(P1) Les 4: Kaartlezen: natuurrampen

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kaartlezen: natuurrampen 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema: Kaartlezen: natuurrampen
  • Benodigde lesmaterialen:
    - Map, pen, laptop
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Soorten kaarten
Kaartelementen
coordinaten
Kaartlezen
Toets
Waterkringloop
Neerslag 
SO
Herhaling
PO

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Waar ging de vorige les over?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik (Soort kaart)
Overzichtskaart
Thematische kaart
Plattegrond
Topografische kaart

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik (Soort kaart)
Overzichtskaart
Thematische kaart
Plattegrond
Topografische kaart

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Evenaar
Kreefts-
keerkring
Steenboks-keerkring
Noordpoolcirkel 
Zuidpoolcirkel  
Nulmeridiaan 

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les
Terugblik

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
B                C                B                B        

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leg met je eigen woorden uit wat het verschil is tussen noorderbreedte en zuiderbreedte.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies een plek op de wereldkaart en geef aan of het noord/zuid en oost/west ligt.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Een plaats met 52° NB en 5° OL ligt

A
Ten zuiden van de Evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan
B
Ten noorden van de Evenaar en ten westen van de nulmeridiaan
C
Ten noorden van de Evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan
D
Ten zuiden van de Evenaar en ten westen van de nulmeridiaan

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Een plaats met 34° ZB en 18° OL ligt

A
Ten noorden van de Evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan
B
Ten zuiden van de Evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan
C
Ten zuiden van de Evenaar en ten westen van de nulmeridiaan
D
Ten noorden van de Evenaar en ten westen van de nulmeridiaan

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

      Topografie
Deze periode leer je het onderstaande:
De continenten en de oceanen 


Slide 18 - Tekstslide

Het lesdoel (2 min) 

Docent benoemt het lesdoel en bespreekt kort wat de leerlingen zullen leren en waarom dit belangrijk is.

Leerlingen luisteren naar de leerdoelen en krijgen een duidelijk beeld van wat er van hen verwacht wordt tijdens de les. Uitleg van leerdoelen, korte discussie over belang van de leerdoelen
           Leerdoelen
De leerlingen kennen ten minste de volgende symbolen op een thematische kaart over platentektoniek en natuurrampen: plaatgrens, vulkaan, aardbeving en bewegingspijlen. 

Ze kunnen thematische kaarten aflezen en interpreteren om informatie over platentektoniek en natuurrampen te begrijpen.

Slide 19 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Hoe kunnen we precies aangeven waar iets op aarde ligt?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Platentektoniek

Slide 21 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Platentektoniek

De aardkorst bestaat uit verschillende 
aardplaten die langzaam bewegen. 

Deze platen bewegen langs elkaar
naar elkaar toe of van elkaar af. Dit veroorzaakt 
aardbevingen en vulkaanuitbarstingen.

Slide 22 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.

De aardkorst bestaat uit verschillende 
aardplaten die langzaam bewegen. 

Deze platen bewegen langs elkaar
tegen elkaar of uit elkaar. Dit veroorzaakt 
aardbevingen en vulkaanuitbarstingen.

Slide 23 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Symbolen op de kaart 



Kan je op deze kaart zien hoe de
          aardplaten bewegen?

Slide 24 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Aardplaten bewegen
uit elkaar
Aardplaten bewegen
tegen elkaar
Aardplaten bewegen
langs elkaar
Aardplaten bewegen
onder elkaar

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vulkanen, bergen, aardbevingen

Slide 26 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Waar ontstaat dit?

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar ontstaat dit?

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar ontstaat dit?

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Symbolen op de kaart 
Vraag 1:
Is dit een goede kaart?

Vraag 2:

Hoe worden plaatgrenzen aangegeven?

Vraag 3:
Hoe worden aardbevingen aangegeven?

Vraag 4:
Hoe worden vulkanen aangegeven?

Slide 30 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Samenvatting
Evenaar = 0° breedte → Noord / Zuid.

Nulmeridiaan = 0° lengte → Oost / West.

Breedte + lengte = coördinaten van een plaats.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat betekent dit?

Slide 32 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.

Wat betekent dit?

Slide 33 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.

Wat betekent dit?

Slide 34 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Hoe worden vulkanen en aardbevingen
op een thematische kaart weergegeven?

Slide 35 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Aan de slag
Wat -  Bekijk atlaskaarten via Alcarta
Hoe - Alleen.
Hoelang - 15 min.
Hulp nodig - steek je vinger op 
Klaar - Woordjes leren.
Uitkomst - Bespreek met ander tweetal.

Slide 36 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Verwerkingsopdracht

Slide 37 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
De leerlingen kennen ten minste de volgende symbolen op een thematische kaart over platentektoniek en natuurrampen: plaatgrens, vulkaan, aardbeving en bewegingspijlen.


Ze kunnen thematische kaarten aflezen en interpreteren om informatie over platentektoniek en natuurrampen te begrijpen.

Slide 38 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les

26: Symbool
27: Natuurramp
28: Aardplaat
29: Plaatgrens
30: Vulkaan
31: Aardbeving
32: Bewegingspijl

Slide 39 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 40 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies