Romantiek & Realisme Les 2: Beeldende kunst

Les 2: Beeldende kunst in de Romantiek
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les 2: Beeldende kunst in de Romantiek

Slide 1 - Tekstslide

Neoclassicisme
  • Vanaf 1750 - 1850: Neoclassicisme
  • Reactie op barok en rococo
  • Jaques Louis David
  • Antonio Canova
Halverwege de achttiende eeuw werden een aantal sensationele opgravingen gedaan in Herculaneum en Pompeï in Italië. De belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid kreeg hierdoor een nieuwe stimulans. De kunstenaars van het neoclassicisme lieten zich inspireren door de klassieke oudheid, net als de kunstenaars van de renaissance een paar eeuwen eerder.  Het ging de kunstenaars van het neoclassicisme niet om het exact nabootsen van klassieke figuren. Zij wilden in de geest van de klassieken eigentijdse ideeën weergeven. Ze wilden een voorbeeld nemen aan de kwaliteiten die volgens hen in de beelden van de klassieke oudheid besloten lagen: het zuivere, het goede en het ware.
Men had genoeg van de bombastische dramatiek van de Barok en de uitbundige decoratie van de Rococo. Men vond deze stijlen nu decadent, en teveel deel van de kerk en de aristocratie waar men steeds kritischer tegenover stond. Als reactie keerde men terug naar strenge, heldere en zuivere vormen. Theorieën van de filosofen van de Verlichting over ratio, eenvoud en helderheid kwamen opzetten
Op zeventienjarige leeftijd schreef David zich in bij de Koninklijke Academie voor schilder-en beeldhouwkunst. In 1774 kreeg hij de Prix de Rome waardoor hij naar Italië kon gaan om de klassieke kunst te bestuderen. David raakte er gefascineerd door de opgravingen in Pompeii en de Romeinse kunst. David was een actief voorstander van de Revolutie en werd ook de 'officiële' schilder van de revolutie. Zijn werkwijze is tekenachtig met duidelijk te onderscheiden contouren, en hij bracht de kleuren bestudeerd aan.
In de beeldhouwkunst is Canova een
belangrijke vertegenwoordiger van het
neoclassicisme. Hij maakt beelden die
sterk geïnspireerd zijn door de beelden uit
de klassieke oudheid. Zijn beelden zijn
glad, gepolijst en vaak frivool van karakter.
Een van zijn beroemdste beelden is Amor
en Psyche.

Slide 2 - Tekstslide

Kenmerken Schilderkunst Neoclassicisme
  • kenmerken schilderkunst neoclassicisme
  • strenge, eenvoudige compositie
  • de omtreklijn (contour) is belangrijk
  • reliëfachtige dieptewerking
  • koel, helder kleurgebruik
  • statische houdingen van de weergegeven personen
  • klassieke onderwerpen in de eigen tijd geplaatst
  • klassieke vormentaal
  • moraliserende onderwerpen, portretten

Slide 3 - Tekstslide

Kenmerken Beeldhouwkunst Neoclassicisme
  • uitbeelding van de menselijke figuur
  • streven naar de ideale schoonheid van het lichaam naar klassieke voorbeelden
  • nadruk op technische perfectie
  • voorkeur voor wit, gepolijst marmer
  • grafmonumenten, portretten

Slide 4 - Tekstslide

Hiernaast zie je het werk van David, 'De dood van
Marat'. Leg uit dat ondanks dat het om een heftig
onderwerp gaat (hij werd in zijn bad vermoord) het aan
de strenge regels van het neo-classicisme voldoet.

Slide 5 - Open vraag

Romantiek
  • Tegenreacties
  • Gericht op het individu
  • Eigen gevoelens
  • Literatuur
Deze ontwikkelingen riepen tegenreacties op. Een tegenreactie was bijvoorbeeld dat er een sterke tendens tot conservatisme 
opkwam. De wetenschap en techniek gingen alsmaar verder, maar 
maatschappelijk gezien kwam klasse in plaats van stand. Herstel van de orde van  voor de Franse Revolutie, was een van de ideeën van de restauratiepolitiek. Orde, rust, status-quo, traditie en zekerheid 
werden belangrijk voor degenen die tot de nieuwe heersende klasse behoorden.  Hierdoor ontstonden conflicten tussen degenen die behoudend waren en degenen die nieuwe wegen in wilden slaan.
In de kunst ontstond echter een andere ontwikkeling, die sterk gericht was op het individu: de kunstenaar sloeg de weg naar 
onafhankelijkheid in door zich te gaan richten op zijn eigen creativiteit; op de uniciteit van zijn eigen werk; op zijn verhouding tot de rest van de samenleving; over artistieke oprechtheid en integriteit; op het belang van expressiviteit en voorstelling; op de macht van de kunstenaar om verder te reiken dat logische denkprocessen enregionen te verkennen die buiten het bereik van het 
menselijk verstand liggen. 
Het verloop van de Franse Revolutie had laten zien dat een optimistisch geloof in het verstand en in de vooruitgang niet gerechtvaardigd waren. De romantiek in de kunst ontstond als gevolg van reeksen individuele reacties van kunstenaars op de situatie aanhet begin van de 19de eeuw. De belangrijkste leidraad voor kunstenaars 
werd hun eigen innerlijke kompas. De kunstenaars uit de Romantiek wilden vooral hun eigen gevoelens uitdrukken;  hun overtuigingen, hoop en vrees uitdrukken. 
De Romantiek ontstond als eerste in de literatuur (Duitse schrijvers als Goethe, Schiller, Heine). In de literatuur is het individuele, het eigen beleven dus het eerste te zien. Er verschijnen boeken waarin de belangrijkste inspiratiebronnen zichtbaar worden

Slide 6 - Tekstslide

Welke inspiratiebronnen die ze in de romantiek gebruikten ken je al?

Slide 7 - Open vraag

Eigen geschiedenis
Exotische reizen
Ongerepte natuur

Dromen/nachtmerries


Slide 8 - Sleepvraag

Voor vandaag moest je op zoek naar wat in de romantiek werd bedoeld met het 'sublieme'. Wat heb je gevonden?

Slide 9 - Open vraag

De fascinatie voor het sublieme bereikte een hoogtepunt in de romantiek.
In het werk van de Duitse schilder Caspar David Friedrich is het sublieme
duidelijk aanwezig.
Leg uit waarom de voorstelling op de afbeelding een sublieme ervaring
mogelijk maakt. Betrek de omschrijving van Burke in je antwoord.

Slide 10 - Open vraag

Neoclassicisme
Romantiek

Slide 11 - Sleepvraag

De eerste paragraaf in het werkboek is genaamd: Vlucht uit het alledaagse.
Leg uit waarom dit goed past bij de Romantiek.

Slide 12 - Open vraag

Huiswerk:
Lezen paragraaf 7.1
Maken werkboek: blz. 80. opdracht 5, 7, 10, 11, 12

Slide 13 - Tekstslide