2B H6 herhalen 6.1

WELKOM
Pak je spullen erbij:
- Telefoon of laptop
- Schrift
- Pen
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

WELKOM
Pak je spullen erbij:
- Telefoon of laptop
- Schrift
- Pen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen
Herhalen 6.1:
- 30 vragen
- Uitleg over onderwerpen die niet goed gingen

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de waarde van 5 in het getal:
4567,98
A
5
B
50
C
500
D
5000

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de waarde van het getal 3 in: 753998?

Slide 4 - Open vraag

Wat is de waarde van het getal 8 in 514,18

Slide 5 - Open vraag

Wat is de waarde van het getal 2 in 9032?

Slide 6 - Open vraag

Bereken zonder rekenmachine:
14,24 x 100 =
A
14,24
B
142,4
C
1424
D
1424,0

Slide 7 - Quizvraag

Bereken zonder rekenmachine:
10,03 x 10 =
A
100,3
B
103,0
C
130,3
D
133,3

Slide 8 - Quizvraag

Bereken zonder rekenmachine:
155,6 : 100 =
A
15,56
B
1,5
C
1,556
D
15560

Slide 9 - Quizvraag

Bereken zonder rekenmachine
12,0867 x 100 =

Slide 10 - Open vraag

Bereken zonder rekenmachine
25400 : 10000

Slide 11 - Open vraag

Bereken zonder rekenmachine
5,03 : 1000 =

Slide 12 - Open vraag

Schrijf in alleen cijfers:
34 miljoen
A
34000000
B
3400000
C
34000000000
D
340000

Slide 13 - Quizvraag

1,25 duizend
Hoe schrijf je dat in alleen cijfers?
A
12500
B
1250
C
125
D
125000

Slide 14 - Quizvraag

Schrijf in alleen cijfers
9,3 miljard
A
930000000
B
9300000000
C
93000000000
D
930000000000

Slide 15 - Quizvraag

Schrijf in alleen cijfers
39,57 miljoen

Slide 16 - Open vraag

Schrijf in alleen cijfers
0,045 duizend

Slide 17 - Open vraag

Wat zijn de delers van 10
A
1 , 5 en 10
B
2, 4, 5 en 10
C
1, 2 , 3 en 5
D
1, 2, 5 en 10

Slide 18 - Quizvraag

Noem de eerste 6 veelvouden van 8
A
0,8,16,32,40,48
B
8,16,32,40,48,56
C
0,8,16,24,32,40
D
8,16,24,32,40,48

Slide 19 - Quizvraag

Schijf de delers van 9 op.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 20 - Open vraag

Schrijf de delers van 24 op.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 21 - Open vraag

Schrijf eerste 5 veelvouden van 3 op.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 22 - Open vraag

Schrijf eerste 8 veelvouden van 5 op.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 23 - Open vraag

Schrijf alle even getallen op tussen 13 en 27.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 24 - Open vraag

Schrijf alle oneven getallen op tussen 17 en 33.
Zet een komma tussen de getallen (geen spaties) en schrijf ze van klein naar groot.

Slide 25 - Open vraag

10³ =
A
10 x 3 = 30
B
10 + 3 = 13
C
10 x 10 x 10 = 1000
D
10 x 10 = 100

Slide 26 - Quizvraag

3³ =
A
3 x 3 = 9
B
3 + 3 = 6
C
3 x 3 x 3 = 27
D
3 - 3 = 0

Slide 27 - Quizvraag

2 + 3 x 6 =

Slide 28 - Open vraag

(3² - 4) x 40 =

Slide 29 - Open vraag


6+2×100=

Slide 30 - Open vraag

Wat is het tegengestelde getal van:
-10
A
1
B
0
C
11
D
10

Slide 31 - Quizvraag

Wat is het tegengestelde getal van:
320
A
32
B
3
C
2
D
-320

Slide 32 - Quizvraag

Uitleg

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Delers
Veelvouden

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Slide 40 - Video

Schrijf op in je schrift: 
Rekenvolgorde: 

1. Wat tussen (haakjes) staat. 
2. Machten en wortels van links naar rechts. 
3. Keer en delen van links naar rechts. 
4. Plus en min van links naar rechts. 

Slide 41 - Tekstslide

Goed opschrijven...
De manier van opschrijven (met tussenstappen) is heel belangrijk bij rekenvolgorde. 
Je krijgt bij een toets namelijk 1 punt voor het antwoord maar ook 1 punt voor de manier van opschrijven. 

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Video

Slide 44 - Video