Thema 6 BS 5 Populaties

Thema 6: Ecologie
Basisstof : Populaties
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Thema 6: Ecologie
Basisstof : Populaties

Slide 1 - Tekstslide

Wat was een populatie ook alweer?
A
Verschillende soorten in een gebied
B
Alle abiotische en biotische factoren samen
C
Een groep individuen van dezelfde soort
D
Een groep individuen van verschillende soorten

Slide 2 - Quizvraag

Leerdoelen
Na deze les

Kan je beschrijven hoe populaties veranderen in de tijd
Kan je een diagram maken van een optimumkromme

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling: populaties
Een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied

Slide 4 - Tekstslide

Populaties
Populaties groeien en krimpen, afhankelijk van biotische en abiotische factoren

Optimale omstandigheden --> groei populatie
Ongunstige omstandigheden --> krimp populatie

Slide 5 - Tekstslide

Biologisch evenwicht
Bij stabiele biotische en abiotische factoren schommelt de populatiegrootte rond een bepaalde waarde


Dit heet het biologisch evenwicht

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld van evenwicht
Een toenemend aantal konijnen (biotische factor)

-> Vossenpopulatie groeit ook
-> Vos eet konijn, aantal konijnen neemt af
-> Niet genoeg konijnen, vossenpopulatie krimpt weer

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Invloed op populaties
Biotisch:                   - Hoeveelheid voedsel
                                     - Natuurlijke vijand
                                     - Ziekteverwekkers

Abiotisch:                - Bodemgesteldheid
                                     - Klimaat (temp., licht, lucht, neerslag)

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld: optimale omstandigheden
Het diagram geeft de optimumkromme voor een organisme
Bij de ideale temperatuur is de kans op overleven en voortplanten groot

Slide 10 - Tekstslide

De producenten in een bepaald gebied groeien dit jaar slecht. Welke stelling is waar?
A
Alle populaties in de volgende schakels krimpen
B
De populatie planteneters neemt af, de rest niet
C
Populatie planteneters neemt af, populatie vleeseters neemt toe
D
Het biologisch evenwicht blijft stabiel

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Link