Lección 3: Describir objetos

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡Bienvenidos a la clase de español!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We starten in 5 minuten met de les.
We starten in 5 minuten met de les.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Registro de asistencia

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plan de clase 
¿Qué vamos a hacer hoy?
A. Inicio: clase y asistencia
B. Práctica: describir objetos
C. Cierre

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
         Los objetivos

Después de la clase: 
  1. Puedo describir la forma de un objeto.
  2. Puedo nombrar el material de un objeto.
  3. Puedo decir el color de un objeto correctamente.
  4. Puedo explicar para qué sirve un objeto.
  5. Puedo usar frases sencillas para describir un objeto. 

Slide 6 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Los deberes
Los deberes para la próxima clase:
  • Aprender:  Bron B & C, página 48.
  • Ayuda:  Quizlet.nl 
  • Practicar: Página web (Presentarse)
  • Practicar: Describir objetos

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Repaso de las palabras aprendidas en la clase anterior
BRON B pagina 52

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat: Betekenissen zoeken van 10 woorden uit het woordenlijst. 
Hoe: In groepjes van twee of individueel 
Waar: In je schrift
Hulpmiddel: Reporteros tekstboek

Klaar?
Kies 2 woorden en maak 2 zinnen.
Gebruik: mijnwoordenboek.nl 
¡A practicar! 
  1. el proyecto
  2. el puente
  3. el rascacielos
  4. realista
  5. recibir
  6. reciente
  7. ser reconocido
  8. representar
  9. resultar
  10. la temática
  11. trasladerse a
  12.  una variedad
  13. ya que 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat: Betekenissen zoeken van 10 woorden uit het woordenlijst. 
Hoe: In groepjes van twee of individueel 
Waar: In je schrift
Hulpmiddel: Reporteros tekstboek

Klaar?
Kies 2 woorden en maak 2 zinnen.
Gebruik: mijnwoordenboek.nl 
¡A practicar! 
1. acostumbrarse a
2. afortunadamente
3. alquilar
4. apetecer
5. arruinar
6. atraer
7. defender (ie)
8 demandar
9. demostrar
10. devolver
11. disfrutar
12. dramático

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Comprensión oral

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenwerken
Opdracht: 
1. De vragen beantwoorden in het Spaans.
2. In tweetallen een gesprek voeren.
3. Presentatie voor de klas. 


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hier zijn wat handige tips om je te helpen tijdens de mondeling toets:

Woord vergeten of de vraag niet begrepen?
Als je een woord vergeten bent of de vraag niet helemaal begrijpt, kun je een van de volgende zinnen gebruiken:
No lo entiendo, ¿puede repetirlo por favor?
Ik begrijp het niet, kunt u het herhalen alstublieft?
¿Puede repetirlo por favor?
Kunt u het herhalen alstublieft?
¿Cómo se dice… en español?
Hoe zeg je… in het Spaans?
¿Qué significa…?
Wat betekent…?
No conozco la palabra en español.
Ik ken het Spaanse woord niet.
¿Puede hablar más despacio?
Kunt u langzamer praten?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Forma y tamaño (de vorm)
¿Cómo es?
  Hoe ziet het eruit?
El/La….es…
grande
groot
pequeño/a
klein
cuadrado/a
vierkant
redondo/a
rond
rectangular
rechthoekig

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El material (het materiaal)
¿De qué esta hecho?
 Waarvan is het gemaakt?
Esta hecho/a de...
Het is gemaakt van...
metal
metaal
madera
hout
plastico
plastic
papel
papier
cristal/vidrio
glas
cuero
leer

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El color (het kleur)
¿De qué color es?
 Van welke kleur is het?
El color es..
De kleur is...
rojo
rood
verde
groen
rosa
roze
blanco/a
wit
negro
zwart
transparente
transparant

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
¿Cómo es?

¿De qué esta hecho?


El color es..

  • El teléfono es rectangular.
  • El teléfono esta hecho de metal y vidrio.
  • El teléfono es de color amarillo

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
El teléfono es rectangular.
Está hecho de metal, plástico y vidrio.
Y es de color amarillo

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
¿Cómo es?

¿De qué esta hecho?


El color es..

  • El libro es rectangular/cuadrado
  • El libro esta hecho de papel.
  • El libro es de color azul.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
El libo es rectangular/cuadrado.
Está hecho de papel.
Y es de color azul.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
¿Cómo es?


¿De qué esta hecho?


El color es..

  • La botella de agua es
    de forma cilíndrica.
  • La botella de agua esta hecha de plástico.
  • La botella de agua es transparente.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
La botella de agua es de forma cilíndrica.
Esta hecha de plástico.
Y  es de color transparente.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
¿Cómo es?

¿De qué esta hecho?

El color es..

  • El lápiz es largo.
  • El lápiz esta hecho de madera.
  • El lápiz es verde.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
El lápiz es  largo y cilíndrico.
Esta hecho de madera.
Y  es de color verde.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
¿Cómo es?


¿De qué esta hecho?


El color es..

  • La zapatilla deportiva se adapta al contorno del pie.




  • La zapatilla deportiva esta hecha de
    tela o cuero. 
  • La zapatilla es de color rojo, blanco y negro.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?
La zapatilla deportiva se adapta al contorno pie.
Esta hecha de tela.
Y  es de color rojo,blanco y negro.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A practicar
¿Listos?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Puedes describir el objeto?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Wat heb je van 
deze les geleerd?

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¡Nos vemos la próxima clase!
¡Nos vemos la próxima clase!

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies