24-25 1.2 - Rekenen aan hefbomen 3 + Druk, deel 1

Pak a.j.b. je spullen:
Timor
Faris
Lasse
Steven
Puck
Anna
Nisrine
Melanie
Lotte
Luuk
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Pak a.j.b. je spullen:
Timor
Faris
Lasse
Steven
Puck
Anna
Nisrine
Melanie
Lotte
Luuk

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
1.2 & 1.3 - Rekenen aan hefbomen 3 + Start Druk

  • Reflectie practicum gisteren
  • Voordoen: 7, 15, 16
  • Wanneer valt de kat in het water?
  • Intro druk, 1.3
  • Opgaven maken druk, 1.3

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk & Spullen bij?
Huiswerk was:
Opgave 34, blz. 127
Opgaves 2, 3, 5, 7 blz. 11
Opgaves 13, 14, 15, 16 blz. 16


Slide 3 - Tekstslide

Reflectie op practicum van gisteren

Slide 4 - Tekstslide

1.1 Werklijn tekenen
De arm van een kracht is 
NIET gelijk aan de lengte van
de balk,
maar is de Kortste Afstand
tussen Werklijn en draaipunt

Slide 5 - Tekstslide

Practicum hefbomen: reflectie
links = linksom
rechts=rechts
om
Dus kracht kunnen aan 1 kant zitten.

Moment = Kracht * Arm


Eenheid is Newton-meter
(F​1​​⋅r​1​​+F​1​​⋅r​1​​+...)​Linksom​​=(F​4​​⋅r​4​​+F​5​​⋅r​5​​+...)​Rechtsom​​
(M​1​​+M​2​​+...)​Linksom​​=(M​4​​+M​5​​+...)​Rechtsom​​
M=F⋅r
[M]=[F]⋅[r]=N⋅m
F​linksom,veerunster​​
F​rechtsom,blokjes​​

Slide 6 - Tekstslide

Momentenwet werkt ook met kg of blokjes en positie





Let op!
Overal dezelfde eenheid  &  Bij twijfel naar N en m omrekenen 

(F​1​​⋅r​1​​+F​1​​⋅r​1​​+...)​Linksom​​=(F​4​​⋅r​4​​+F​5​​⋅r​5​​+...)​Rechtsom​​
((blokjes⋅positie)​1​​+(blokjes⋅positie)​2​​+...)​Linksom​​=((blokjes⋅positie)​4​​+...)​Rechtsom​​
F​linksom,veerunster​​
((kg⋅cm)​1​​+(kg⋅cm)​2​​+...)​Linksom​​=((kg⋅cm)​4​​+...)​Rechtsom​​

Slide 7 - Tekstslide

Opgave voordoen
Vinger: Wie had vragen / moeite met 15 & 16?

Voordoen: 7, 15 of 16? 


Al duidelijk: Begin met lezen 1.4, blz.26 & opgaven 38 t/m 44

Slide 8 - Tekstslide

druk
eenheid:
Bij een kleiner oppervlak hoort een grotere druk.

Bij een groter oppervlak een kleinere druk.

Bij een grotere kracht hoort ook een grotere druk.

Dus: druk = kracht / oppervlak

p=​A​​F​​
[p]=​[A]​​[F]​​=​m​2​​​​N​​=Pa(pascal)

Slide 9 - Tekstslide

Opgaven
eerste 5min. alleen & in stilte

Lees 1.4, blz.25-26
& maak opgaven 38 t/m 44, blz.27

(=huiswerk)


timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Wanneer valt de kat in het water?

Slide 11 - Tekstslide

Shortcut:
Maar 1 zwaartepunt per object nodig!
Stel: plank is 6 kg
Heeft lengte 1,2 m = 12 dm
Hij ligt voor 4 dm over de rand
Wat is het moment van de plank?

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer valt de kat in het water?

Slide 13 - Tekstslide

Opgave voordoen?
Voordoen: 20, 23 of 24? - stemmen

Neem even 2 min. om de opgaves weer goed te lezen & proberen.

Al duidelijk: Begin met lezen 1.4, blz.26 & opgaven 38 t/m 44

timer
2:00

Slide 14 - Tekstslide

Zelfstandig werken


Lees 1.2

En maak de opgaven:
13 t/m 16

Slide 15 - Tekstslide

Vragen over het huiswerk?
Kijk even in schrift en boek wat je moeilijk vond...

Roept u maar...

Opgave 34, blz. 127
Opgaves 2, 3, 5, 7, blz. 11
Opgaves 13, 14, 15, 16 blz. 16

Slide 16 - Tekstslide