M&Z Week 6. (Les. 1): ziek zijn, kinderziekten

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 140 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Onderwerpen: ziek zijn, kinderziektes, bacterie, virus, medicatie,  

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 
  • Wat ziek zijn betekent (r)
  • Wat kinderziektes zijn (i)
  • Wat een bacterie is (i)
  • Wat een virus is (i)
  • Wat medicatie is (r)
  • Wanneer je medicatie gebruikt (i)

Slide 4 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Welke kinderziekten ken jij?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Chronische ziekte
Je bent veel in contact met  kinderen, jongeren en volwassenen die ziek zijn of minder weerstand hebben binnen de Z&W.
Minder weerstand kan ontstaan door een chronische ziekte.

Chronische ziekte = een ziekte die lange tijd voortduurt en niet meer beter wordt.
Voorbeelden van chronische ziektes zijn:
  • hart- en vaatziekte
  • een longaandoening                     
  • kanker
  • diabetes mellitus
  • ziekte van alzheimer


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ziekte, oorzaak en behandeling

Als zorgverlener moet je weten wat de oorzaken en de verschijnselen van verschillende ziekten.
Je moet van elke ziekte weten:

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bacterie
Bacterie =Piepkleine beestjes, die een ziekte kunnen veroorzaken.
Bijvoorbeeld kinkhoest, roodvonk.

Kinkhoest

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Virus
Virus = Ziekteverwekkend organisme dat nog kleiner is dan een bacterie.
Bijvoorbeeld griep, mazelen of waterpokken.

Waterpokken

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld van een virus is?
A
Griep
B
Roodvonk
C
Hoofdpijn
D
Kneuzing aan de enkel

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Griep
Oorzaak: Influenzavirus
Hoger risico op ernstig ziek worden bij griep:
Ouderen;
Mensen met een minder goede gezondheid.
Deze mensen kunnen elk jaar  een prik krijgen.
Griepprik = vaccinatie met een combinatie van griepvirussen, die je krijgt zodat je lichaam er gewend is en weet wat het moet doen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicijnen

  • Als je ziek bent zijn er medicijnen die kunnen helpen om je minder ziek te voelen of je beter te maken.
  • Er zijn verschillende soorten medicijnen en verschillende manieren om het te nemen 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de manier van medicijnen nemen via de huid?
A
Dermaal
B
Veritcaal
C
Oraal
D
Rectaal

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Veelvoorkomende Kinderziekten
 Vanaf de geboorte kunnen kinderen verschillende kinderziektes krijgen. De meest voorkomende kinderziektes 
 Kinderziektes komen veel voor op kinderopvang en school, met symptomen als koorts, uitslag, jeuk en soms hoesten. meestal gaat de ziekten vanzelf voorbij. 

De meest  kinderziektes die voor komen  zijn:
  • waterpokken
  • vijfde en zesde ziekte
  • roodvonk
  • hand-voet-mondziekte 
  • krentenbaard

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waterpokken
Begin: Het begint vaak met lichte koorts, hangerigheid en een grieperig gevoel.

Uitslag: Na 1 of 2 dagen ontstaan er rode vlekjes, die veranderen in blaasjes met vocht.
Plekjes: De blaasjes zitten overal: op de romp, in het gezicht, tussen de haren en soms zelfs in de mond.

Jeuk: De blaasjes jeuken enorm.

Einde: Na een paar dagen drogen de blaasjes in en worden het korstjes

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vijfde en zesde ziekte
Hoge koorts: Het kind wordt plotseling erg ziek met hoge koorts (39-40°C), die 3 tot 5 dagen aanhoudt.

Vlekjes: Zodra de koorts ineens zakt, verschijnen er kleine, roze-rode vlekjes op de romp en nek. De vlekjes verdwijnen meestal binnen 1 tot 2 dagen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Roodvonk
Hoge koorts en keelpijn: Het begint vaak plotseling met koorts, koude rillingen en een pijnlijke keel.

Rode uitslag: Na 1 tot 2 dagen ontstaan er kleine, rode vlekjes. Deze voelen aan als schuurpapier en zitten vooral op de borst, rug, nek en in de liezen.

Aardbeitong: De tong kan eerst wit beslagen zijn en daarna felrood worden met bultjes, ook wel een 'aardbeitong' genoemd.
Vervellen: Na ongeveer 1 tot 2 weken verdwijnt de uitslag en kan de huid gaan vervellen, vooral aan de handen en voeten.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hand-voet-mondziekte
 
Symptomen: Kleine rode vlekjes die blaasjes worden, vaak met lichte koorts, keelpijn en minder eetlust.

Besmettelijkheid: Het is erg besmettelijk via snot, hoesten, ontlasting en vocht uit de blaasjes.
Behandeling: Er is geen medicijn tegen; de ziekte geneest zelf. Pijnstillers (paracetamol) kunnen helpen als het kind pijn heeft.
School/opvang: Als uw kind zich goed voelt, mag het gewoon naar school of opvang

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Krentebaard
Honinggele korstjes: Wondjes met opvallende gelige korstjes, vaak rond de neus of mond.

Blaasjes: Rode bultjes die veranderen in blaasjes met vocht.

Jeuk: De plekjes kunnen behoorlijk jeuken.
Besmettelijk: Het kan makkelijk verspreiden via handen, speelgoed, of direct contact

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag


Praktijk: 
Je gaat in twee tallen een informatieposter  (A3) maken over een van de kinderziektes die we in de les hebben behandeld. 

Per tweetal kies je één kinderziekte uit, geef hier informatie over en maak hier een mooie en aantrekkelijke poster van met plaatjes en tekst 


timer
0:45

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
Ik weet wat 
  • Wat ziek zijn betekent (r)
  • Wat kinderziektes zijn (i)
  • Wat een bacterie is (i)
  • Wat een virus is (i)
  • Wat medicatie is (r)
  • Wanneer je medicatie gebruikt (i)

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugkijken 
op de leerdoelen
Wat ziek zijn betekent (r)
Wat kinderziektes zijn (i)
Wat een bacterie is (i)
Wat een virus is (i)
Wat medicatie is (r)
Wanneer je medicatie gebruikt (i)

Slide 29 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.