In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Klimaatfactoren en landschapszones
Waar wonen mensen op aarde en waarom wonen ze daar?
Dat heeft te maken met het klimaat en het landschap dat daarbij hoort.
Slide 1 - Tekstslide
Hoe werkt het?
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
Je weet hoe de klimaatfactoren voor verschillende klimaten kunnen zorgen.
Je kunt de 4 klimaten herkennen op een Klimaatdiagram.
Je kunt de klimaatzones op aarde aangeven.
Slide 3 - Tekstslide
Weer en klimaat
Weer = op dit moment: neerslag, wind, tempratuur
Klimaat = de tempratuur & de neerslag over 30 jaar
(het weer wat je ergens kunt verwachten)
Wij hebben de wereld opgedeeld in verschillende klimaten.
Slide 4 - Tekstslide
4 klimaten
1. Poolklimaat
- Hele jaar koud (onder 10 graden)
- Weinig Neerslag
Slide 5 - Tekstslide
4 klimaten
2. Gematigd klimaat
- tussen koud en warm in
- bijna hele jaar neerslag
Slide 6 - Tekstslide
4 klimaten
3. Droog klimaat
- vaak erg heet
- weinig neerslag
Slide 7 - Tekstslide
4 klimaten
4. Tropisch klimaat
- hele jaar warm
- veel neerslag
Slide 8 - Tekstslide
De regels van de klimaatfactoren op een rij
Breedte ligging
Hoe dichterbij de Evenaar, hoe warmer.
Hoe verder van de Evenaar hoe kouder.
Hoogte ligging
Elke 1000 meter omhoog wordt het 6 graden kouder.
Er valt maar aan 1 kant van de berg neerslag (=loefzijde).
Afstand tot de zee
In de zomer zorgt het water voor afkoeling in de winter voor opwarming. De temperatuur van de zee loopt 1 seizoen achter op het land.
Windrichting
Wind die van zee komt is vochtig. Wind die van land komt is droog. Waait de wind in Nederland uit het noorden, dan wordt het koud, en uit het zuiden warm.
Gesteldheid van het aardoppervlak
In de stad is het altijd iets warmer en valt ook iets meer neerslag, dan op het platteland. Een gebied met akkers is altijd warmer dan een gebied met water.
De regels van de klimaatfactoren op een rij
Slide 9 - Tekstslide
Klimaatdiagram
Dit is een grafiek waarin je kunt aflezen welk klimaat een plaats of gebied heeft.
De rode lijn staat voor de temperatuur.
De blauwe staafjes geven de neerslag aan.
Slide 10 - Tekstslide
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Poolklimaat
Slide 11 - Quizvraag
A
Tropisch klimaat
B
Poolklimaat
C
Gematigd klimaat
D
Droog klimaat
Slide 12 - Quizvraag
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Poolklimaat
Slide 13 - Quizvraag
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat
Slide 14 - Quizvraag
A
Droog klimaat
B
Poolklimaat
C
Gematigd klimaat
D
Tropisch klimaat
Slide 15 - Quizvraag
A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Droog klimaat
D
Gematigd klimaat
Slide 16 - Quizvraag
A
Droog klimaat
B
Tropisch klimaat
C
Poolklimaat
D
Gematigd klimaat
Slide 17 - Quizvraag
A
Droog klimaat
B
Tropisch klimaat
C
Poolklimaat
D
Gematigd klimaat
Slide 18 - Quizvraag
A
tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Pool klimaat
D
Gematigd klimaat
Slide 19 - Quizvraag
Je weet nu de klimaten met hun landschap te combineren, knap!
Maar weet je nu ook welke klimaten je tegenkomt van de evenaar naar de noord/zuidpool?
Slide 20 - Tekstslide
Verschillen in bevolkingsspreiding
Dunbevolkt zijn de volgende gebieden:
- teveel hoogteverschil (reliëf)
- klimaat te warm
- klimaat te koud
- klimaat te droog
Slide 21 - Tekstslide
Bevolkingsconcentratie =?
Slide 22 - Open vraag
In welke klimaatzone vind je de grootste bevolkingsconcentraties?
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat
Slide 23 - Quizvraag
Op welk schaalniveau heb je de klimaten, landschap en bevolkingsspreiding nu bekeken in deze les?
A
Lokale schaal
B
Continentale schaal
C
Nationale schaal
D
Mondiale schaal
Slide 24 - Quizvraag
Leerdoelen Check
Je weet hoe de klimaatfactoren voor verschillende klimaten kunnen zorgen.
Je kunt de 4 klimaten herkennen op een Klimaatdiagram .