Watersnoodramp



Ben je in de les?
JA
1 / 14
volgende
Slide 1: Poll
GeschiedenisBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les



Ben je in de les?
JA

Slide 1 - Poll

Test: 
-Iedereen in de les? 
-Werk alles?
0

Slide 2 - Video

Voorlezen blz. 49-50 (t/m ...de vrouw het zo lang volgehouden heeft.) uit boek:
Titel: Gevaarlijk water
Auteur: Marte Jongbloed
Uitgeverij: Luitingh-Sijthof, 2023


Watersnoodramp
De watersnoodramp 
nader bekeken: 
Wie, 
Wat, 
Wanneer, 
Waar en 
Waarom?

i
Wat waren de 
gevolgen van de 
watersnoodramp?
i

Slide 3 - Tekstslide

Dit is de eerste les van twee lessen over de watersnoodramp: vandaag bespreken we de watersnoodramp aan de hand van de 5 W's (Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom).
Volgende les doen we onderzoek naar de gevolgen van de watersnoodramp aan de hand van een zelfstandige opdracht.
Aan het eind van de lessen kunnen jullie...
Wat leer ik?
Met de 5 W's 
over de 
watersnoodramp 
vertellen.
1
Twee gevolgen 
van de 
watersnoodramp 
noemen.
2
Historische bron-
nen gebruiken 
om vragen van 
vroeger en nu te 
beantwoorden.
3

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer?
Sleep het plaatje van de 
watersnoodramp naar het juiste tijdvak op de tijdbalk.

Slide 5 - Sleepvraag

Wanneer (1 van de 5 W's)? Tijdbalk van Blink gebruikt i.v.m. aansluiting op de methode die in de klas gebruikt wordt.
Wat weet je?
Wat weet je al van de
watersnoodramp?

Slide 6 - Woordweb

Inventariseren van bestaande (pre)concepten bij leerlingen.
Wie waren de slachtoffers (1)? 
1835 + 1
Veel mensen overleefden de ramp niet. Mensen werden meegesleurd door het water of werden getroffen door de winterkou. In 1954 meldde het CBS (Centraal bureau voor de Statistiek) 1835 doden. In 2002 bleek dat ook een pasgeboren baby was verdronken in de nacht van 1 februari: 1835+1 dus. "Juist vanwege dat baby'tje dat nog niet was geregistreerd bij de burgerlijke stand,(...) Dat verhaal maakt (...) heel veel indruk (directeur Watersnood- museum Siemco Louwerse)."
i
Wat gebeurde er (3)? 
Opvang
De volgende dag gaan ze naar hun opvangadres. Het is een klein huisje in een smalle straat. Voor het huisje staat een brede vrouw (...). Ze kijkt hen met droevige ogen aan. 'Mens, mens, mens, wa hedde gullie veul meugemakt,' (...) (Marte Jongbloed  2023).
Gebieden en huizen waren voorlopig onbewoonbaar. Wie kon helpen? Als er geen familie was om de evacués op te vangen, boden mensen uit alle delen van het land aan om mensen in huis te nemen.  
i
Wat gebeurde er (1)? 
De zee komt
De muren van ons huis trilden en toen spoot de zee door de brievenbus de gang in (Selma Noort 2022). De stormvloed kwam en de dijken braken door. Het water stroomde de lager gelegen gebieden in, 200.000 hectare land kwam onder water te staan. Het water kwam de huizen binnen en steeg. Mensen vluchtten naar de zolder of het dak. Hier begon het wachten op redding in de koude, donkere nacht van 1 februari. Bij een tweede vloed in de middag kwam het water nog hoger. Onder druk van het water bezweken veel huizen. 
i
Waarom? Hoe kon de ramp gebeuren (2)?
Zwakke dijken
'Jullie zijn aanstellers. In de oorlog stond het water hier net zo hoog en toen is er ook niks gebeurd. (...) (Marte Jongbloed 2023).' Maar wat in de tweede wereldoorlog niet was gebeurd, gebeurde nu wel, acht jaar na het einde van de oorlog (1945). Tijdens en vlak na de oorlog waren de dijken niet goed onderhou- den: ze waren niet verhoogd en niet versterkt. Toen de stormvloed kwam, hielden de dijken het zeewater niet lang tegen. Op ongeveer 500 plekken braken de dijken.
i
Waarom? Hoe kon de ramp gebeuren (1)? 
Stormvloed
Het water binnen steeg zo snel dat het onze voeten halverwege de trap al bijna raakte (Selma Noort 2022). 
In de nacht van 1 februari stond de zee heel erg hoog door een heftige storm en springtij (extra hoge vloed). Het zeewater kwam tot 4,55 meter boven het normale zeeniveau, het NAP (Normaal Amsterdams Peil). Grote delen van Nederland liggen heel laag, ruim onder het NAP. Toen de dijken braken, overstroomden veel laaggelegen delen. 
i
Wie waren de slachtoffers (2)?
Dieren
Toen zag ik een koe. Ze zwom hijgend. Ze keek doodsbang. (...) We voeren haar voorbij (Selma Noort 2022).
Niet alleen mensen verdronken op 1 februari, ook veel dieren verdwenen in het water. Ongeveer 140.000 kippen, hanen en ander pluimvee verdronk. Ook meer dan 47.000 koeien, varkens, honden, katten en paarden gingen dood (Museumgids Watersnoodmuseum).
i
Wat gebeurde er (2)?
De redding
Er kwam een kleine roeiboot door de straat. (...) 'Er komt hulp van de vissers uit Yerseke!' riep de man. 'Houd moed (Selma Noort 2022)!'
Omdat buiten het rampgebied bijna niemand wist wat er was gebeurd, kwam de eerste hulp uit het rampgebied zelf. Vissers probeerden met hun boten zoveel mogelijk mensen te redden. Pas later kwam hulp vanuit de rest van Nederland en zelfs vanuit het buitenland.
i
Waar was de ramp? 
In Nederland werd Zeeland het zwaarst getroffen door de stormvloed, maar ook in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Texel liepen gebieden onder water. In het buitenland sloeg het hoge water toe in Engeland en België. Daarnaast gingen op zee tijdens de storm ook negen schepen en één veerboot ten onder. 
i
Wanneer was de ramp?
'Toen we contact en antwoord kregen vielen we elkaar om de hals en barstte ik in tranen uit.' Peter Hossfeld -zendamateur
Op de tijdlijn staat de ramp in het tijdvak van televisie en computer. Maar, in 1953 hadden de meeste mensen nog geen televisie, en al helemaal geen computer of mobiele telefoon. Niemand buiten het rampgebied wist dus dat er een ramp was gebeurd en hoe groot deze was. Om contact te krijgen met de buitenwereld bouwde Peter Hossfeld deze noodzender en vroeg hij om hulp. 
i
timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Vensterplaat 
bronnenonderzoek watersnoodramp
Zelfstandig werken: onderzoek, bekijk, lees en leer.
0

Slide 8 - Video

Klaaropdracht
Vraag 1
Waar gebeurde de watersnoodramp?
Sleep het water naar de provincies die te maken kregen met overstroming tijdens de watersnood-ramp.

Slide 9 - Sleepvraag

Start quiz: wat heb je geleerd van de vensterplaat?
Test je kennis

Bij vraag 1
Let op: lastige opdracht voor groep 5, nog geen topografische kennis van provincies (begeleiden bij het maken van de vraag).
18:00
31 januari
Vraag 2
Wat gebeurde er tijdens de watersnoodramp? Sleep de tekst naar de juiste plaatjes op de tijdlijn.
1 februari
2-3 februari
3:00
13:00
ochtend
De tweede vloed komt: het water stijgt nog hoger, huizen storten in en mensen  verdrinken alsnog.
Het laatste weerbericht op 
de radio: waarschuwing voor gevaarlijk hoog water.
De dijken breken door: mensen vluchten naar zolder of  het dak
De eerste hulp komt op gang: vissers uit de buurt schieten mensen te hulp.
De rest van Nederland weet van de ramp: hulp, opvang en evacuatie komen op gang.

Slide 10 - Sleepvraag

Leg uit: 
Tijdlijn van slechts enkele dagen, de dagen waarop de watersnoodramp zich voltrok.
Vraag 3
Wat hoort in de doos van herinneringen aan de watersnoodramp? 
Sleep het plaatje naar de doos.

Slide 11 - Sleepvraag

Extra aandacht voor NAP (Normaal Amsterdams Peil): 
-Wat is het? (leg uit)
-Waarom hoort dit plaatje niet in de doos?
(leg uit: Op het plaatje zie je dat het water onder het NAP staat, dit zie je aan het minteken voor de cijfers. Bij de ramp werd het zeewater tot ver boven het NAP opgestuwd, wel tot +4,55 boven het NAP.)

      Vraag 4
      Hoe kon de watersnoodramp gebeuren? 

A
Een zware storm zorgde voor extra hoog water
B
Springtij zorgde voor een extra hoge vloed
C
De dijken waren te laag en te zwak
D
A, B en C samen veroor-zaakten dijkdoorbraken

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:53
Wat zou jij
meenemen?




Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies