Gs. Klas 4 §1.2 De grondwet van 1848 - mavo

H1 Nederland van 1848 tot 1914
   §1.2 De grondwet van 1848 
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

H1 Nederland van 1848 tot 1914
   §1.2 De grondwet van 1848 

Slide 1 - Tekstslide

   §1.2 De grondwet van 1848 
Bespreken huiswerk
§1.1



Maak opdr. 2, 3, 5, 7, 8

Slide 2 - Tekstslide

Het parlement bestaat uit:
A
Eerste en Tweede Kamer
B
Ministers en staatssecretarissen

Slide 3 - Quizvraag

De regering bestaat uit:
A
Eerste en Tweede Kamer
B
Ministers en Staatssecretarissen

Slide 4 - Quizvraag

Koninkrijk met een grondwet is:
A
Parlementaire democratie
B
Constitutionele monarchie

Slide 5 - Quizvraag

Het belangrijkste artikel in de grondwet van 1848 is artikel 1.

Wat staat in artikel 1?
A
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.
B
De regering dient zorg te dragen aan onderwijs.
C
Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.
D
De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

Slide 6 - Quizvraag

Parlement
Kabinet
Koning
Tweede kamer
Eerste kamer
Ministers
Staatssecretarissen
Ministers

Slide 7 - Sleepvraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Het begin van het koninkrijk

  • 1813 Willem I koning van NL --> Koninkrijk der Nederlanden
  •  
  • Filmpje. Kijkvraag:
  • Waarom werd Willem I door het volk niet als koning
  • onthaald?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Waarom werd Willem door het volk niet als koning onthaald?

Slide 10 - Open vraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Liberalen

  • NL werd const. monarchie, nog geen democratie
W
  • Willem I was staatshoofd maar ook regeringsleider

Slide 11 - Tekstslide

Wat betekende het voor de koning dat hij regeringsleider was?
A
Hij had alle macht over het land
B
Het had geen macht
C
Hij benoemde leden van het parlement
D
Hij benoemde leden 1e kamer en ministers

Slide 12 - Quizvraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Liberalen

  • NL werd const. monarchie, nog geen democratie
W
  • Willem I was staatshoofd maar ook regeringsleider
  • --> Had dus veel macht

Slide 13 - Tekstslide

   §1.2 De grondwet van 1848 
Liberalen

  • Liberalen wilden dit veranderen 
  • Liberalisme

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

   §1.2 De grondwet van 1848 
1848

  • Revolutiejaar door Europa, ook in NL
  •  
  • Willem II (sinds 1840) gaf toe aan liberalen.
  • Thorbecke schrijft grondwet

Slide 16 - Tekstslide

1848
Het Revolutiejaar 1848 is een serie Europese opstanden die door Europa ging. Ook in Nederland dreigde een revolutie uit te breken.
Screenshot bij aanteken-ingen plakken

Slide 17 - Tekstslide

2

Slide 18 - Video


Op de munt ontbreekt een deel van de naam van een koning. 
Welke naam ontbreekt? 
A
Willem I, Koning der Nederlanden
B
Willem II, Koning der Nederlanden
C
Willem III, Koning der Nederlanden
D
Geen van de genoemde koningen is juist

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

   §1.2 De grondwet van 1848 
Onschendbaar

  • Koning is onschendbaar, ministers verantwoordelijk
  • --> = ministeriële verantwoordelijkheid

  • Macht koning dus beperkt

Slide 21 - Tekstslide

Bekijk het plaatje.
Je ziet de Tweede Kamer omstreeks .....x...... Rechts de (lege)stoel van de koning.

Welk jaartal hoort bij .....X..... te staan?
A
1840
B
1860

Slide 22 - Quizvraag

02:55
Waarom moet Willem II tekenen?
A
Anders is de wet niet geldig
B
Omdat hij de baas blijft

Slide 23 - Quizvraag

02:55
Waarom gaf Willem II toe aan het ondertekenen van de grondwet?

Slide 24 - Open vraag

Vanaf 1848 wordt jaarlijks een troonrede voorgelezen aan de Staten-Generaal.

Wie is politiek verantwoordelijk voor de inhoud van de troonrede?
A
de Eerste Kamer
B
de Koning
C
de ministers
D
de Tweede Kamer

Slide 25 - Quizvraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Bespreken huiswerk
§1.1 Maak opdr. 2, 3, 5, 7, 8

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

   §1.2 De grondwet van 1848 
Censuskiesrecht

  • Verandering in stemmen:
  • - Rechtstreekse verkiezingen 2e kamer, lokaal en provinciaal
  • - Censuskiesrecht (stemrecht voor rijke mannen)

Slide 28 - Tekstslide

Waarom mochten alleen rijke mannen stemmen?

Slide 29 - Open vraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Het parlement de baas

  • Eerste en Tweede kamer kregen controlerende en wetgevende bevoegdheden (rechten).

Slide 30 - Tekstslide

In 1848 heeft Thorbecke de grondwet geschreven. Thorbecke schreef: 'de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.'

Thorbecke was ...
A
Liberaal
B
Conservatief
C
Confessioneel
D
Socialist

Slide 31 - Quizvraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Grondrechten

  • Klassieke werden in deze grondwet opgenomen
  • (vrijheid van...)
  •  
  • Vrijheid van onderwijs: 
  • zorgde voor komst bijzondere scholen

Slide 32 - Tekstslide

Een oude examenvraag.
Hiernaast zie je een tekening van rellen in Amsterdam in 1848.

De gebeurtenis op de tekening leidde tot een politieke verandering in Nederland in 1848.

Welke politieke verandering wordt bedoeld?
A
het afschaffen van de constitutionele monarchie
B
het aftreden van koning Willem II
C
het invoeren van een nieuwe grondwet
D
het oprichten van politieke partijen

Slide 33 - Quizvraag

Voor
Na
1848
De koning benoemt leden van de 1e kamer
Ministeriële verantwoordelijkheid 
Tweede kamer wordt gekozen
Koning is regeringsleider
Censuskiesrecht
Onschendbaar
Rechtstreekse verkiezingen
Klassieke grondrechten

Slide 34 - Sleepvraag

   §1.2 De grondwet van 1848 
Alle veranderingen op een rijtje

    Slide 35 - Tekstslide

    Welke grondwet is dit? Noteer ook of het een
    klassieke of sociale is.

    Slide 36 - Open vraag

    Welke grondwet is dit? Noteer ook of het een klassieke of sociale is.

    Slide 37 - Open vraag

    Welke grondwet is dit? Noteer ook of het een klassieke of sociale is.

    Slide 38 - Open vraag

    Welke grondwet is dit? Noteer ook of het een klassieke of sociale is.

    Slide 39 - Open vraag

    Ik kan uitleggen wat de politieke verschillen zijn voor en na de grondwet van 1848
    Ja
    Nee
    Half, maar lang niet alles

    Slide 40 - Poll

    Ik begrijp de impact van het jaar 1848 op de democratie van Nederland
    Ja
    Nee
    Een beetje

    Slide 41 - Poll

       §1.2 De grondwet van 1848 
    Huiswerk
    §1.2



    Maak opdr. 1, 4, 5, 6a, 7 en 8

    Slide 42 - Tekstslide