cross

3. Op het domein


3. Op het domein
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


3. Op het domein

Slide 1 - Tekstslide

Welk kenmerk past bij de middeleeuwen?
A
Grote steden
B
Geen handel
C
Centraal bestuur
D
Veiligheid

Slide 2 - Quizvraag

Wat past niet bij het feodalisme?
A
Koning regeert in het hele land
B
Leenmannen lenen van de leenheer
C
De koning krijgt hulp bij het bestuur
D
Leenmannen helpen de leenheer

Slide 3 - Quizvraag

Welk begrip hoort bij de afbeelding?
A
feodalisme
B
hofstelsel
C
autarkie
D
horigheid

Slide 4 - Quizvraag

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe edelen hun domein organiseerden en bestuurden, en hoe het leven van de boeren er uit zag.

Tip: schrijf de begrippen die langskomen op in je schrift met een omschrijving erbij. Het zijn er veel dit keer!
Als je op het koptelefoontje klikt, krijg je uitleg van je docent bij de dia

Slide 5 - Tekstslide

Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.

Slide 6 - Tekstslide

Hofstelsel (1)
  • Hofstelsel is de naam van de manier van werken op een domein
  • Een dorp met landbouwgrond heette een domein
  • De heer, bijvoorbeeld een ridder, was de baas van een domein: alle grond was van hem.
  • Hij woonde soms in een donjon, een soort kasteel en soms in een vroonhof, de grote boerderij van de heer in het dorp

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Hofstelsel (2)
  • Een deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horige boeren voor landbouw. 
  • De horigen moesten een deel van opbrengst als pacht (belasting) betalen)

  • Een domein was een autarkie, dat betekent zelfvoorzienend: alles wat nodig was op het domein zelf werd gemaakt
gemeenschappelijke grond
Het oranje gebied was alleen voor de heer
Verpacht land

Slide 9 - Tekstslide

Elk domein was autarkisch. Wat houdt dat in?
A
Ze geloofden in de god Autar
B
Ze produceerden alles wat ze nodig hadden zelf
C
De horigen moesten maandelijks pacht betalen
D
De heer oefende rechtspraak uit

Slide 10 - Quizvraag

Een leerling schrijft in een toets de volgende zin op:

Het feodalisme en het hofstelsel waren twee manieren om het land te besturen.

Hoe kan de leerling zijn antwoord verbeteren?

Kies het beste antwoord.

A
Feodalisme werd gebruikt om het land te besturen en het hofstelsel om de domeinen te besturen
B
Het feodalisme was een manier om het land te besturen, het hofstelsel was een manier om de grond te bewerken
C
Het feodalisme was een manier om het land te besturen en het hofstelsel een manier om de economie te regelen
D
Het feodalisme en het hofstelsel waren beide systemen waarmee het land werd bestuurd.

Slide 11 - Quizvraag

Wie woonde waar op het domein?

Slide 12 - Sleepvraag

Hoe noemden de mensen in de middeleeuwen de landbouwgrond rond een dorpje of een kasteel?
A
Leengebied
B
Hofstelsel
C
Domein
D
Horige

Slide 13 - Quizvraag


Het drieslagstelsel

  • Als landbouwgrond elk jaar wordt gebruikt, dan wordt de grond onvruchtbaar, waardoor de oogst steeds minder werd.
  • Met het drieslagstelsel werd de grond verdeeld in drie stukken,  waarbij elk jaar één stuk grond niet gebruikt werd (braak). 
  • Hierdoor kon de grond herstellen en werd de opbrengst hoger.
  • Ineens was er veel meer voedsel beschikbaar!

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Veel plichten,
weinig rechten

  • Iedereen op het domein van de heer hoorde bij het domein
  • De boeren waren horigen van de heer: ze moesten gehoorzaam zijn
  • Om op de grond van de heer te kunnen wonen, moest je pacht betalen.
  • De horigen waren ook verplicht om herendiensten, klusjeste doen.
  • Een horige moest overal toestemming voor vragen, ook om te trouwen
  • Een gevluchte horige was na een jaar en een dag een vrije boer.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Noem de plichten van de horige aan zijn heer.

Slide 19 - Open vraag

Wat is GEEN plicht van de heer?
A
Rechtspreken
B
Trouw zweren aan de koning
C
Bescherming geven aan de vrije boeren
D
Bescherming geven aan de horigen

Slide 20 - Quizvraag


Ridders en kastelen


  • Ridders waren strijders te paard die vochten voor een heer
  • In ruil daarvoor kreeg de ridder een paard, de wapenuitrusting en een kasteel
  • In naam van de heer sprak hij soms ook recht in zijn gebied.

Slide 21 - Tekstslide




Ridders woonden in kastelen, maar dat waren in het begin vaak houten boerderijen, die pas later van steen werden.

Slide 22 - Tekstslide

Door oorlogen, rovers en invallen van buitenaf (bijv. de Vikingen)werd het steeds onveiliger!!
  • Door de rooftochten van de Vikingen werd het steeds onveiliger
  • Bovendien onderlinge oorlogen
  • Daarom werden kastelen rond het jaar 1000 steeds meer van steen gebouwd

Slide 23 - Tekstslide

...met dikke muren en als je het kasteel niet op een 
heuvel kon bouwen: een slotgracht

Slide 24 - Tekstslide

Maak de juiste combinaties
Krijgen bescherming van de heer
Het systeem van heren en horigen op een domein
het grootste huis
de eigenaar van een domein
de grond en boerderijen van de heer
het domein
het hofstelsel
Het huis van de heer
de heer
horigen

Slide 25 - Sleepvraag