Vreemde vogel

Opdracht: Vreemde vogel
Beeldaspect: Structuur
Begrippen: Textuur, structuur, natuurlijk-, kunstmatige-, fantasie- en huidstructuren, versiering / decoratie, silhouet
Techniek: pen of inkt
Klas: 1
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Opdracht: Vreemde vogel
Beeldaspect: Structuur
Begrippen: Textuur, structuur, natuurlijk-, kunstmatige-, fantasie- en huidstructuren, versiering / decoratie, silhouet
Techniek: pen of inkt
Klas: 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat kan je na deze opdracht?
  • Herkennen van een textuur / structuur
  • Uitleggen wat een textuur en structuur is en wat het verschil is.
  • Maken van een textuur en structuur met pen en inkt . 

Slide 2 - Tekstslide

Les 1 en 2
Absenten
Doel: herkennen van een textuur / structuur en
uitleggen wat een textuur en structuur is en wat het verschil is.
Theorie: textuur en structuur
Praktijk: fotograferen van plaatjes en zoeken van plaatjes

Slide 3 - Tekstslide

Texturen 
(hoe het voelt) 
kun je voelen, ruw, grof, bobbelig, korrelig,zacht etc.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat is Textuur?

Textuur is de oppervlakte van alles we kunnen zien en voelen. De tafel heeft bijna geen textuur want die is vlak en glad, maar de schors van een boom wel want die is ruw en grof. De Vacht van een vos is weer zacht en harig. Maar hoe kan je nou in een tekening laten zien of iets zacht of juist stekelig aan voelt?
Textuur = hoe het voelt 

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 1a:
  1. Fotografeer 10 verschillende texturen (buiten of binnen)
  2. Zet je foto's in een WORD bestand bij elkaar.
  3. Schrijf erbij wat voor textuur het is.
  4. Lever je WORD-bestand in bij ELO>Opdrachten>Vreemde Vogel
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide


Structuur = hoe je het tekent en hoe het bij elkaar heet.



De bekendste vorm van structuur toe passen in de tekenkunst heet "arceren". Eigenlijk teken je allemaal hele kleine lijntjes. Hoe dichter je die lijntjes bij elkaar zet, hoe donkerder de arcering word. 

Hoe verder je de lijntjes van elkaar af zet, hoe lichter het word. Zo maak je verschillende tonen of tinten met maar 1 kleur. Op de volgende slide zie je voorbeelden van verschillende tonen van structuur en een voorbeeld van een tekening met alleen maar dit soort lijntjes (gearceerd)

 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Afstand tussen de lijnen

Slide 11 - Tekstslide

richting van de lijnen

Slide 12 - Tekstslide

Dikte van de lijnen

Slide 13 - Tekstslide

Let op het verschil tussen textuur en structuur!
Textuur hoe het voelt en hoe je het kan tekenen (de spons).
Structuur is alles bij elkaar de herhaling het patroon (de losse onderdelen aan elkaar). 
Hoe zitten de losse texturen aan elkaar.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 1b. Plaats hier een foto van 5 structuren

Slide 20 - Open vraag

Wat is het verschil tussen een structuur en een textuur?

Slide 21 - Open vraag

Les 3 & 4
Absenten
Doel:  maken van een textuur en structuur met pen en inkt . 
Theorie: structuur
Praktijk: oefenen met structuur

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Werken met inkt
Belangrijke regels voor werken met inkt.
1. Blijf op je plek zitten, de potjes inkt kunnen om gestoten worden wanneer er te veel mensen door het lokaal lopen.
2. Als je het potje vastpakt, pak het dan aan het flesje en niet aan de dop.
3. Werk netjes en let op je kleding, want inkt was je niet uit je kleren.
4  Maak je pen schoon en droog, anders gaat het metaal roesten.
5. Zorg dat het potje inkt goed dicht gedraaid is.
6. laat je pen nooit in het potje staan!

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht 2
Teken op A4-papier met potlood en liniaal het volgende na: (zie voorbeeld hiernaast). Je hebt voor en achterkant van je A4-papier nodig. Vergeet niet je NAAM + ACHTERNAAM + KLAS erop te zetten ;)
Op voorzijde van je A4-papier:
  • Elk vakje is 5 x 5 cm.
  • Tussen de vakjes laat je ruimte van 1,5 cm. 
  • In elk vakje komt een andere structuur. 3 huidstructuren, 3 kunstmatige structuren en 3 fantasie structuren
Op de achterzijde van je A4-papier:
  • De onderste balk is opgebouwd uit 7 vakjes van 2,5 x 2,5 cm.
  • In de onderste balk kies je een van de structuren en deze ga je van licht naar donker in de vakjes tekenen. 
LET OP: je tekent met PEN of INKT in

Laat je structuren goed keuren voordat je begint met inkt! 

duur: 1 les (1 blokuur)


Huid/vacht
Kunstmatige structuur
fantasie structuur
timer
1:30:00

Slide 27 - Tekstslide

Waarom is het handig om netjes te werken met inkt?

Slide 28 - Open vraag

Les 5 t/m 10
Absenten
Doelen: Herkennen van een textuur / structuur en 
maken van een textuur en structuur met pen en inkt.
Praktijk: maken van schets tot eindopdracht 

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht 3A
Nu heb je geoefend met structuur en inkt. 
Nu ontwerp je een eigen fantasie dier met  minimaal 3 verschillende dieren. 
(meer dan 3 mag, maar minder niet)
Per dier breng je een structuur aan, dus hoe meer verschillende dieren, hoe meer verschillende structuren. 
1. Maak 3 schetsen op schets papier  (1 lesuur)
2. Werk je beste schets uit op dikker papier, de structuren vul je later in met inkt. (1 lesuur)
3. Teken de verschillende structuren van je fantasie dier in met pen of inkt. (2 lesuren)
4. Voeg een achtergrond toe. (2 lesuren)

Slide 30 - Tekstslide

Minimaal 3 verschillende dieren
Meer mag altijd, maar niet minder!
1
2
3
4
5

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Zorg dat je dieren goed aanluiten. Ook als ze bijvoorbeeld lange en korte poten hebben.

Slide 33 - Tekstslide

Gebruik echte dieren als voorbeelden, dus geen getekende plaatsjes. Daar wordt vaak geen structuur gebruikt

Slide 34 - Tekstslide

Teken de omgeving van je dier. Bedenk goed of dit onderwater, in de lucht of in een bos is.

Slide 35 - Tekstslide

Beoordeling
 (2) Bestaat het dier uit 3 soorten dieren?
(1) compositie gebruikt?
(3) Heeft de huid verschillende structuren?
 (2) Is er een achtergrond en past deze bij de 'vreemde vogel'?
 (1) Licht en donkere structuren toegepast?
 

Slide 36 - Tekstslide

Opdracht 3B
Nu heb je geoefend met structuur en inkt. 
1. Zoek 3 plaatjes op van dieren die je na zou willen tekenen. (Zoektermen: dierkleurplaten, (dier) tekening of juist op een realistisch plaatje.  

1. Maak 3 schetsen van de 3 plaatjes die je gekozen hebt. (1 lesuur) 
2.  Werk je beste schets uit op dikker A3-papier. Vergroot de gekozen schets uit. De structuren vul je later in met inkt. (2 lesuren)
3. Teken verschillende structuren (minimaal 15) in met pen of inkt. (2 lesuren)
4. Voeg een achtergrond toe. (1 lesuur)

Slide 37 - Tekstslide

Zorg dat je met licht en donkere structuren werkt.

Slide 38 - Tekstslide

Gebruik echte dieren als voorbeelden, dus geen getekende plaatsjes. Daar wordt vaak geen structuur gebruikt

Slide 39 - Tekstslide

Teken de omgeving van je dier. Bedenk goed of dit onderwater, in de lucht of in een bos is.

Slide 40 - Tekstslide

Beoordeling
 (2) Is de 'vreemde vogel' vergroot?
 (1) compositie gebruikt?
(3) Heeft de huid verschillende structuren?
 (2) Is de achtergrond getekend en is deze toepasselijk bij de vreemde vogel?
 (1) Licht en donkere structuren toegepast?


Slide 41 - Tekstslide

Veel plezier met de opdracht!
Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht !Veel plezier met de opdracht Veel plezier met de opdracht! ! Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht! Veel plezier met de opdracht! 

Slide 42 - Tekstslide