Hoofdstuk 3: ongeboren kind, baby, peuter

Ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 4
Baby en peuter
Ontwikkelings-
Psychologie



Ongeboren kind
Baby
Peuter

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

Ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 4
Baby en peuter
Ontwikkelings-
Psychologie



Ongeboren kind
Baby
Peuter

Slide 1 - Tekstslide

2.4 Baby's en Peuters
  • Ontwikkeling voor de geboorte (filmpje)
  • prenatale fase = fase voor de geboorte

Slide 2 - Tekstslide

Ontwikkelingen

Slide 3 - Tekstslide

Lichamelijke ontwikkeling
Een baby = een kind van geboorte tot 18 maanden
50 cm en ongeveer 3,5 kilo

Een peuter = een kind van 18 maanden tot 4 jaar
100 cm en ongeveer 18 kilo

Slide 4 - Tekstslide

Van reflexbeweging naar spierbeheersing
Een reflex is een beweging die automatisch gebeurt.
Zuigreflex: baby zuigt automatisch, hoeft dit niet meer te leren.
Grijpreflex:  automatische reactie om iets vast te grijpen. 
Spierbeheersing nekje, lijfje, armen. Reflexen verdwijnen. Grote bewegingen onder controle. Grove motoriek. Fijne motoriek komt pas later.


Slide 5 - Tekstslide

Motorisch steeds vaardiger.
  • omrollen, kruipen, zitten, staan, lopen
Oog-handcoördinatie
  • afstemming oog en hand; wat de baby ziet kan hij ook pakken
  • pincetgreep rond 12 maanden; iets pakken met duim en wijsvinger

Slide 6 - Tekstslide

Zintuiglijke ontwikkeling
Zien, horen, ruiken; dit moet nog ontwikkeld worden.
Het volgen van dingen of mensen gebeurt pas vanaf 2 maanden.
Horen kan een baby wel, maar hij weet nog niet wat de geluiden betekenen, behalve de stem van de moeder. Dit geldt ook voor ruiken.

Voelen en proeven; dit zijn belangrijke zintuigen voor een baby. Zo ontdekt hij zijn omgeving. 

Slide 7 - Tekstslide

Cognitieve ontwikkeling
Een baby wil de wereld ontdekken.
Dat noemen we exploratiedrang.
Hierdoor kan een baby de wereld leren kennen.
De baby leert zo ook heel vele nieuwe woorden.

Veilige hechting is voorwaarde voor exploratie.

Slide 8 - Tekstslide

Concreet, magisch en animistisch denken
Het denken van een peuter is nog concreet. Alleen dingen die hij ziet zijn reëel voor hem. 
Het denken van de peuter is magisch. Hij kan nog geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en fantasie en tussen wat leeft en niet leeft. Hij bedenkt zelf oplossingen voor bepaalde situaties. Dit kan ook angst veroorzaken.
Animistisch denken betekent dat peuters menselijke eigenschappen toekent aan dingen. Pop is verdrietig.
Hij heeft nog geen inzicht in oorzaak en gevolg. 




Slide 9 - Tekstslide

Vaardigheden aanleren
Motorische vaardigheden leren kinderen als ze er aan toe zijn. 
Het leren heeft drie kenmerken:
  • ervaringsleren
  • herhalingsleren
  • imiteren leren

Slide 10 - Tekstslide

Ontwikkelingstaken
is een stap die ieder kind(0-19 jaar) in zijn ontwikkeling moet nemen om een stap verder te komen in die ontwikkeling

Slide 11 - Tekstslide

Taalontwikkeling
Praten door nabootsing van anderen.
Onbewust geluidjes, later brabbelen: taalverwerving door klanken te oefenen.
8 maanden: woorden en klanken nabootsen
Klanken en woorden krijgen betekenis = symboolbewustzijn (mama persoon, pop ding)
1 jaar: éénwoordzinnen, vaak nog fout uitgesproken

Slide 12 - Tekstslide