij, winning van delfstoffen


Secundaire sector
Industrie, bouw, ambachten (zoals bakkers)

Tertaire sector
Commerciële dienstverlening (winkels, banken, transportbedrijven, etc)

Quartaire sector

Niet-commerciële dienstverlening (gezondheidszorg, onderwijs, overheidsdiensten, etc)

Slide 14 - Tekstslide

Een zelfstandige ondernemer moet:
  • Zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK)
  • Een ondernemingsvorm kiezen

  • Eenmanszaak
  • Één eigenaar
  • Zakelijk & privé
  • VOF (venootschap onder firma)
  • Meerdere eigenaren
  • Zakelijk & privé
  • NV (naamloze venootschap)
  • aandeelhouder 
    naamloos
  • Zakelijk
  • BV (Besloten venootschap)
  • aandeelhouder op naam
  • Zakelijk

Slide 15 - Tekstslide

Organigram
Om het werk zo goed mogelijk te doen is er een arbeidsverdeling (specialisatie)

Slide 16 - Tekstslide

Maak de volgende opdrachten:

13 tot en met 19 & 23 van §5.2

-> Controle huiswerk vorige les.
= Huiswerk volgende les (morgen)

Slide 17 - Tekstslide